Peiling Strategie Sociale Woningbouw

Peiling Strategie Sociale Woningbouw

Van:        SGLA

Datum:   25 april 2016

Geachte Raadsleden,

De SGLA zal de Peiling Strategie Sociale Woningbouw én de bijbehorende bijlagen bespreken op de eerstvolgende ledenvergadering. Het gaat om een stads brede Strategie waarvan wij vinden dat deze ook stads breed besproken moet worden. Dit is tegelijkertijd ons eerste kritische punt op deze Strategie sociale woningbouw. Er worden veel locaties genoemd, zonder dat hierover met bewoners in de betreffende wijken en buurten is gesproken. Het is helaas dus weer het oude liedje. Wij betreuren dit ten zeerste.

Wij verzoeken u dus geen standpunten in te nemen over de diverse locaties maareerst met bewoners c.q. belanghebbenden in gesprek te gaan. Wie weet komen er nog verrassende effecten uit voort.

Omdat wij veel vragen hebben, leggen wij deze aan u voor met het verzoek deze in uw discussie mee te nemen:

  1. De Strategie sociale woningbouw geeft een vage onderbouwing van de noodzaak voor meer bouwlocaties. Wij hadden, mede n.a.v. de toezegging hierover, een uitgebreide en meer specifieke onderbouwing verwacht.
  2. Wij zien geen bouwlocaties uit de regio opgenomen, terwijl daar toch nog diverse bouwplannen zijn. Met betrekking hiertoe onze vraag: hoeveel sociale woningen moeten er op dezelfde termijn in totaal nog in de regio gemeentes gerealiseerd worden? Zijn Nijkerk en Barneveld meegerekend?
  3. Wij zien geen relatie opgenomen met de bouwplannen van bijvoorbeeld de steden Utrecht, Amsterdam en Almere. In het verleden is gebleken dat Amersfoort een alternatief is voor de Randstad, zolang daar niet wordt gebouwd. Utrecht, Almere en Amsterdam zijn direct in beeld zodra daarwel wordt gebouwd. De concurrentie met Leidsche Rijn is niet in beeld gebracht. Dit lijkt ons onverstandig. Een juiste analyse en volledige analyse hierover lijkt ons noodzakelijk.
  4. Graag vernemen wij hoe de gemeente invloed wil uitoefenen op doorstroming van zgn. scheefwoners. Met de huidige huurprijzen van sociale woningbouw is het trouwens de vraag of er nog wel sprake is van scheef wonen. Met betrekking tot dit punt is inmiddels al vast komen te staan dat steeds meer huurders hun huur niet meer kunnen betalen. Dit mede i.v.m. het feit dat voor de sociale woningbouw in 2013, 2014, 2015, en 2016, dus dit jaar voor het 4e opeenvolgende jaar, de huren in 3 categorieën, t.w. inkomens tot ca. 34.500; vervolgens tot ca. 44.000 en tot slot boven de 44.000 resp. met tussen de 2,5 en 5 of 6% verhoogd zijn.
  5. De druk op de woningbouw is ook tot stand gekomen door de toewijzing aan urgente gevallen. Er is geen duidelijke verklaring toegevoegd om wat voor soort gevallen het gaat. Is bijvoorbeeld het slopen van goedkope sociale woningbouw een oorzaak? Hebben zittende huurders van die woningen c.q. complexen voorrang gekregen? Hoe zit het met de verkoop van sociale huurwoningen en is er daardoor extra druk ontstaan op de woningmarkt?
  6. Is het systeem van woningtoewijzing mede oorzaak van de druk op de woningmarkt? Is er sprake van toename door de regionale verdeling of juist niet. Waarom is dit niet in de analyse meegenomen?
  7. Is de lijst van woningzoekenden bepalend geweest voor de strategie sociale woningbouw en zo ja, is deze lijst ook “geschoond”?
  8. Is er al een analyse gemaakt of de beoogde kantoorlocaties geschikt zijn voor woningbouw en zo ja om hoeveel woningen gaat het dan?
  9. Is er al een analyse gemaakt m.b.t. hoeveel woningen er op De Hoef kunnen worden gerealiseerd en wordt daarbij ook aan voorzieningen gedacht als winkels en parkeren.
  10. Waarom moet de Gemeente extra geld investeren in sociale woningbouw terwijl dit de taak is van de corporaties? Bij de kadernota zullen jaarlijks budgetvoorstellen worden gedaan op basis van kansrijke locaties en financiële condities en zal worden bezien in hoeverre werkkapitaal aangevuld moet worden. Is de financiële positie van de Gemeente al van dien aard dat de kadernota hiervoor genoeg ruimte biedt?
  11. Indien De Alliantie, Portaal en Omnia Wonen in het kader van de regiovorming (Woningwet) niet meer mogen investeren in Amersfoort, overweegt de Gemeente dan een eigen Woningbedrijf.
  12. Naast sociale woningbouw, zo wordt gezegd, zullen ook duurdere woningen moeten worden gerealiseerd. Op welke analyse is dit gebaseerd en wat zijn hiervan de consequenties voor de totale woningbouw op binnenstedelijke locaties?
  13. Is er over de zgn. kansrijke locaties al overleg geweest met bewoners c.q. belanghebbenden? [par. 4.7] Zo ja, wanneer en zo niet waarom niet? Hoe denkt men en/of gemeente draagvlak te krijgen, als niet op voorhand samenwerking wordt gezocht? Wat zijn de criteria geweest voor het mogelijk kansrijk zijn?
  14. De lijst kansrijke locaties is “dynamisch”. Wat zijn de criteria voor het al dan niet doorgaan? Er is sprake van een “groslijst” met zoeklocaties. Zijn de locaties die niet op de dynamische lijst zijn terecht gekomen nu definitief afgevallen?
  15. Er wordt gesproken over een zgn. “Intaketeam” en over het meegeven van randvoorwaarden aan initiatiefnemers. Welke zijn dat? Is één van die randvoorwaarden ook het vroegtijdig betrekken van bewoners, voordat er al uitgewerkte plannen zijn? Zie ook paragraaf 4.7 waarbij er sprake is van “kunnen” en “informeren” i.p.v. samenwerken.
  16. Is de positie van bewoners gelijk aan die van ontwikkelaars? Of wordt voor de laatsen de rode loper uitgelegd en hebben bewoners per definitie een achterstand in de besluitvorming?
  17. In de “Lokale Actiegroep”(paragraaf 4.5) is iedereen vertegenwoordigd, behalve …. de bewoners. Waarom?
  18. Hoe kan het dat belangrijke ecologische verbindingszônes zijn opgenomen in bijlage 4 zoals de Kop van Schothorst en de Valleikanaalzône, terwijl de laatste eerder zelfs was vervallen?
  19. Heeft de gemeente onderzocht wat bij vergaande verdichting de gevolgen zijn voor de leefbaarheid? Is er een soort norm (SMART) te bepalen?
  20. Wat wordt bedoeld met het optimaliseren van AV-locaties? Moeten wij daarbij denken aan zgn. Okselprojecten, dus het aanbouwen en optoppen van bestaande complexen? Dit heeft in het verleden voor veel onrust gezorgd. Hoe wordt de rol van zittende bewoners geborgd?
  21. Wat wordt de rol van de Raad in haar controlerende en volks vertegenwoordigende taak in deze strategie sociale woningbouw? Wanneer en hoe kunnen bewoners hierover terecht bij de Raad?
  22. In deze strategie sociale woningbouw is Vathorst West niet genoemd. Mogen wij er vanuit gaan dat deze locatie nu van de baan is?

