Zienswijze Ontwerp Bestemmingsplan Westelijke Ontsluiting

Gemeenteraad van Amersfoort

t.a.v. Mevrouw K.E. Vlaar-Zijderveld

Postbus 4000

3800 EA Amersfoort

Betreft: Zienswijze Ontwerp Bestemmingsplan Westelijke Ontsluiting

Amersfoort, 18 januari 2016

Geachte Dames, Heren,

De SGLA

De vereniging SGLA is een koepel van belangengroeperingen in de stad Amersfoort die onder meer als doelstelling heeft: “ … de bevordering en bescherming van de kwaliteit van het woon- en leefklimaat, het behouden en het verbeteren van de natuur -, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, de flora en de fauna, de kwaliteit van het milieu waaronder de lucht, het geluid, de bodem en het water en de gezondheid van mensen en een goede ruimtelijke ordening, waaronder begrepen de problematiek rond verkeersafwikkeling en parkeren, alles in de ruimste zin des woords”.

Bezwaar

De Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort, hierna SGLA, maakt bezwaar tegen het Ontwerp Bestemmingsplan en de Verbeelding. Wij zullen dit bezwaar toelichten en ingaan op:

  1. De gehouden participatie
  2. De vooroverlegnota op het Wettelijke vooroverleg
  3. Het Verkeersmodel
  4. De Nee-tenzij toets
  5. Het Ontwerp Bestemmingsplan, inclusief onderliggende rapporten

Ad 1. De gehouden participatie

Wij zijn van mening dat de gehouden participatie niet voldoet aan het gemeentelijk participatiebeleid en de randvoorwaarden van 2011 en 2013. Daarom hebben wij, zoals u bekend, een klacht ingediend bij de Nationale Ombudsman. De inhoud van klacht dient hier als herhaald en ingelast beschouwd te worden. Wij verzoeken de reactie van de Nationale Ombudsman te betrekken bij de vaststelling van het Bestemmingsplan.

Wij wachten de nadere reactie van de Nationale Ombudsman af en verzoeken u dat ook te doen.

Ad 2. De vooroverlegnota op het Wettelijke Vooroverleg

De SGLA heeft in het kader van het vooroverleg een reactie gegeven op de verschillende randvoorwaarden. In de vooroverlegnota heeft u hierop gereageerd. U bent van mening dat aan alle randvoorwaarden is voldaan, en waar dit niet het geval is u deze expliciet aan de Gemeenteraad heeft voorgelegd in het raadsbesluit van 24 november 2015. Tot onze verbazing is vervolgens de conclusie getrokken, dat de randvoorwaarden kunnen vervallen. Hierdoor ontstaat de vreemde situatie dat u de Randvoorwaarden van 2011 expliciet opneemt in een contract met Defensie en niet meer in het Ontwerp Bestemmingsplan. Wij achten dit in strijd met de algemene beginselen van zorgvuldig bestuur, met name met betrekking tot het rechtszekerheidsbeginsel. De overheid moet haar besluiten zó formuleren dat de burger precies weet waar hij aan toe is en/of wat de overheid van hem verlangt. Bovendien moet de overheid de geldende rechtsregels juist en consequent toepassen. Met name het consequent toepassen van de randvoorwaarden is hier in het geding. Wat voor de ene partij geldt moet ook voor de andere partij, in casu de burger gelden. De Randvoorwaarden dienen dan ook onverkort gehandhaafd te blijven.

Wij delen uw conclusie niet dat aan alle randvoorwaarden is voldaan. Wij hebben dit in het kader van het vooroverleg al toegelicht. Wij handhaven onze bezwaren zoals wij hebben ingediend in het kader van het vooroverleg. Wij verzoeken u deze hier eveneens als herhaald en ingelast te beschouwen.

Wij vinden de beantwoording op onze reactie in het kader van het vooroverleg onder de maat. Wij hebben getracht uitvoerig in te gaan op dit omvangrijke project. In de beantwoording wordt vaak summier gereageerd met aanduiding dat dit later in het kader van het Ontwerp Bestemmingsplan zal worden toegevoegd. Het doel van het vooroverleg is juist om de volledigheid te controleren. Bovendien zou de vooroverlegnota dan de leemtes goed moeten invullen. Een simpele verwijzing naar de nadere toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is ons inziens onvoldoende. Wij handhaven daarom alle gestelde vragen en opmerkingen en verzoeken u alsnog expliciet te reageren.

Wij maken bezwaar in ieder geval, doch niet uitsluitend, tegen het niet voldoen aan de volgende randvoorwaarden:

  • De nut en noodzaak is niet bewezen.
  • De Ladder van Verdaas is niet consequent uitgevoerd.
  • Er is onvoldoende duidelijkheid over de definitie van sluipverkeer.
  • De onderbouwing van het verkeersmodel is niet correct.
  • Bij de tracékeuze is geen rekening gehouden met de gevolgen van de verwachte toename voor het verkeer op de Amsterdamseweg, Birkstraat en Stichtse Rotonde.
  • De afweging op het gebied van Ecologie, Cultuurhistorie, Landschap, Natuur, Geluid, Milieu etc. is onevenwichtig en onvolledig geweest, waarbij vrijwel alleen het belang van de doorstroming een rol heeft gespeeld in de besluitvorming.
  • De gekozen oplossing voldoet niet aan de randvoorwaarde dat het plan moet leiden tot een verbetering voor alle inwoners, verkeersdeelnemers en gebruikers van de natuur.
  • De compensatie voor ecologische schade vindt niet in het gebied zelf of in Amersfoort plaats.
  • De oplossing leidt niet tot behoud en/of verbetering van het woon- en leefklimaat in de aangrenzende buurten.
  • Er wordt onvoldoende rekening gehouden met het beschermd stadsgezicht Bergkwartier.
  • Het tracé wordt niet adequaat en landschappelijk ingepast, het vormt een barrière tussen de woonwijken en het groene gebied en er worden geen of onvoldoende groene verbindingen gemaakt.
  • Na de val van het College en de start van het nieuwe College heeft geen participatie meer plaatsgevonden conform het door de gemeenteraad vastgesteld beleid op het niveau van adviseren én de Nota van Randvoorwaarden.
  • Het is volstrekt onduidelijk op welke wijze het belang van een goed functionerend openbaar vervoer betrokken is bij de afwegingen.

 

Ad 3. Het Verkeersmodel

In het kader van een WOB-procedure hebben wij deels de nadere onderbouwing van het verkeersmodel ontvangen. Dit was voor ons aanleiding om een second opinion te laten uitvoeren op de onderbouwing van het model. In deze second opinion wordt ingegaan op het realiteitsgehalte van de onderliggende cijfers. De bijdrage van Techxess Group B.V., d.d. 12 mei 2015 is inmiddels in uw bezit. Wij verzoeken u deze hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

Met betrekking tot de onderbouwing willen wij ook op detail nader ingaan. Wij zijn van mening dat de input van een verkeersmodel, dat tot 2025 gaat en bepalend is voor het onderhavige plan, moet zijn gebaseerd op bestaande plannen en voorgenomen plannen waarover besluitvorming is genomen. In de berekeningen kan o.i. geen rekening worden gehouden met vage ideeën of plannen temeer omdat de Raad specifieke plannen in de “ijskast” heeft gezet. Daarnaast heeft de Provincie Utrecht maatregelen aangekondigd tegen de leegstand van kantoren, die in Amersfoort spectaculair hoog is (circa 20-25%). Het is onduidelijk op welke wijze rekening is gehouden met niet ingevulde arbeidsplaatsen door leegstand, waarvan de kantoorbestemming nu zelfs ongedaan gemaakt dient te worden.