Wij zijn van mening dat nu er nog zoveel vragen zijn, u als Raad, nog niet zondermeer akkoord kunt gaan met deze strategie sociale woningbouw. Aangezien 2 minuten veel te kort is om al deze zorgpunten aan de orde te stellen, hebben wij er voor gekozen om u vooraf onze vragen schriftelijk te doen toekomen en mede daardoor onze zorgen kenbaar te maken.

Betreft: Bijdrage Ronde Tafel Participatie 5 april

Betreft: Bijdrage Ronde Tafel Participatie 5 april

Amersfoort, 31 maart 2016

Geachte Raadsleden,

Op 5 april is er een Ronde Tafelgesprek over Participatie. Wij willen u onze gedachten daarover alvast per (openbare) brief aan u toezenden, zodat u dit kunt betrekken bij uw gesprek.

Voorzet bij procedures Ruimtelijke Ordening.

Het is altijd van belang dat voordat een RO-plan wordt opgesteld het draagvlak in buurt en/of wijk wordt getoetst. (wordt ook eis in de nieuwe Omgevingswet)

Door middel van de voorwaarde, dat een eenvoudige aanvraag voor een ontheffing en/of vergunning met vooraf fiattering door direct belanghebbende[n] [bijv. buren], wordt het mogelijk gemaakt de ontheffing en/of vergunning direct te verlenen.

Bij ruimtelijke plannen van Gemeente en/of een Ontwikkelaar zou vooraf altijd eerst een buurt/wijkonderzoek moeten plaatsvinden, waarbij gebruik gemaakt moet worden van bestaande én nieuwe structuren van de woonomgeving. Bij het onderzoek moeten de volgende vragen aan de orde komen:

  • Heeft de buurt/wijk bezwaren tegen de voorgenomen      plannen en zo ja welke?
  • Zijn de bezwaren zwaarwegend (dus een duidelijk nee      tegen de plannen)?
  • Zijn de bezwaren op te lossen door de plannen aan      te passen?
  • Is de buurt/wijk bereid mee te denken m.b.t.      voorstellen dan wel aanpassingen van de plannen?
  • Kan er een Participatiegroep gevormd worden om op      basis van gelijkwaardigheid

                de plannen nader uit te werken?

  • Welke criteria zijn van toepassing
  • Moet er een meer of minder ingrijpende bestemmingsplanwijziging      plaatsvinden?
  • Passen de plannen (globaal onderzoek) binnen de      structuurvisie qua randvoorwaarden, bestemming, hoogte etc.?
  • Zijn er milieutechnische of andere problemen      (globaal onderzoek) te verwachten?
  • Is er sprake van (grootschalige) kap dan wel      aanmerkelijk verlies van natuurwaarden?
  • Etc.

Op basis van dit buurt/wijkonderzoek wordt een rapportage gemaakt en voorgelegd aan de Raad voor een Rondetafelgesprek met ontwikkelaar en bewoners.

Afhankelijk van de uitkomsten van dit Ronde Tafelgesprek beslist de Raad:

  1. Plannen worden stopgezet. Dit gebeurt op basis van      argumenten die besproken moeten worden.
  2. De gemeente wordt gevraagd een voorstel te maken      voor een Programma van Eisen dat ter besluitvorming (peiling met      mogelijkheid tot inspreekrecht) aan de Raad wordt voorgelegd. Daarna volgt      de nadere uitwerking met participatie. Uitwerking met participatie kan      wanneer er weinig weerstand is en er bereidheid is (van alle      betrokkenen/belanghebbenden) om tot planvorming te komen. Een Programma van      Eisen is dan het toetsingskader.
  3. Plannen kunnen nader worden uitgewerkt door      Participatiegroep en Ontwikkelaar op basis van gelijkwaardigheid.      (co-creatie) Dit uitgewerkte plan wordt daarna voorgelegd aan de Raad ter      bespreking. Dit kan voor gevallen waarin veel weerstand op de voorgestelde      plannen wordt ondervonden, maar wel bereidheid is om te komen tot      planvorming op de betreffende locatie.
  4. Plannen roepen geen weerstand op en kunnen worden      uitgewerkt met de normale participatie.

Wij verzoeken u deze brief op te nemen onder de vergaderstukken van de agenda, zodat deze brief ook voor een ieder toegankelijk is.

Met vriendelijke groeten

Namens

Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort

Peter de Langen

Voorzitter

                              

Inspreken bij agendapunt Belgenmonument

Inspreken bij agendapunt Belgenmonument

Door Peter de Langen

Namens Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort (SGLA)

d.d. 8 maart 2016

Geachte Raadsleden,

Goed dat er nu een Raadsvoorstel ligt voor kaders voor de participatie ten behoeve van het herstel van het Belgenmonument. Wellicht nog beter is het amendement, dat de kaders echt invult. Dank aan de initiatiefnemers hiervan en hopelijk krijgt dit amendement ruime steun!

Wel willen wij op enkele punten nog verduidelijking vragen. In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat er geen plaats is voor horeca in de nabijheid van het monument en dat vestiging van de Vlasakkers hier niet meer aan de orde is. Dit is niet meer specifiek in de kaders opgenomen, maar wij gaan er vanuit dat het nu ook echt van de baan is. Graag nog een bevestiging.

Uit de kaders 5 en 6 van het amendement leiden wij af, dat er geen sprake is van het creëren van nieuwe zichtlijnen. Is dit een juiste conclusie?

In kader 9 wordt gesproken over bosbeheer, gericht op behoud van natuurwaarde en de recreatieve waarde. In het raadsvoorstel wordt nog gesproken over mogelijk hakhoutbeheer. Er is nog geen onderzoek naar de natuurwaarde bekend gemaakt, hoe kan dit kader goed worden ingevuld? Is hakhoutbeheer hiermee van de baan, of nog steeds een optie? Binnen dit kader kan zonder goed onderzoek eigenlijk nog van alles. Kunnen de initiatiefnemers van het amendement nog toelichten hoe dit precies moet worden opgevat?

Tot slot kader 12. Wij refereerden al aan het ontbreken van onderzoeken. De participatie staat (weer) onder tijdsdruk, als er eind mei al besluitvorming moet zijn. Kan er voor gezorgd worden dat alle nu al bekende informatie voor iedereen toegankelijk wordt gemaakt, bijvoorbeeld met een projectpagina op de website.

Het is nog wat fijn slijperij, maar wij zijn erg blij met het initiatief van de Raad om er voor te zorgen dat er een raadsvoorstel kwam en nu ook zeer verheugd dat een aantal partijen hun kader stellende taak goed op zich genomen hebben. Daarvoor veel dank.

Betreft: Peilnota Verkenning verkoop, ontwikkeling en intensivering sportveldenSportlocatie

Betreft: Peilnota Verkenning verkoop, ontwikkeling en intensivering sportveldenSportlocatie

Amersfoort, 8 februari 2016

Geachte raadsleden,

Dinsdag 9 februari vindt een rondetafelgesprek plaats over de verkennende notitie betreffende de verkoop, ontwikkeling en intensivering van sportvelden. Het college heeft hiervoor een peiling-document met bijlage opgesteld. Een duidelijk document waarin een aantal denkrichting is weergegeven.

De SGLA wacht met belangstelling de te voeren gesprekken af. Wel willen wij bij enkele locaties kanttekeningen plaatsen die tijdens de te voeren discussie een rol kunnen spelen. Het betreft de speelvelden van APWC, Amsvorde en van v.v. Hooglanderveen.

Of de velden van APWC een geschikte locatie vormen voor woningbouw, vergt nog veel onderzoek en breed overleg met de betreffende vereniging en andere organisaties – met name in de Kruiskamp – die van de velden gebruikmaken. De SGLA is van mening dat een discussie over eventuele woningbouw op het APWC-terrein of op een deel daarvan, integraal moet worden gevoerd. Hiermee bedoelen wij dat de consequenties van woningbouw op deze plaats moeten worden bestudeerd in samenhang met de beoogde woningbouw aan de Keerkring. Meer woningbouw, naast de nu al geplande, levert extra problemen op ten aanzien van de verkeersbelasting in de omgeving, een grotere aanslag op de fietsveiligheid rond de hoofd-fietsroute vanuit het centrum naar Amersfoort-Noord, etc. Vooralsnog zien wij een extra woningbouw locatie op deze plek niet zitten.

De locatie Amsvorde/Nimmerdor heeft een belangrijke groenfunctie in het gebied. Aan deze kant is al eens een bouwlocatie toegevoegd die destijds al veel discussie heeft opgeleverd. Wij begrijpen ook niet dat de argumentatie alleen maar lijkt te gaan over woningbouwlocaties, maar nauwelijks over de betekenins voor de buurt. In de Nota wordt gezegd: “Amsvorde is een middelgrote vereniging en de jeugdleden komen voor aan groot deel uit de buurt. Het sportpark Nimmerdor maakt onderdeel uit van een groot aaneengesloten recreatief gebied Nimmerdor. Het weghalen van deze sportfunctie zou afbreuk doen aan het gemengde karakter van dit recreatieve gebied.” Deze argumenten geven voor de SGLA de doorslag om ook deze locatie niet als woningbouwlocatie te wensen.