Wij zijn daarom van mening dat de aantallen inwoners en arbeidsplaatsen, in de onderbouwing van onderstaande tabel, moeten worden aangepast:

  1. Vathorst West het aantal inwoners van 3.355 verwijderen, wegens ontbreken bestemmingsplan en de expliciete uitspraak in 2010 van de Gemeenteraad voor dit gebied voorlopig geen plannen te ontwikkelen.

Van de volgende aantallen, die wij niet herkennen van enige besluitvorming, vragen wij in ieder geval om nadere onderbouwing. Zowel op basis van ruimtelijke plannen als op realiteitsgehalte:

  1. Stadhuisplein, een toename t.o.v. model 2011 van de arbeidsplaatsen met 329. Waarop is dit gebaseerd?
  2. Smallepad, arbeidsplaatsen toename 609. Is de verwachting dat het gebouw Kade alsnog verhuurd gaat worden en zo ja, waarop is deze verwachting gebaseerd? Ook het gebouw van De Amersfoortse verzekeringen (12.000m²) wordt via het Smalle pad ontsloten en staat leeg, het aantal arbeidsplaatsen dient dus naar beneden te worden bijgesteld in plaats van te stijgen.
  3. Uraniumweg, arbeidsplaatsen toename 1087 t.o.v. model 2011, maar ook een toename van 1287 t.o.v. huidig aantal arbeidsplaatsen. Waarop zijn deze aantallen gebaseerd?
  4. Geldersestraat, inwoners toename t.o.v. model 2011 én de huidige situatie van 1384, arbeidsplaatsen afname van 404. Wij vragen ons af waarop dit is gebaseerd? Voor zover ons bekend bestaat hierover geen besluitvorming.
  5. Chromiumweg, een toename van de arbeidsplaatsen van de huidige situatie én model 2011 met 1774, waarop is dit gebaseerd?
  6. Birkhoven-Bokkeduinen, t.o.v. model 2011 is er een toename inwoners 324 en toename arbeidsplaatsen 231 voorzien. Dit kunnen wij niet plaatsen. Waarop is dit gebaseerd?
  7. Vlasakkers, toename t.o.v. model 2011 het aantal arbeidsplaatsen 327. Graag een onderbouwing van deze aanname!
  8. Park Schothorst Zuid, toename t.o.v. model 2011 én de huidige situatie het aantal arbeidsplaatsen met 214. In het park? Gaarne toelichting.
  9. Park Schothorst Noord, is sprake van nieuwe arbeidsplaatsen 25. In het park? Gaarne meer duidelijkheid.
  10. De Hoef West, t.o.v. model 2011 is er een toename arbeidsplaatsen 288. Er is nu veel leegstand, wat is realiteitsgehalte van dit aantal?
  11. De Hoef Oost, is bijgesteld t.o.v. de verwachtingen in model 2011, maar t.o.v. de huidige situatie een stijging van de arbeidsplaatsen met 895. Er is nu veel leegstand, Hoe reëel is genoemd aantal?
  12. De Wieken, toename aantal arbeidsplaatsen t.o.v. de huidige situatie met 1366. De Wieken is grotendeels transport en opslag, relatief weinig arbeidsplaatsen, veel vrachtverkeer. Hoe komt u dan aan dit aantal arbeidsplaatsen?
  13. Vinkenhoef, arbeidsplaatsen 909. Deze locatie moet nog grotendeels worden ontwikkeld. Wat is realiteitsgehalte dat dit gebied ontwikkeld is in 2025?
  14. Podium, het aantal arbeidsplaatsen is voorzien op 1685. Er is een geraamde plancapaciteit van 113.620 m2 kantooroppervlakte voorzien, dat nog grotendeels moet worden ontwikkeld. In de Thematische Structuurvisie Kantoren, hierna te noemen TSK, is de plancapaciteit teruggebracht naar 57.00 m2 bvo. Dit heeft uiteraard consequenties voor het aantal arbeidsplaatsen. De arbeidsplaatsen die waren opgenomen in deze gebieden dienen te worden aangepast aan de nieuwe situatie.
  15. Hooglanderveen/Laak 3 de beoogde plancapaciteit voor kantoorruimte van 15.000 m2 bvo is in het kader van de TSK volledig gereduceerd tot nul. Deze reductiedient dus in het verkeersmodel te worden aangepast.
  16. Het Stationsgebied, bestaande uit de deelgebieden Trapezium, Eemcentrum en Oliemolenkwartier, heeft een beoogde plancapaciteit van 138.481 m2 bvo. In het kader van de TSK wordt dit teruggebracht naar 57.000 m2 bvo. Het verkeersmodel moet hiervoor ook worden aangepast.

Overige vragen met betrekking tot het verkeersmodel:

  1. Is rekening gehouden met steeds grotere leegstand van kantoren, zoals bijvoorbeeld de verhuizing uit Amersfoort van AKZO Nobel, Achema en de Amersfoortse en andere grote bedrijven? Bron: http://www.otnl.nl/berichten/bericht/2014/04/amersfoortse-kantorenmarkt-beoordeeld-door-rics-taxateurs-onafhankelijke-taxateurs-nederland.html Gaarne exact aangeven welke bedrijven zijn vertrokken in combinatie met het aantal arbeidsplaatsen, met daarbij de consequenties voor de input van het verkeersmodel.
  2. Hoeveel m2 bvo bedraagt de huidige leegstand van kantoren, om hoeveel arbeidsplaatsen gaat het, hoe zijn die verwerkt in het verkeersmodel?

Wij verzoeken het verkeersmodel bij te stellen naar reële aantallen en dan opnieuw berekeningen uit te voeren. De aldus verkregen nieuwe onderbouwing van het verkeersmodel dient expliciet te worden voorgelegd als onderbouwing van het bestemmingsplan. Wij verwachten dat dan zal blijken dat de nut en noodzaak van een nieuw aan te leggen tracé niet kan worden onderbouwd. Een herijking volgens de ladder van Verdaas is vervolgens ons inziens noodzakelijk. Naar onze mening zal dit leiden tot stap 6 van deze ladder: Het uitvoeren van aanpassingen aan de bestaande infrastructuur, zoals deze ook zijn voorgesteld in variant 2b, ook wel de bewonersvariant genoemd. Zeker nu uit de SMB blijkt dat alle varianten als oplossing voldoen.

Dit sluit ook aan bij de voortgangsrapportage regionaal maatregelenpakket Verder, UVVB 26 november 2014. Deze rapportage geeft als één van de hernieuwde spelregels aan “De uitvoering van maatregelen dient sober en doelmatig te gebeuren”.

Wij hebben ook een second opinion laten uitvoeren naar de nut en noodzaak van de Westelijke Ontsluiting. Dit onderzoek van XTNT is inmiddels ook bij u bekend. Wij verzoeken ook dit rapport hier als herhaald en ingelast te beschouwen en hierop te reageren. Ook op basis van deze second opinion constateren wij dat de nut en noodzaak niet overtuigend kan worden vastgesteld.

Tot slot. Onlangs is bekend geworden dat het aantal extra treinen op traject Harderwijk-Amsterdam/Utrecht met minimaal 5 jaar is vertraagd. Pas na 2020 start een onderzoek of de invoering van de kwartierdienst alsnog haalbaar is. Dit betekent dat het aantal van 4 sprinters per uur extra, zoals is voorzien in de verkeersberekeningen, naar beneden kan worden bijgesteld. De verwachte sluitingstijd van de spoorwegovergang zal dus niet veel afwijken van de huidige sluitingstijd. Ook dat heeft gevolgen voor de onderbouwing van de nut en noodzaak van het huidige voorgestelde tracé.