In de bijlage bij de collegenotitie worden opmerkingen gemaakt over andere sportvelden in onze stad. Een van de opmerkingen (pagina 11) luidt: ‘Sportpark Fithorst / Hooglanderveen. Dit zou een goede locatie voor woningbouw kunnen zijn.’ Hierover is veel op te merken maar wij beperken ons op dit moment tot de vaststelling dat de sportvelden van v.v. Hooglanderveen en Fithorst onderdeel vormen van de zogenaamde ‘Groene Zoom’ rondom het dorp Hooglanderveen. Dit begrip is in het verleden al veel geweld aangedaan. Indien de sportvoorzieningen Fithorst/Hooglanderveen alsnog een woningbouwbestemming zouden krijgen, verspeelt het Amersfoortse gemeentebestuur zijn geloofwaardigheid en betrouwbaarheid ten opzichte van de bewoners van Hooglanderveen en anderen totaal. Wij houden het er vooreerst maar op dat de opstellers van de notitie slachtoffer zijn enig gebrek aan historisch besef ten aanzien van de Vathorster geschiedenis!

Met vriendelijke groeten

Namens

Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort

Peter de Langen

voorzitter

                              

Raphael Smit

vicevoorzitter  

Zienswijze Ontwerp Bestemmingsplan Westelijke Ontsluiting

Gemeenteraad van Amersfoort

t.a.v. Mevrouw K.E. Vlaar-Zijderveld

Postbus 4000

3800 EA Amersfoort

Betreft: Zienswijze Ontwerp Bestemmingsplan Westelijke Ontsluiting

Amersfoort, 18 januari 2016

Geachte Dames, Heren,

De SGLA

De vereniging SGLA is een koepel van belangengroeperingen in de stad Amersfoort die onder meer als doelstelling heeft: “ … de bevordering en bescherming van de kwaliteit van het woon- en leefklimaat, het behouden en het verbeteren van de natuur -, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, de flora en de fauna, de kwaliteit van het milieu waaronder de lucht, het geluid, de bodem en het water en de gezondheid van mensen en een goede ruimtelijke ordening, waaronder begrepen de problematiek rond verkeersafwikkeling en parkeren, alles in de ruimste zin des woords”.

Bezwaar

De Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort, hierna SGLA, maakt bezwaar tegen het Ontwerp Bestemmingsplan en de Verbeelding. Wij zullen dit bezwaar toelichten en ingaan op:

  1. De gehouden participatie
  2. De vooroverlegnota op het Wettelijke vooroverleg
  3. Het Verkeersmodel
  4. De Nee-tenzij toets
  5. Het Ontwerp Bestemmingsplan, inclusief onderliggende rapporten

Ad 1. De gehouden participatie

Wij zijn van mening dat de gehouden participatie niet voldoet aan het gemeentelijk participatiebeleid en de randvoorwaarden van 2011 en 2013. Daarom hebben wij, zoals u bekend, een klacht ingediend bij de Nationale Ombudsman. De inhoud van klacht dient hier als herhaald en ingelast beschouwd te worden. Wij verzoeken de reactie van de Nationale Ombudsman te betrekken bij de vaststelling van het Bestemmingsplan.

Wij wachten de nadere reactie van de Nationale Ombudsman af en verzoeken u dat ook te doen.

Ad 2. De vooroverlegnota op het Wettelijke Vooroverleg

De SGLA heeft in het kader van het vooroverleg een reactie gegeven op de verschillende randvoorwaarden. In de vooroverlegnota heeft u hierop gereageerd. U bent van mening dat aan alle randvoorwaarden is voldaan, en waar dit niet het geval is u deze expliciet aan de Gemeenteraad heeft voorgelegd in het raadsbesluit van 24 november 2015. Tot onze verbazing is vervolgens de conclusie getrokken, dat de randvoorwaarden kunnen vervallen. Hierdoor ontstaat de vreemde situatie dat u de Randvoorwaarden van 2011 expliciet opneemt in een contract met Defensie en niet meer in het Ontwerp Bestemmingsplan. Wij achten dit in strijd met de algemene beginselen van zorgvuldig bestuur, met name met betrekking tot het rechtszekerheidsbeginsel. De overheid moet haar besluiten zó formuleren dat de burger precies weet waar hij aan toe is en/of wat de overheid van hem verlangt. Bovendien moet de overheid de geldende rechtsregels juist en consequent toepassen. Met name het consequent toepassen van de randvoorwaarden is hier in het geding. Wat voor de ene partij geldt moet ook voor de andere partij, in casu de burger gelden. De Randvoorwaarden dienen dan ook onverkort gehandhaafd te blijven.

Wij delen uw conclusie niet dat aan alle randvoorwaarden is voldaan. Wij hebben dit in het kader van het vooroverleg al toegelicht. Wij handhaven onze bezwaren zoals wij hebben ingediend in het kader van het vooroverleg. Wij verzoeken u deze hier eveneens als herhaald en ingelast te beschouwen.

Wij vinden de beantwoording op onze reactie in het kader van het vooroverleg onder de maat. Wij hebben getracht uitvoerig in te gaan op dit omvangrijke project. In de beantwoording wordt vaak summier gereageerd met aanduiding dat dit later in het kader van het Ontwerp Bestemmingsplan zal worden toegevoegd. Het doel van het vooroverleg is juist om de volledigheid te controleren. Bovendien zou de vooroverlegnota dan de leemtes goed moeten invullen. Een simpele verwijzing naar de nadere toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is ons inziens onvoldoende. Wij handhaven daarom alle gestelde vragen en opmerkingen en verzoeken u alsnog expliciet te reageren.