Alles overwegende komt de SGLA tot de conclusie dat de nut en noodzaak niet kan worden aangetoond en daarmee de basis voor het bestemmingsplan komt te vervallen.

Ad 4. De Nee-tenzij toets.

Het Utrechtse EHS-beleid is vastgelegd in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS). In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) zijn de regels opgenomen waaraan ruimtelijke plannen van gemeenten moeten voldoen. Hoofdlijn is daarbij dat nieuwe ontwikkelingen in de EHS per saldo niet mogen leiden tot een significante aantasting van de EHS, tenzij er een groot openbaar belang is én alternatieven ontbreken.

Wij zijn van mening dat er sprake is van een significante aantasting van de Ecologische Hoofdstructuur door de grootschalige aantasting van het bosgebied Birkhoven in de vorm van oppervlakteverlies 5,8ha.

In de toelichting op het plan wordt enerzijds gesteld dat met alle plusmaatregelen geen sprake meer is van significante aantasting. Echter niet is aangetoond dat het oppervlakteverlies volledig ongedaan gemaakt wordt. Bovendien wordt in de toelichting op het plan herhaaldelijk gesproken over compensatiemaatregelen, hetgeen impliceert dat per definitie sprake is van significante aantasting. Om die reden had de Nee-tenzij vraag dan ook met Nee beantwoord moeten worden. Daarbij stellen wij vast dat in de SMB wordt geconcludeerd dat ook variant 2 (nul+variant als oplossing voldoet).

Tevens zijn wij van mening dat niet overtuigend kan worden aangetoond, dat er sprake is van een groot openbaar belang, immers de nut en noodzaak van de Westelijke Ontsluiting kan niet worden aangetoond. De Provinciale Verordening geeft verder aan dat het belangrijk is, om na te gaan of er reële alternatieve oplossingen zijn voor de activiteit en om dit goed te onderbouwen. Deze alternatieven moeten dan minder of geen negatieve effecten hebben voor de wezenlijke waarden en kenmerken van de EHS. Bij alternatieven kan het zowel gaan om een andere oplossing voor dezelfde ruimtelijke opgave met hetzelfde doel of resultaat als om een andere plek voor hetzelfde ruimtelijke project. De Provincie stelt: Breng daarbij ook de consequenties in beeld van de nuloptie als het project helemaal niet gerealiseerd kan worden. Hulpvragen kunnen zijn:

  • Is een andere invulling van de      activiteit mogelijk? Zijn er andere locaties mogelijk (ook buiten de regio      of buiten de landsgrenzen)?
  • Zijn er andere oplossingen mogelijk      waarmee het doel van de activiteit te bereiken is?

Wij constateren dat er een alternatief aanwezig is, namelijk de variant 2b, zijnde de bewonersvariant. Met deze variant kan door aanpassingen aan het huidige wegtracé de bestaande infrastructuur worden verbeterd. Op basis van deze conclusie zijn wij van mening dat de voorgestelde variant 7b in strijd is met het Utrechtse EHS-beleid en derhalve niet kan worden uitgevoerd. Daar komt bij dat ten onrechte wordt gesteld dat het plan geen gevolgen zal hebben voor de in de nabijheid van het plangebied gelegen Natura2000 gebieden omdat deze polder geen stikstofgevoelige habitats bergt. Er zijn namelijk ook vogelsoorten (waarvoor het gebied primair is aangewezen) die (zeer) gevoelig zijn voor een toename van stikstof.

Uit de Strategische Milieubeoordeling blijkt: “Kijken we naar het totaal aan milieueffecten, dan komen de varianten 2, 3 en in mindere mate 4C, als beste uit de bus”. Nu er dus een beter alternatief aanwezig is én de nut en noodzaak niet kan worden vastgesteld, concluderen wij dat variant 7b niet voldoet aan het Nee-tenzij regime van de Provinciale Verordening. Wij zijn van mening dat er een aparte, onafhankelijke, MER-beoordeling had moeten plaatsvinden.

 

Ad 5. Het bestemmingsplan, inclusief toelichting en onderliggende rapporten

Wij constateren allereerst dat het Ontwerp Bestemmingsplan in strijd is met het Utrechtse EHS-Beleid en er derhalve geen juridische basis is voor het bestemmingsplan.

Bovendien constateren wij, voor zover u het bestemmingsplan toch zou willen doorzetten, alle maatregelen ook juridisch geborgd dienen te zijn. Voor zover wij hebben kunnen vaststellen is dit o.a. niet het geval met betrekking tot:

  • Er is geen juridische borging voor het uitvoeren van de voorgestelde compensatie en noodzakelijke ecologische maatregelen.
  • Er is geen duidelijkheid over de te nemen geluidmaatregelen.
  • Er is geen duidelijkheid over de maximale bouwhoogten van de verschillende kunstwerken.
  • Het ecologische onderzoek is niet volledig en op onderdelen niet overeenkomstig de daarvoor geldende protocollen en richtlijnen uitgevoerd. Bijvoorbeeld: de waardevolle heidestrook langs de Stichtse Rotonde maakt geen deel uit van het "Onderzoeksgebied Stichtse Rotonde'. Daarmee zijn de natuurwaarde-effecten van het verwijderen van de breedste strook heide aan de Stichtse Rotonde (tussen de kruising met de Daam Fockemalaan en de hoek van de Utrechtseweg) niet onderzocht. Deze strook maakt ook nog eens deel uit van het rijksmonument "Tuin Belgenmonument", dat is genegeerd bij het tracé-ontwerp/ontwerp-bestemmingsplan.
  • Er is nog geen overeenstemming met alle partijen voor de aankoop van benodigde grond(en).
  • Ook is geen risicoanalyse gemaakt van de te verwachten onderzoekskosten voor archeologisch onderzoek en het onderzoek naar niet-gesprongen explosieven.
  • Het plan bevat geen invulling van de waterberging die ontstaat.
  • Er is nog geen overeenstemming voor een nieuwe locatie voor Restaurant De Vlasakkers, laat staan dat deze in een bestemmingsplan is opgenomen.
  • Er is nog geen duidelijkheid over locatie voor de benodigde parkeerplaatsen van Dierenpark Amersfoort. In het bestemmingsplan zijn zelfs 2 locaties opgenomen. Dit is juridisch niet toegestaan. De bouw van de parkeergarage was niet voorzien en er zijn geen afspraken gemaakt over het kostenverhaal. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van het plan niet aangetoond. Ook bevat het Ontwerp Bestemmingsplan geen parkeernormen voor het parkeren bij AMHC / AV Triatlon / Bosbad.

Er is besluitvorming voorzien voor het inrichten van noodopvang voor vluchtelingen naast de bestaande AZC. Wij hebben geen bezwaar tegen de voorziening aldaar. Wel constateren wij dat hiermee geen rekening is gehouden in de huidige onderzoeken. Wij verzoeken aanvullende onderzoeken te doen op het gebied van Milieu, Lucht, Gezondheid en Geluid.

In onze reactie op het Voorontwerp Bestemmingsplan hebben wij gereageerd op de toen voorliggende rapporten. Wij verzoeken onze reactie in dat kader hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

Wij maken bezwaar tegen het doorsnijden van het Beschermd Stadsgebied De Berg en de aantasting van rijksmonumenten. Dit is ook in strijd met de Randvoorwaarden. De aantasting van het kloosterterrein van het Onze Lieve Vrouwe ter Eem en sloop van de portierswoning wordt ondergeschikt gemaakt aan het belang van het aanleggen van de Westelijke Ontsluiting, terwijl daarvan de nut en noodzaak niet vastgesteld kan worden. Wij constateren dat de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit twijfels heeft over een goede inpassing van de “compensatiewoning”. Wij constateren dat niet voldaan wordt aan het principe “er mag slechts inbreuk worden gemaakt op cultuurhistorische waarden als er geen alternatieven voorhanden zijn”. Wij zijn van mening dat er wel alternatieven voorhanden zijn die geen schade toebrengen aan de cultuurhistorie en dat de uitwerking van de Westelijke Ontsluiting in strijd is met het “Nee-tenzij”-principe. Wij zijn het eens met de reactie van Amvest in het kader van het vooroverleg met betrekking tot het onderdeel “Grote inbreuk op monumentale waarden”.

Wij achten de doorsnijding van het kloosterterrein in strijd met toetsingskader 4.4.1 van het Toetsingskader Beschermd Stadsgebied: “niet alleen de vraag wordt gesteld of de voorgestelde wijzigingen het karakter van het gebied in stand houden, maar ook of de voorgenomen wijzigingen het architectonisch karakter van het pand voldoende in tact laten.”

Wij maken ook bezwaar tegen de aantasting van het Belgenmonument. Het voorgestelde wegtracé tast dit rijksmonument aan, want het tracé loopt over de rijks monumentale tuin." Ter toelichting: het Belgenmonument-complex bestaat uit drie rijksmonumenten: de tuin van acht hectare (monumentnummer 517656), de herdenkingsmuur (monumentnummer 517655) en het hoofdgebouw (monumentnummer 517654). Wij constateren dat zelfs enige verantwoording over dit rijksmonument in het Ontwerp Bestemmingsplan geheel ontbreekt.
Wij handhaven onze bezwaren tegen het feit dat de geluidhinder niet cumulatief wordt beoordeeld en blijven van mening dat rekening dient te worden gehouden met een maximale grenswaarde van 48dB. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de motie “Niemand mag er op achteruitgaan”. Wij volgen uw redenering niet over geluidschermen in de vooroverlegnota met betrekking tot de Beroemde Vrouwenbuurt.

Wij handhaven de bezwaren tegen het vaststellen van hogere grenswaarden.

Wij constateren afwijkingen in de diverse rapporten over de gevolgen voor de luchtkwaliteit. Wij maken daarom op basis hiervan bezwaar tegen dit Ontwerp Bestemmingsplan.

De beantwoording van onze vragen over de BER in de vooroverlegnota vinden wij ondermaats. Wij verzoeken u onze vragen expliciet te beantwoorden, inclusief het verstrekken van een bomenbalans. Wij zijn en blijven van mening dat de nut en noodzaak van de Westelijke Ontsluiting niet kan worden aangetoond en dat er een milieuvriendelijker alternatief aanwezig is. Wij vragen u nogmaals variant 2B verder uit te werken om een vergelijking mogelijk te maken.

Wij handhaven onze eerdere bezwaren met betrekking tot de maatregelen natuurcompensatie en verzoeken die hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

Economische Uitvoerbaarheid. Er ontbreekt inzicht in een feitelijke economische uitvoerbaarheid.

Regels Bestemmingsplan:

  • Op verzoek van Prorail heeft u artikel 11.1 uitgebreid met “een fietsbrug/wegviaduct ter plaatse van de aanduiding fietsbrug/wegviaduct” Wij begrijpen deze aanpassing niet en vragen ons af of de aanduiding “optioneel” niet in tegenspraak is met de te bieden rechtszekerheid van een bestemmingsplan.
  • Wij constateren dat in de Regels veel zaken nog niet expliciet zijn geregeld. Wij maken daartegen bezwaar.
  • Wij handhaven ook onze bezwaren met betrekking tot de Regels, zoals wij deze hebben ingediend in het kader van het vooroverleg en voor zover deze niet zijn gehonoreerd.

Wij sluiten ons aan bij de zienswijze zoals ingediend door het Buurtcomité Beroemde Vrouwen en verzoeken dat hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

Tot slot, zoals u bekend hebben wij een verzoek gedaan op de Wet Openbaarheid van Bestuur. Het kan zijn dat de verkregen informatie ons aanleiding geeft tot een aanvullende zienswijze. Nu u de termijn voor de openbaarmaking heeft verlengd, kunnen wij de informatie niet tijdig meenemen. Wij behouden ons het recht voor om dit in een later stadium alsnog te doen.

Uit onze zienswijze kunt u afleiden dat wij het Ontwerp Bestemmingsplan en de Verbeelding afwijzen. Wij verzoeken u het Ontwerp Bestemmingsplan en Verbeelding in te trekken.

Met vriendelijke groeten,

Namens de Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort

P.L. de Langen

Voorzitter

R.Smit

Vicevoorzitter

NIEUWSBRIEF SGLA

NIEUWSBRIEF SGLA

Beste leden en relaties,

Het bestuur wil u allereerst het beste voor 2016 toewensen. Uiteraard verwachten wij het komende jaar weer een goede samenwerking. Wij willen u ook op de hoogte stellen van onze werkzaamheden van de afgelopen tijd.

Interne zaken

Op de algemene ledenvergadering van de SGLA is het speerpuntenverslag (de verantwoording van de betreffende periode) goedgekeurd. Dit is op onze website terug te vinden (http://www.sgla.nl/over-de-sgla/bestuur ).

De Algemene Ledenvergadering heeft aandacht besteed aan het agenderen van actiepunten door het bestuur, standpunten die het bestuur namens de vereniging inneemt, de representativiteit van de woordvoerders namens de vereniging en de relatie tussen de werkzaamheden van de aangesloten leden en het algemene beleid van de SGLA. Daarbij is onder ogen gezien dat afzonderlijke leden ten opzichte van actuele zaken standpunten kunnen innemen die geheel of gedeeltelijk contrair zijn. De vergadering stelde vast dat leden, vanuit hun individuele standpunten, hun eigen nuances kunnen bepalen.

Groeperingen die de leefbaarheid in onze stad vanuit uiteenlopende uitgangspunten nastreven, zijn lid van de SGLA om door bundeling van krachten hun eigen activiteiten te versterken. Ook al zijn er momenten dat de belangen van leden tegengesteld zijn, de samenwerking binnen de SGLA dient een hoger doel voor de langere termijn. De ledenvergadering heeft de toekomstvisie vastgesteld, zie http://www.sgla.nl/actueel/369-notitie-toekomst-sgla

Groenvisie

Het idee van een groenvisie voor de stad door de stad is afkomstig van 3 raadsleden.

Zij hebben een projectgroep opgestart waarin ook burgers en ambtenaren zitting hebben en waar

ook de SGLA voor is uitgenodigd. Er is een redactiegroep gevormd van raadsleden en burgers, evenals als een procesgroep bestaande uit raads- en collegeleden en ambtenaren.

Er hebben themabijeenkomsten plaats gevonden waarin bewoners hun ideeën konden inbrengen over onderwerpen als ecologie, bomenbeleid, stadslandbouw, recreatie, beheer, water en klimaatbestendigheid.

Verder was er de mogelijkheid om via de website wensen kenbaar te maken en is het Digi-panel geraadpleegd.  Eind mei is tijdens een verbindingsdag ook informatie opgehaald uit de stad.