Wij maken bezwaar in ieder geval, doch niet uitsluitend, tegen het niet voldoen aan de volgende randvoorwaarden:

  • De nut en noodzaak is niet bewezen.
  • De Ladder van Verdaas is niet consequent uitgevoerd.
  • Er is onvoldoende duidelijkheid over de definitie van sluipverkeer.
  • De onderbouwing van het verkeersmodel is niet correct.
  • Bij de tracékeuze is geen rekening gehouden met de gevolgen van de verwachte toename voor het verkeer op de Amsterdamseweg, Birkstraat en Stichtse Rotonde.
  • De afweging op het gebied van Ecologie, Cultuurhistorie, Landschap, Natuur, Geluid, Milieu etc. is onevenwichtig en onvolledig geweest, waarbij vrijwel alleen het belang van de doorstroming een rol heeft gespeeld in de besluitvorming.
  • De gekozen oplossing voldoet niet aan de randvoorwaarde dat het plan moet leiden tot een verbetering voor alle inwoners, verkeersdeelnemers en gebruikers van de natuur.
  • De compensatie voor ecologische schade vindt niet in het gebied zelf of in Amersfoort plaats.
  • De oplossing leidt niet tot behoud en/of verbetering van het woon- en leefklimaat in de aangrenzende buurten.
  • Er wordt onvoldoende rekening gehouden met het beschermd stadsgezicht Bergkwartier.
  • Het tracé wordt niet adequaat en landschappelijk ingepast, het vormt een barrière tussen de woonwijken en het groene gebied en er worden geen of onvoldoende groene verbindingen gemaakt.
  • Na de val van het College en de start van het nieuwe College heeft geen participatie meer plaatsgevonden conform het door de gemeenteraad vastgesteld beleid op het niveau van adviseren én de Nota van Randvoorwaarden.
  • Het is volstrekt onduidelijk op welke wijze het belang van een goed functionerend openbaar vervoer betrokken is bij de afwegingen.

 

Ad 3. Het Verkeersmodel

In het kader van een WOB-procedure hebben wij deels de nadere onderbouwing van het verkeersmodel ontvangen. Dit was voor ons aanleiding om een second opinion te laten uitvoeren op de onderbouwing van het model. In deze second opinion wordt ingegaan op het realiteitsgehalte van de onderliggende cijfers. De bijdrage van Techxess Group B.V., d.d. 12 mei 2015 is inmiddels in uw bezit. Wij verzoeken u deze hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

Met betrekking tot de onderbouwing willen wij ook op detail nader ingaan. Wij zijn van mening dat de input van een verkeersmodel, dat tot 2025 gaat en bepalend is voor het onderhavige plan, moet zijn gebaseerd op bestaande plannen en voorgenomen plannen waarover besluitvorming is genomen. In de berekeningen kan o.i. geen rekening worden gehouden met vage ideeën of plannen temeer omdat de Raad specifieke plannen in de “ijskast” heeft gezet. Daarnaast heeft de Provincie Utrecht maatregelen aangekondigd tegen de leegstand van kantoren, die in Amersfoort spectaculair hoog is (circa 20-25%). Het is onduidelijk op welke wijze rekening is gehouden met niet ingevulde arbeidsplaatsen door leegstand, waarvan de kantoorbestemming nu zelfs ongedaan gemaakt dient te worden.

Wij zijn daarom van mening dat de aantallen inwoners en arbeidsplaatsen, in de onderbouwing van onderstaande tabel, moeten worden aangepast:

  1. Vathorst West het aantal inwoners van 3.355 verwijderen, wegens ontbreken bestemmingsplan en de expliciete uitspraak in 2010 van de Gemeenteraad voor dit gebied voorlopig geen plannen te ontwikkelen.

Van de volgende aantallen, die wij niet herkennen van enige besluitvorming, vragen wij in ieder geval om nadere onderbouwing. Zowel op basis van ruimtelijke plannen als op realiteitsgehalte:

  1. Stadhuisplein, een toename t.o.v. model 2011 van de arbeidsplaatsen met 329. Waarop is dit gebaseerd?
  2. Smallepad, arbeidsplaatsen toename 609. Is de verwachting dat het gebouw Kade alsnog verhuurd gaat worden en zo ja, waarop is deze verwachting gebaseerd? Ook het gebouw van De Amersfoortse verzekeringen (12.000m²) wordt via het Smalle pad ontsloten en staat leeg, het aantal arbeidsplaatsen dient dus naar beneden te worden bijgesteld in plaats van te stijgen.
  3. Uraniumweg, arbeidsplaatsen toename 1087 t.o.v. model 2011, maar ook een toename van 1287 t.o.v. huidig aantal arbeidsplaatsen. Waarop zijn deze aantallen gebaseerd?
  4. Geldersestraat, inwoners toename t.o.v. model 2011 én de huidige situatie van 1384, arbeidsplaatsen afname van 404. Wij vragen ons af waarop dit is gebaseerd? Voor zover ons bekend bestaat hierover geen besluitvorming.
  5. Chromiumweg, een toename van de arbeidsplaatsen van de huidige situatie én model 2011 met 1774, waarop is dit gebaseerd?
  6. Birkhoven-Bokkeduinen, t.o.v. model 2011 is er een toename inwoners 324 en toename arbeidsplaatsen 231 voorzien. Dit kunnen wij niet plaatsen. Waarop is dit gebaseerd?
  7. Vlasakkers, toename t.o.v. model 2011 het aantal arbeidsplaatsen 327. Graag een onderbouwing van deze aanname!
  8. Park Schothorst Zuid, toename t.o.v. model 2011 én de huidige situatie het aantal arbeidsplaatsen met 214. In het park? Gaarne toelichting.
  9. Park Schothorst Noord, is sprake van nieuwe arbeidsplaatsen 25. In het park? Gaarne meer duidelijkheid.
  10. De Hoef West, t.o.v. model 2011 is er een toename arbeidsplaatsen 288. Er is nu veel leegstand, wat is realiteitsgehalte van dit aantal?
  11. De Hoef Oost, is bijgesteld t.o.v. de verwachtingen in model 2011, maar t.o.v. de huidige situatie een stijging van de arbeidsplaatsen met 895. Er is nu veel leegstand, Hoe reëel is genoemd aantal?
  12. De Wieken, toename aantal arbeidsplaatsen t.o.v. de huidige situatie met 1366. De Wieken is grotendeels transport en opslag, relatief weinig arbeidsplaatsen, veel vrachtverkeer. Hoe komt u dan aan dit aantal arbeidsplaatsen?
  13. Vinkenhoef, arbeidsplaatsen 909. Deze locatie moet nog grotendeels worden ontwikkeld. Wat is realiteitsgehalte dat dit gebied ontwikkeld is in 2025?
  14. Podium, het aantal arbeidsplaatsen is voorzien op 1685. Er is een geraamde plancapaciteit van 113.620 m2 kantooroppervlakte voorzien, dat nog grotendeels moet worden ontwikkeld. In de Thematische Structuurvisie Kantoren, hierna te noemen TSK, is de plancapaciteit teruggebracht naar 57.00 m2 bvo. Dit heeft uiteraard consequenties voor het aantal arbeidsplaatsen. De arbeidsplaatsen die waren opgenomen in deze gebieden dienen te worden aangepast aan de nieuwe situatie.
  15. Hooglanderveen/Laak 3 de beoogde plancapaciteit voor kantoorruimte van 15.000 m2 bvo is in het kader van de TSK volledig gereduceerd tot nul. Deze reductiedient dus in het verkeersmodel te worden aangepast.
  16. Het Stationsgebied, bestaande uit de deelgebieden Trapezium, Eemcentrum en Oliemolenkwartier, heeft een beoogde plancapaciteit van 138.481 m2 bvo. In het kader van de TSK wordt dit teruggebracht naar 57.000 m2 bvo. Het verkeersmodel moet hiervoor ook worden aangepast.