Het was de bedoeling dat het schrijfbureau dat in de arm is genomen uit al deze informatie de groenvisie zou destilleren, maar dit is om verschillende redenen niet gelukt.

De projectgroep heeft uiteindelijk alle ingebrachte informatie gerubriceerd en het college heeft ambtenarenuren vrijgemaakt, zodat de groenvisie nu wordt afgeschreven door ambtenaren.

Zij gebruiken hiervoor alleen de inbreng vanuit de stad en de projectgroep volgt de keuzes die zij daaruit maken (niet alles kan worden meegenomen, opdat de lijvigheid binnen de perken blijft) op de voet.

Het streven is dat de Groenvisie in april 201 6ter perse gaat, zodat hij gepresenteerd kan worden rond het tijdstip dat het Groene Huis officieel wordt geopend.

Visie Stadshart

Op het stadhuis en in de stad wordt gewerkt aan een visie voor het stadshart van Amersfoort. Vanuit de SGLA is op verschillende momenten meegedacht en ingesproken voor de totale visie alsook op onderdelen, zoals De Nieuwe Stad en de Eemhaven. De SGLA ziet aan de Eem graag een levendig gebied ontstaan zonder grote hoogbouw projecten.

Uit de evaluatie op het Centrumplan CSG die de SGLA samen met het Wijkmuseum Soesterkwartier heeft gehouden, kunnen wij voor de andere delen ook een aantal punten distilleren:

  • Bij nieuwe plannen maken we vanaf het begin gebruik van de kennis uit de stad en maken we op basis van gelijkwaardigheid en samenwerking met burgers betere plannen
  • Verbondenheid en samenwerking leiden tot een gezamenlijk inzet om goede plannen te realiseren
  • Beter is kleinschalige projecten te ontwikkelen dan een heel grootschalig plan.
  • Zorg vanaf begin voor een duidelijk financieel eindplaatje en weest uitermate voorzichtig met PPS constructies
  • De openbare ruimte moet vanaf het begin leidend zijn voor de inrichting van de stad. Kwaliteit staat voorop en wordt mede bepaald door Maat, Schaal, Vormgeving, Bestaande woningbouw en eigen karakteristiek van de verschillende wijken in Amersfoort.
  • Laat de auto niet domineren en kijk verkeerskundig ook naar mogelijkheden in de toekomst (ander soort auto’s). Laat niet de techneuten te veel bepalen.
  • Het gaat om Mensen in de stad! Leefbaarheid is het uitgangspunt.

Wij hebben de uitkomsten van de evaluatie aan de Gemeenteraad aangeboden.

Keerkring 5

Dit is een project waarbij we zien dat door een verkeerde start én een eigenzinnige stedenbouwkundige invulling de samenwerking volledig vastloopt. De locatie zelf is geen probleem, ook bewoners willen graag een goede invulling. Helaas is ook hier de ontwikkelaar zelf aan het ontwerpen gegaan, zonder vooraf de bewoners hierbij te betrekken. Dit heeft geleid tot veel weerstand op de plannen. Te hoog, te veel volume en nog veel onduidelijkheden op gebied van milieu en verkeer. Daarnaast is het gebied zwaar verontreinigd. De inspraak naar de Gemeenteraad leidde niet tot aanpassing waar bewoners om hebben gevraagd. Het conceptontwerp-bestemmingsplan bleek zelfs nog meer bouwvolume te bevatten, ondanks dat de ontwikkelaar aanpassing had beloofd. Kortom een project als schoolvoorbeeld hoe het niet moet. De SGLA ondersteunt de bewoners in de Participatiegroep.

Westtangent

Een onderwerp dat de gemoederen fors bezig houdt. De SGLA heeft vanaf 2011 meegedaan aan de Participatiegroep en heeft op basis van alle informatie én het overleg met meerdere betrokken groeperingen standpunten bepaald. Tot aan de val van het College in december 2012 trokken alle bewonersorganisaties gezamenlijk op. Nadat het nieuwe College een eigen variant uit de hoge hoed toverde, bleek dat voor één van onze leden dit een oplossing voor hun problemen was, maar dat voor overige groeperingen dit juist tot meer problemen leidde. Ook de natuur was in de nieuwe plannen het kind van de rekening, onder meer door de kap van 3000 bomen. Het afgelopen jaar heeft de SGLA heeft steeds geprobeerd de plannen aan te passen. De coalitiepartijen bleken niet gevoelig voor onze argumenten. Dit zal dus helaas leiden tot gerechtelijke procedures.

Ook over het proces zijn wij niet te spreken. Dit heeft, samen met vijf andere organisaties, geleid tot een klacht bij de Nationale Ombudsman. De SGLA kijkt met een bredere blik naar dit project dan het belang van één bewonersorganisatie. Deze organisatie heeft besloten het lidmaatschap van de SGLA op te zeggen. Dit betreuren wij.

Vathorst Noord

Begin 2015 heeft de gemeente in Vathorst-Noord, ten westen van de Achterhoekerweg, ca. 20 ha grond verworven. Verkoper was de woningbouwcorporatie Portaal. Vijftig procent van de aankoop- en plankosten wordt gedekt vanuit een provinciale subsidie. Voorwaarde hierbij was dat de gemeente voor het einde van 2015 een bestemming voor het verworven gebied ontwikkelde.

Gekozen werd voor coproductie: samen met bewoners uit Vathorst en andere belanghebbenden werden drie mogelijke scenario’s voor de ontwikkeling van Vathorst-Noord – ca. 145 ha – ontwikkeld. Het gebied kreeg ook een nieuwe naam: Over de Laak. Zo’n 200 zeer uiteenlopende suggesties werden vertaald in het model ‘Polderliefhebber’ waarin het bestaande polderkarakter werd gehandhaafd, het model ‘Groene Actie’ waarin landgoederen, bosbouw en een waterpoel aan het bestaande gebied werden toegevoegd, en het model ‘Groenhorst’ waarin het gehele gebied werd herschapen in een kruising tussen het Vondelpark en het Amsterdamse Bos.

De plannen werden uitgewerkt in een werkteam. Hierin was ook de SGLA vertegenwoordigd. Ambtenaren en ontwikkelaars (die het grootste deel van de polder speculatief hebben aangekocht) kozen voor het tweede model. De SGLA - en niet zij alleen – zag deze keuze als een eerste opstap naar toekomstige bouwplannen in het gebied. De SGLA heeft daarom gepleit voor het eerste model: behoud van het open landschap, aangevuld met wandelpaden en recreatieve functies achter het Hammetje, de zandput  in de oostpunt van het gebied.

Uiteindelijk moest de gemeenteraad een uitspraak doen. Voorafgaand aan de raadsdiscussie heeft de SGLA de raadsleden van aanvullende informatie voorzien. In een peiling koos de raad voor het eerste, open model, aangevuld met enkele recreatieve functies uit het tweede model die aan de openheid van het landschap geen afbreuk doen. Omstreeks februari 2016 moet de raad een startnotitie vaststellen die daarna wordt vertaald in een bestemmingsplan. De SGLA blijft daarbij alert om een verwatering van de raadskeuze te voorkomen.

 

Verkeer Vathorst

De verkeersafwikkeling in Vathorst ondervindt veel kritiek. Twintig jaar geleden werd uitgegaan van een ontsluitende boulevard in Vathorst, waar uiteindelijk zo’n 25.000 mensen komen te wonen. De boulevard werd voorzien van een vrije busbaan: goed openbaar vervoer zou het autogebruik beperken, aldus de opvatting zo’n 20 jaar geleden. De praktijk is anders waardoor tijdens de spitstijden filevorming ontstaat en de bereikbaarheid van het gebied – ook voor hulpdiensten – wordt geminimaliseerd. Verbetering van deze situatie staat sinds 2009 op de agenda van enkele politieke partijen. Een gesuggereerde oplossing is het samenvoegen van de autorijstroken met de busbaan.

Op initiatief van de verkeerswethouder is in 2015 het bureau Goudappel Coffeng gestart met een onderzoek naar mogelijke oplossingen voor de verkeersproblemen in Vathorst. Hoewel het onderzoek nog loopt, kan nu al worden vastgesteld dat het samenvoegen van auto- en busbaan geen oplossing biedt. Door deze samenvoeging zouden bij de achttien rotondes onoverzichtelijke, gevaarlijke situaties ontstaan. Uitbreiding van de meeste rotondes is niet mogelijk, hiervoor ontbreekt de daarvoor noodzakelijke ruimte.

Een aantal focusgroepen heeft de problemen geanalyseerd en mogelijke oplossingen aangedragen. De SGLA was in een van de focusgroepen vertegenwoordigd. Oplossingen worden onder meer gezocht in het plaatsen van stoplichten bij de drukste rotondes, betere bewegwijzering en het weren van sluipverkeer. Maatregelen zijn nodig want het aantal inwoners in Vathorst neemt nog steeds toe en er liggen nog tientallen hectare bedrijfsterrein braak. Realisatie van alle nog te ontwikkelen woon- en werkgebieden kan tot een verdubbeling van het huidige verkeersaanbod leiden. De SGLA blijft bij de verdere ontwikkeling betrokken, waarbij nauw contact wordt gehouden met de belangenvereniging uit Hooglanderveen.

 

Johan van Oldebarnevelt/Alta

Een discussie die al twintig jaar voortduurt, betreft het sportveld bij de Kappeyne van Capellolaan in het Bergkwartier. Hier wil de tennisvereniging ALTA een hal bouwen, oorspronkelijk voor twee tennisbanen, intussen voor vier banen. Het huidige bestemmingsplan biedt ruimte aan een ingegraven hal van twee banen. Enkele jaren geleden heeft de directie van het Johan van Oldebarneveldcollege aangekondigd op het sportveld, dat bij de school in gebruik is, nieuwbouwplannen te willen ontwikkelen.

Twintig jaar geleden hebben buurtbewoners al tegen de bouwplannen geprotesteerd. Bebouwing van de groene oase in het woongebied tast het karakter van de buurt aan, leidt tot extra verkeersdruk en is in strijd met de uitgangspunten voor het beschermd stadsgebied. Intussen heeft het college zich tegen de bouwplannen van de school uitgesproken maar wil het de bouw van tennishal wel steunen. Het college beroept zich daarbij op het feit dat in een veel eerder stadium de bouw van een hal haalbaar werd geacht. Daarbij wordt overigens aan twee punten voorbijgegaan: in het verleden ging het om een hal van twee banen en intussen is het Berggebied een beschermd stadsgebied geworden hetgeen een herziening van eerdere overwegingen noodzakelijk maakt.

De SGLA heeft zich twintig jaar lang achter de bewoners geschaard en blijft dat doen. Bewoners uit de directe omgeving hebben zich vanaf het begin georganiseerd. Daarnaast hebben ook andere belangenverenigingen uit het Bergkwartier, zoals de SWB, strijd gevoerd tegen de bouwplannen van ALTA en van de school. Al deze groepen zijn goed georganiseerd, waar nodig staat de SGLA hen bij. Momenteel is er een tijd van windstilte. ALTA moet haar plannen verder uitwerken, de bewoners voelen zich sterk in hun verzet. Uiteindelijk moet de gemeenteraad een uitspraak doen maar het tijdstip hiervoor is nog onduidelijk.

 

Eiland in de Laak

Een actueel punt betreft een bouwplan aan de Laak, een plan dat door het gemeentebestuur nog buiten de publiciteit wordt gehouden. Eerste schetsen zijn onder meer naar voren gekomen bij de plannen voor de verbreding van de Laak, plannen van het Waterschap. Uitgaande van het huidige bestemmingsplan Vathorst kan het plan, dat ca 33 woningen omvat, slechts binnen de landgoederenregeling voor Vathorst-Noord worden gerealiseerd.

Door de aankoop van 20 ha grond in Vathorst-Noord kan de gemeente deze regeling voor eigen gebruik toepassen. Indien zij dit doet, wordt er in de richting van de andere, commerciële grondeigenaren een sluis geopend voor vergelijkbare plannen binnen de landgoederenregeling in de nu nog open polder. In elk geval is het gemeentelijke plan contrair ten opzichte van een motie van de raad uit 2009 die de bouw van woningen over de Laak, buiten de contouren van de bestaande agrarische bebouwing, niet toestaat.

Opmerkelijk aan het gemeentelijke plan: het bouwplan omvat ook de toevoeging van een aftakking van de Laak, waardoor een eiland ontstaat. Hieraan ontleent het plan ook zijn naam: Eiland in de Laak. Hierdoor kan de motie op creatieve wijze worden herinterpreteerd, maar is nog geen nieuw bestemmingsplan waarin het eiland is ingetekend (anders dan de naam!) en het is de vraag of de gemeenteraad in 2016 deze ambtelijke creativiteit wil belonen.

Tot zover ons overzicht.

Peter de Langen, Raphaël Smit, Geurt Hilhorst, Marriëtte den Hartog, Ria Pasman

Bestuur Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort (SGLA)

Inbreng bij Ronde Tafelgesprek over participatie

Peter de Langen (SGLA) 17-11-2015

Geachte raadsleden,

Ik wil beginnen met wat Burgemeester Bolsius u heeft voorgehouden bij uw installatie op 27 maart 2014:

Ik citeer een paar uitspraken:

“we moeten samen op zoek naar de veranderende rol van raadsleden”

“de kracht van de stad gebruiken”

“de samenleving verandert, ook de rol van een raadslid verandert”

“wat laat u los en wat laat u over aan de stad”

Ook citeerde hij de vorige Nationale Ombudsman, Alex Brenninkmeijer, die op een congres van Het Nieuwe Samenwerken vier kernwaarden heeft benoemd:

  1. Persoonlijk contact
  2. Respect
  3. Gelijkwaardigheid
  4. Vertrouwen

Wij denken vanuit de SGLA dat Het Nieuwe Samenwerken vóór de verkiezingen omarmd werd door de politiek. Wij kregen het gevoel dat het anders zou gaan worden. Dat er meer samen gewerkt zou worden op basis van gelijkwaardigheid. Dat de burger in de stad gerespecteerd zou worden en dat zijn mening er toe zou doen. Dat leverde vertrouwen op.

Uit de bijdragen van de verschillende deelnemers (zullen we) horen hoe dat nu ervaren wordt.

Wij merken ook zef, helaas, dat het de laatste tijd weer minder wordt. Er zijn weer raadsleden die praten over hun mandaat, en “wij beslissen”. Formeel waar, maar wel regentenpraat uit de 19e eeuw.