Overige vragen met betrekking tot het verkeersmodel:

  1. Is rekening gehouden met steeds grotere leegstand van kantoren, zoals bijvoorbeeld de verhuizing uit Amersfoort van AKZO Nobel, Achema en de Amersfoortse en andere grote bedrijven? Bron: http://www.otnl.nl/berichten/bericht/2014/04/amersfoortse-kantorenmarkt-beoordeeld-door-rics-taxateurs-onafhankelijke-taxateurs-nederland.html Gaarne exact aangeven welke bedrijven zijn vertrokken in combinatie met het aantal arbeidsplaatsen, met daarbij de consequenties voor de input van het verkeersmodel.
  2. Hoeveel m2 bvo bedraagt de huidige leegstand van kantoren, om hoeveel arbeidsplaatsen gaat het, hoe zijn die verwerkt in het verkeersmodel?

Wij verzoeken het verkeersmodel bij te stellen naar reële aantallen en dan opnieuw berekeningen uit te voeren. De aldus verkregen nieuwe onderbouwing van het verkeersmodel dient expliciet te worden voorgelegd als onderbouwing van het bestemmingsplan. Wij verwachten dat dan zal blijken dat de nut en noodzaak van een nieuw aan te leggen tracé niet kan worden onderbouwd. Een herijking volgens de ladder van Verdaas is vervolgens ons inziens noodzakelijk. Naar onze mening zal dit leiden tot stap 6 van deze ladder: Het uitvoeren van aanpassingen aan de bestaande infrastructuur, zoals deze ook zijn voorgesteld in variant 2b, ook wel de bewonersvariant genoemd. Zeker nu uit de SMB blijkt dat alle varianten als oplossing voldoen.

Dit sluit ook aan bij de voortgangsrapportage regionaal maatregelenpakket Verder, UVVB 26 november 2014. Deze rapportage geeft als één van de hernieuwde spelregels aan “De uitvoering van maatregelen dient sober en doelmatig te gebeuren”.

Wij hebben ook een second opinion laten uitvoeren naar de nut en noodzaak van de Westelijke Ontsluiting. Dit onderzoek van XTNT is inmiddels ook bij u bekend. Wij verzoeken ook dit rapport hier als herhaald en ingelast te beschouwen en hierop te reageren. Ook op basis van deze second opinion constateren wij dat de nut en noodzaak niet overtuigend kan worden vastgesteld.

Tot slot. Onlangs is bekend geworden dat het aantal extra treinen op traject Harderwijk-Amsterdam/Utrecht met minimaal 5 jaar is vertraagd. Pas na 2020 start een onderzoek of de invoering van de kwartierdienst alsnog haalbaar is. Dit betekent dat het aantal van 4 sprinters per uur extra, zoals is voorzien in de verkeersberekeningen, naar beneden kan worden bijgesteld. De verwachte sluitingstijd van de spoorwegovergang zal dus niet veel afwijken van de huidige sluitingstijd. Ook dat heeft gevolgen voor de onderbouwing van de nut en noodzaak van het huidige voorgestelde tracé.

Alles overwegende komt de SGLA tot de conclusie dat de nut en noodzaak niet kan worden aangetoond en daarmee de basis voor het bestemmingsplan komt te vervallen.

Ad 4. De Nee-tenzij toets.

Het Utrechtse EHS-beleid is vastgelegd in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS). In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) zijn de regels opgenomen waaraan ruimtelijke plannen van gemeenten moeten voldoen. Hoofdlijn is daarbij dat nieuwe ontwikkelingen in de EHS per saldo niet mogen leiden tot een significante aantasting van de EHS, tenzij er een groot openbaar belang is én alternatieven ontbreken.

Wij zijn van mening dat er sprake is van een significante aantasting van de Ecologische Hoofdstructuur door de grootschalige aantasting van het bosgebied Birkhoven in de vorm van oppervlakteverlies 5,8ha.

In de toelichting op het plan wordt enerzijds gesteld dat met alle plusmaatregelen geen sprake meer is van significante aantasting. Echter niet is aangetoond dat het oppervlakteverlies volledig ongedaan gemaakt wordt. Bovendien wordt in de toelichting op het plan herhaaldelijk gesproken over compensatiemaatregelen, hetgeen impliceert dat per definitie sprake is van significante aantasting. Om die reden had de Nee-tenzij vraag dan ook met Nee beantwoord moeten worden. Daarbij stellen wij vast dat in de SMB wordt geconcludeerd dat ook variant 2 (nul+variant als oplossing voldoet).

Tevens zijn wij van mening dat niet overtuigend kan worden aangetoond, dat er sprake is van een groot openbaar belang, immers de nut en noodzaak van de Westelijke Ontsluiting kan niet worden aangetoond. De Provinciale Verordening geeft verder aan dat het belangrijk is, om na te gaan of er reële alternatieve oplossingen zijn voor de activiteit en om dit goed te onderbouwen. Deze alternatieven moeten dan minder of geen negatieve effecten hebben voor de wezenlijke waarden en kenmerken van de EHS. Bij alternatieven kan het zowel gaan om een andere oplossing voor dezelfde ruimtelijke opgave met hetzelfde doel of resultaat als om een andere plek voor hetzelfde ruimtelijke project. De Provincie stelt: Breng daarbij ook de consequenties in beeld van de nuloptie als het project helemaal niet gerealiseerd kan worden. Hulpvragen kunnen zijn:

  • Is een andere invulling van de      activiteit mogelijk? Zijn er andere locaties mogelijk (ook buiten de regio      of buiten de landsgrenzen)?
  • Zijn er andere oplossingen mogelijk      waarmee het doel van de activiteit te bereiken is?

Wij constateren dat er een alternatief aanwezig is, namelijk de variant 2b, zijnde de bewonersvariant. Met deze variant kan door aanpassingen aan het huidige wegtracé de bestaande infrastructuur worden verbeterd. Op basis van deze conclusie zijn wij van mening dat de voorgestelde variant 7b in strijd is met het Utrechtse EHS-beleid en derhalve niet kan worden uitgevoerd. Daar komt bij dat ten onrechte wordt gesteld dat het plan geen gevolgen zal hebben voor de in de nabijheid van het plangebied gelegen Natura2000 gebieden omdat deze polder geen stikstofgevoelige habitats bergt. Er zijn namelijk ook vogelsoorten (waarvoor het gebied primair is aangewezen) die (zeer) gevoelig zijn voor een toename van stikstof.

Uit de Strategische Milieubeoordeling blijkt: “Kijken we naar het totaal aan milieueffecten, dan komen de varianten 2, 3 en in mindere mate 4C, als beste uit de bus”. Nu er dus een beter alternatief aanwezig is én de nut en noodzaak niet kan worden vastgesteld, concluderen wij dat variant 7b niet voldoet aan het Nee-tenzij regime van de Provinciale Verordening. Wij zijn van mening dat er een aparte, onafhankelijke, MER-beoordeling had moeten plaatsvinden.

 

Ad 5. Het bestemmingsplan, inclusief toelichting en onderliggende rapporten

Wij constateren allereerst dat het Ontwerp Bestemmingsplan in strijd is met het Utrechtse EHS-Beleid en er derhalve geen juridische basis is voor het bestemmingsplan.

Bovendien constateren wij, voor zover u het bestemmingsplan toch zou willen doorzetten, alle maatregelen ook juridisch geborgd dienen te zijn. Voor zover wij hebben kunnen vaststellen is dit o.a. niet het geval met betrekking tot:

  • Er is geen juridische borging voor het uitvoeren van de voorgestelde compensatie en noodzakelijke ecologische maatregelen.
  • Er is geen duidelijkheid over de te nemen geluidmaatregelen.
  • Er is geen duidelijkheid over de maximale bouwhoogten van de verschillende kunstwerken.
  • Het ecologische onderzoek is niet volledig en op onderdelen niet overeenkomstig de daarvoor geldende protocollen en richtlijnen uitgevoerd. Bijvoorbeeld: de waardevolle heidestrook langs de Stichtse Rotonde maakt geen deel uit van het "Onderzoeksgebied Stichtse Rotonde'. Daarmee zijn de natuurwaarde-effecten van het verwijderen van de breedste strook heide aan de Stichtse Rotonde (tussen de kruising met de Daam Fockemalaan en de hoek van de Utrechtseweg) niet onderzocht. Deze strook maakt ook nog eens deel uit van het rijksmonument "Tuin Belgenmonument", dat is genegeerd bij het tracé-ontwerp/ontwerp-bestemmingsplan.
  • Er is nog geen overeenstemming met alle partijen voor de aankoop van benodigde grond(en).
  • Ook is geen risicoanalyse gemaakt van de te verwachten onderzoekskosten voor archeologisch onderzoek en het onderzoek naar niet-gesprongen explosieven.
  • Het plan bevat geen invulling van de waterberging die ontstaat.
  • Er is nog geen overeenstemming voor een nieuwe locatie voor Restaurant De Vlasakkers, laat staan dat deze in een bestemmingsplan is opgenomen.
  • Er is nog geen duidelijkheid over locatie voor de benodigde parkeerplaatsen van Dierenpark Amersfoort. In het bestemmingsplan zijn zelfs 2 locaties opgenomen. Dit is juridisch niet toegestaan. De bouw van de parkeergarage was niet voorzien en er zijn geen afspraken gemaakt over het kostenverhaal. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van het plan niet aangetoond. Ook bevat het Ontwerp Bestemmingsplan geen parkeernormen voor het parkeren bij AMHC / AV Triatlon / Bosbad.