Als we naar deze 4 punten kijken willen wij vanuit de SGLA een bijdrage leveren:

  1. Persoonlijk contact. Dat is (voor ons) het probleem niet. Maar levert het ook wat op?
  2. Respect. Wij twijfelen of dat er wederzijds nog wel is, de wijze waarop bijvoorbeeld de bezuingingsperikelen zijn afgehandeld, is een schoolvoorbeeld van hoe het niet had gemoeten. Het leverde zelfs een manifest op van 75 bezorgde Amersfoorters. Dat werd aandachtig beluisterd en men ging over tot de orde van de dag. Dan geef je als Raad weinig respect, maar dan krijg je het ook niet meer.
  3. Gelijkwaardigheid. Er is nog hoop. De Groenvisie wordt als een project van Raad, Burgers en ambtenaren samen opgepakt. Het kost tijd, maar hopelijk levert wel een mooi product op.
  4. Vertrouwen. Bij ons is dat tot een dieptepunt gezakt. Niet alleen de voorbeelden die hier aan de orde komen en de discussie rond de Westtangent, maar hoe het College omgaat met de Elisabeth locatie tast het vertrouwen diep aan. Reeds 2x dit jaar staat het op een lijst voor andere doeleinden dan waarvoor de afspraken zijn gemaakt en de samenwerking is aangegaan. Ik las een reactie die het treffend weer gaf: “Het blijft voor het college kennelijk erg moeilijk te aanvaarden dat het iets heeft 'losgelaten' en aan 'de stad heeft teruggegeven' en dat 'de stad' dat op een dusdanige wijze heeft ingevuld dat de raad daar bijna unaniem mee instemde. College: blijf daar vanaf, het is niet meer van jou!”

Ik zou in dit Ronde Tafelgesprek de vier kernwaarden met elkaar willen doorlopen en kijken of en hoe we nu eindelijk echte participatie in onze stad kunnen krijgen.

REACTIE SGLA KEERKRING

College van Burgemeester en Wethouders Gemeente Amersfoort

Gemeente Amersfoort 
Afdeling Stad en Ontwikkeling 

t.a.v. Willeke van Santen-Buma
Team Planologisch Juridische Zaken

Betreft:                  Vooroverleg ex. Art. 3.1.1. Bro/Keerkring 5

Datum:                  21 oktober 2015

Geachte mevrouw van Santen-Buma,

Graag willen wij een reactie geven op bovengenoemd conceptontwerpbestemmingsplan.

  1. Algemeen

De SGLA heeft vernomen dat de Participatiegroep Keerkring 5 niet is uitgenodigd om een reactie te geven in het kader van het vooroverleg. Op blz. 60 van de Toelichting wordt gesuggereerd dat er sprake is van regelmatig en goed overleg. Wij hebben begrepen dat hiervan nauwelijks sprake is. Gezien de gevoeligheid van deze locatie hadden wij het passend gevonden, als de Participatiegroep Keerkring 5 ook gevraagd was om een reactie te kunnen geven.

De SGLA kan zich vinden in het bouwen van woningen ter vervanging van de huidige gebouwen. Wij zijn van mening dat er sprake kan zijn van een behoorlijke kwaliteitsverbetering. Met de invulling zoals nu wordt voorgesteld, hebben wij wel moeite. Dat betreft o.a. de volgende aspecten:

  1. Toetsing aan de Structuurvisie
  2. Leefbaarheid
  3. Bouwvolume
  4. Bodemsanering
  1. Bestemmingsplan
  1. Toetsing aan de Structuurvisie

Een van de belangrijke voorwaarden uit de Structuurvisie en uit de Woonvisie is om bij nieuwbouw in bestaande wijken op basis van een analyse van de woningbehoefte in een wijk tot een planontwikkeling te komen en dit in overleg met de buurt of wijk te laten plaatsvinden. De SGLA vindt het programma, zoals vanuit de gemeenteraad is meegegeven, niet passen in deze wijk. Koppel-Noord is een wijk met een grote dichtheid en heeft een hoog percentage sociale woningbouw. Door het toevoegen van maximaal 198 woningen, waarvan 80 in de sociale sector, neemt de dichtheid in deze wijk verder toe. Dit draagt naar onze mening niet bij aan een betere leefbaarheid.

De Structuurvisie heeft verder de maat en schaal van Amersfoort (blz. 23 Amersfoort is stad met menselijke maat) als beleid vastgesteld en nader uitgewerkt op blz. 41-43:

Hoogbouw en menselijke maat                                         

Bij intensivering blijft de menselijke maat centraal staan. We willen bebouwing en een openbare ruimte die

een prettig verblijfsklimaat heeft. Dat betekent dat we niet in de eerste plaats aan hoogbouw denken. We stellen

voor om in Amersfoort van hoogbouw te spreken bij een gebouw met meer dan 5 lagen, circa meer dan 15 meter

hoog. In de praktijk is er een tendens naar breed bouw. Hoogbouw lijkt tot 8 lagen rendabel te zijn in relatie tot de bouwkosten en optimaal in verband met duurzaamheid (compactheid van het gebouw). In Amersfoort is te

zien dat de meeste gebouwen tot 8 lagen gaan, waardoor deze gebouwen passen bij de menselijke maat van

Amersfoort. In het kader van de verdichting stellen we voor om deze onder andere te bereiken met hoogbouw van 5 tot 8 lagen of met stadswoningen (zonder of met kleine tuin). Behalve in de historische binnenstad is hoogbouw als accent op veel plekken mogelijk. Per plek wordt beoordeeld of hoogbouw past. Hoogbouw lijkt minder passend in het dorps karakter van Hoogland en Hooglanderveen.

Wij zijn van mening dat de Gemeenteraad met het vaststellen van de randvoorwaarden op 17 maart 2015 in strijd handelde met de eigen vastgestelde en zelfbindende beleidsuitgangspunten, in het bijzonder ten aanzien van de Structuurvisie. Het opnemen van een bouwhoogte van 13 bouwlagen is strijdig met de Structuurvisie en dient daarom te worden aangepast naar maximaal 8.

  • Wij verzoeken u deze bouwhoogte in de regels en op de Verbeelding aan te passen naar 8 bouwlagen.
  1. Leefbaarheid

In de Toelichting wordt aangegeven, dat in de stad meer variatie in woningaanbod nodig is, evenals hoogwaardige woonmilieus. Wij hebben grote twijfels of het programma zoals dat nu is vastgesteld aansluit bij de samenstelling van de huidige wijk. Juist op dit aspect is tijdens verschillende bijeenkomsten door de bewoners met nadruk gewezen, zowel naar de ontwikkelaar als naar de gemeenteraad. De verantwoordelijk wethouder heeft op één van de bijeenkomsten zelfs gezegd, niet terug te gaan naar de Raad als er geen sprake is van een gedragen plan. Voor zover wij hebben kunnen vaststellen is er nog steeds geen draagvlak voor de uitgangspunten van dit plan. Gevreesd wordt voor aantasting op de leefbaarheid. Wij beseffen dat dit een lastig punt is, maar een aantal aspecten kan wel meetbaar worden gemaakt. Het is bekend dat hoogbouw leidt tot onpersoonlijke contacten en weinig sociale cohesie. De samenstelling van het programma is ook aanleiding voor zorg in relatie tot de samenstelling van de wijk. Dit werd door de wijkbewoners ook naar voren gebracht. Ook zijn zorgen geuit voor de sociale veiligheid. De Meridiaantunnel is een lastige tunnel. Uit de meldingen blijkt dat hier relatief veel overvallen en mishandelingen voorkomen. Dit heeft er zelfs toe geleid dat er camera’s zijn opgehangen. De gemeente heeft in het verleden bij haar zoektocht naar opvang voor verslaafden ook naar het pand aan de Keerkring gekeken, maar heeft dit laten afvallen, onder meer vanwege de veiligheid. In het huidige plan wordt voorgesteld om aan de Keerkring een grote gracht met een brug erover te realiseren. Aan de Meridiaantunnel wordt het project begrensd door de calamiteitenroute (verdiepte bak). Hierdoor ontstaat een project met relatief veel sociale huurwoningen dat van de Koppel wordt afgesneden en niet uitnodigt tot bezoek. Daarnaast ontstaat door de parkeerruimte op de begane grond een plaats waar men zich ongezien kan ophouden. Dit levert risico’s op voor de sociale veiligheid, denk aan drugsdealers en dergelijke. Ook de commissie Ruimtelijke Kwaliteit uitte haar zorgen over de veiligheid.