Er is besluitvorming voorzien voor het inrichten van noodopvang voor vluchtelingen naast de bestaande AZC. Wij hebben geen bezwaar tegen de voorziening aldaar. Wel constateren wij dat hiermee geen rekening is gehouden in de huidige onderzoeken. Wij verzoeken aanvullende onderzoeken te doen op het gebied van Milieu, Lucht, Gezondheid en Geluid.

In onze reactie op het Voorontwerp Bestemmingsplan hebben wij gereageerd op de toen voorliggende rapporten. Wij verzoeken onze reactie in dat kader hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

Wij maken bezwaar tegen het doorsnijden van het Beschermd Stadsgebied De Berg en de aantasting van rijksmonumenten. Dit is ook in strijd met de Randvoorwaarden. De aantasting van het kloosterterrein van het Onze Lieve Vrouwe ter Eem en sloop van de portierswoning wordt ondergeschikt gemaakt aan het belang van het aanleggen van de Westelijke Ontsluiting, terwijl daarvan de nut en noodzaak niet vastgesteld kan worden. Wij constateren dat de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit twijfels heeft over een goede inpassing van de “compensatiewoning”. Wij constateren dat niet voldaan wordt aan het principe “er mag slechts inbreuk worden gemaakt op cultuurhistorische waarden als er geen alternatieven voorhanden zijn”. Wij zijn van mening dat er wel alternatieven voorhanden zijn die geen schade toebrengen aan de cultuurhistorie en dat de uitwerking van de Westelijke Ontsluiting in strijd is met het “Nee-tenzij”-principe. Wij zijn het eens met de reactie van Amvest in het kader van het vooroverleg met betrekking tot het onderdeel “Grote inbreuk op monumentale waarden”.

Wij achten de doorsnijding van het kloosterterrein in strijd met toetsingskader 4.4.1 van het Toetsingskader Beschermd Stadsgebied: “niet alleen de vraag wordt gesteld of de voorgestelde wijzigingen het karakter van het gebied in stand houden, maar ook of de voorgenomen wijzigingen het architectonisch karakter van het pand voldoende in tact laten.”

Wij maken ook bezwaar tegen de aantasting van het Belgenmonument. Het voorgestelde wegtracé tast dit rijksmonument aan, want het tracé loopt over de rijks monumentale tuin." Ter toelichting: het Belgenmonument-complex bestaat uit drie rijksmonumenten: de tuin van acht hectare (monumentnummer 517656), de herdenkingsmuur (monumentnummer 517655) en het hoofdgebouw (monumentnummer 517654). Wij constateren dat zelfs enige verantwoording over dit rijksmonument in het Ontwerp Bestemmingsplan geheel ontbreekt.
Wij handhaven onze bezwaren tegen het feit dat de geluidhinder niet cumulatief wordt beoordeeld en blijven van mening dat rekening dient te worden gehouden met een maximale grenswaarde van 48dB. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de motie “Niemand mag er op achteruitgaan”. Wij volgen uw redenering niet over geluidschermen in de vooroverlegnota met betrekking tot de Beroemde Vrouwenbuurt.

Wij handhaven de bezwaren tegen het vaststellen van hogere grenswaarden.

Wij constateren afwijkingen in de diverse rapporten over de gevolgen voor de luchtkwaliteit. Wij maken daarom op basis hiervan bezwaar tegen dit Ontwerp Bestemmingsplan.

De beantwoording van onze vragen over de BER in de vooroverlegnota vinden wij ondermaats. Wij verzoeken u onze vragen expliciet te beantwoorden, inclusief het verstrekken van een bomenbalans. Wij zijn en blijven van mening dat de nut en noodzaak van de Westelijke Ontsluiting niet kan worden aangetoond en dat er een milieuvriendelijker alternatief aanwezig is. Wij vragen u nogmaals variant 2B verder uit te werken om een vergelijking mogelijk te maken.

Wij handhaven onze eerdere bezwaren met betrekking tot de maatregelen natuurcompensatie en verzoeken die hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

Economische Uitvoerbaarheid. Er ontbreekt inzicht in een feitelijke economische uitvoerbaarheid.

Regels Bestemmingsplan:

  • Op verzoek van Prorail heeft u artikel 11.1 uitgebreid met “een fietsbrug/wegviaduct ter plaatse van de aanduiding fietsbrug/wegviaduct” Wij begrijpen deze aanpassing niet en vragen ons af of de aanduiding “optioneel” niet in tegenspraak is met de te bieden rechtszekerheid van een bestemmingsplan.
  • Wij constateren dat in de Regels veel zaken nog niet expliciet zijn geregeld. Wij maken daartegen bezwaar.
  • Wij handhaven ook onze bezwaren met betrekking tot de Regels, zoals wij deze hebben ingediend in het kader van het vooroverleg en voor zover deze niet zijn gehonoreerd.

Wij sluiten ons aan bij de zienswijze zoals ingediend door het Buurtcomité Beroemde Vrouwen en verzoeken dat hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

Tot slot, zoals u bekend hebben wij een verzoek gedaan op de Wet Openbaarheid van Bestuur. Het kan zijn dat de verkregen informatie ons aanleiding geeft tot een aanvullende zienswijze. Nu u de termijn voor de openbaarmaking heeft verlengd, kunnen wij de informatie niet tijdig meenemen. Wij behouden ons het recht voor om dit in een later stadium alsnog te doen.

Uit onze zienswijze kunt u afleiden dat wij het Ontwerp Bestemmingsplan en de Verbeelding afwijzen. Wij verzoeken u het Ontwerp Bestemmingsplan en Verbeelding in te trekken.

Met vriendelijke groeten,

Namens de Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort

P.L. de Langen

Voorzitter

R.Smit

Vicevoorzitter