  • Wij verzoeken meetbaar te maken welke effecten dit plan heeft op de leefbaarheid voor zowel de huidige wijkbewoners als de toekomstige bewoners. En daar bovengenoemde elementen mee te nemen.
  1. Bouwvolume

Door bewoners en belanghebbenden is al eerder aangedrongen op een bescheiden bouwvolume, dus een kleinschaliger project met een beperkte bouwhoogte. Er is daarbij verwezen naar projecten zoals Weltevreden en Gildekwartier. Het is ons niet duidelijk waarom hiervoor niet wordt gekozen. Wij denken dat dergelijke projecten de kwaliteit van de stad verbeteren en de acceptatie van nieuwbouwprojecten vergroot. Het is jammer dat telkens wordt gekozen voor hoogbouwprojecten die regelmatig weerstand oproepen. Het lijkt erop dat de behoeften van de stedenbouwkundigen en architecten om in de stad “piketpaaltjes” te slaan belangrijker worden geacht dan acceptatie door bewoners.

Wij constateren dat het bouwvolume afwijkt van het gewijzigde plan, dat is besproken in de Ronde van 17 maart 2015. Op dat moment is het aantal woningen bijgesteld naar 198 met een bouwvolume van ongeveer 18.000 m2. (zie bijlage). Op basis van het voorliggende conceptontwerpbestemmingsplan (zie Toelichting blz. 22) komen wij nu op 24.064 m2. Dat is een forse afwijking van wat is vastgesteld in het bijgestelde plan en zelfs meer dan in het oorspronkelijke plan met 265 appartementen!

Wij zien in de Regels (5.2.1b) dat het aantal woningen is gemaximaliseerd op 200 in plaats van 198.

Blok Aantal app. m2 bvo totaal  
A 40 116 4640  
B 40 104 4160  
C 30 104 3120  
D 20 138 2760  
E 20 138 2760  
F 48 138 6624  
  198   24064 m2
  • Wij vragen het bouwvolume naar beneden bij te stellen conform de eerdere afspraken.
  • Daarnaast verzoeken wij alsnog om naar mogelijkheden te kijken in overleg met de ontwikkelaar naar een kleinschaliger bouwvolume.
  • Wij vragen u het aantal woningen op te nemen conform de eerdere toezeggingen, zijnde 198.
  1. Toelichting

In de Toelichting wordt in paragraaf 2.2.1.6 ingegaan op het algemene beleidskader van de Structuurvisie en Woonvisie. Vervolgens wordt in één zin toegevoegd “Ook past deze ontwikkeling goed in de bestaande wijk.” Wij constateren dat dit op geen enkele wijze wordt onderbouwd.

  • Wij verzoeken u een deugdelijke onderbouwing te geven van de bewering dat deze ontwikkeling goed past in de bestaande wijk. Wij verzoeken u daarbij aandacht te geven aan aspecten als dichtheid, leefbaarheid en samenstelling van de wijk met betrekking tot verdeling van woonsoorten.

In paragraaf 3.1 wordt de locatie Keerkring 5 een herkenningspunt voor weggebruiker en treinreiziger genoemd, waarbij aansluiting bij de aanwezige hoogbouw als voor de hand liggend wordt genoemd. Wij vinden dit een onzinnige redenering. De weggebruikers, mochten ze geen verkeersborden kunnen lezen, hebben inmiddels het kersverse oriëntatiepunt Orion en aan de overkant van het Valleikanaal de al jaren de bekende torens ter beschikking. De treinreiziger die vanuit oostelijke richting komt en de torens van Vathorst heeft gemist, wordt alsnog vorstelijk bediend door de hogere bebouwing van de Spoorwegzone aan de Binckesstraat. Ten tijde van de ontwikkeling van de Spoorwegzone is dit als specifiek herkenningspunt genoemd. Nog meer hoogbouw in deze mate toevoegen ontneemt juist de herkenning en maakt van Amersfoort een stad als alle andere. De menselijke maat en de schaal van de stad worden op deze manier steeds verder aangetast. Ook kan deze hoogbouw gezien worden als een aantasting van de bijgelegen historische binnenstad. Kortom de toelichting op dit punt is naar onze mening onjuist.

  • Wij verzoeken deze paragraaf aan te passen.

In hoofdstuk 2 worden veel beleidskaders opgenoemd en wordt vervolgens geconstateerd dat het conceptontwerpbestemmingsplan aan al dat beleid voldoet. Een echte toetsing ontbreekt.

  • Wij verzoeken een concrete toetsing toe te passen.

Wij maken ons zorgen over de voorgenomen ontsluiting van dit gebied. Allereerst kruist de ontsluiting van de Keerkring 5 een snelfietsroute. In principe is dit op zich al een zeer onwenselijke situatie. Het doel van een snelfietsroute is dat deze fietsers beschermd en dat de fietser zo min mogelijk andere verkeersstromen hoeft te kruisen. Met deze kruising doet Amersfoort af aan het idee van de snelfietsroute en lijkt het autoverkeer een overheersende positie te krijgen ten opzichte van de fietser. Daarnaast is de ontsluiting voorzien via de Voerman, langs een aantal speelplaatsen van kinderen die de Voerman moeten oversteken om bij de speelplaatsen te komen. Dit is ook een zeer onwenselijke situatie. Tot slot, de gehele Koppel ontsluit via de Meridiaan en ook de Keerkring zal via de Meridiaan ontsloten moeten worden. Dit tekent een aanzienlijke toename van verkeer, zowel in de ochtend als in de avond.

  • Wij vinden de uitwerking in het bestemmingsplan volstrekt onvoldoende. Wij verzoeken u alsnog (in overleg met de buurt/wijk) tot een betere ontsluiting te komen.

Er is en BEA opgesteld. Wij constateren dat de plaatselijke vertegenwoordiging van de Bomenstichting niet is betrokken in het vooroverleg. Wij adviseren om hen in het vervolg ook te betrekken bij het vooroverleg ex. Art. 3.1.1 Bro.

Nu de gemeente hen niet om advies heeft gevraagd, heeft de SGLA dat zelf gedaan. Zij constateren dat het behoud van groen geen uitgangspunt is geweest bij het onderliggende plan. Verder constateren zij dat een Groen Effect Analyse ontbreekt, evenals een onderzoek naar de effecten op oppervlakten groen van > 50m2 (APV-plichtig). Er ontbreekt inzicht in de gevolgen van de grondsanering voor het beheer van bomen en overig groen.

  • Wij verzoeken alsnog het inzicht in deze aspecten te verschaffen.
  • Er ontbreekt een inzicht in de groene inrichting van het nieuwe gebied. Wij verzoeken dat alsnog te verstrekken.
  • Wij voegen de notitie van de Bomenstichting als bijlage II toe en verzoeken u hierop te reageren.
  1. Rapporten en Bestemmingsplan

Wij missen een MER. Wij denken dat gezien de milieueffecten en de grondproblematiek een MER op zijn plaats zou zijn.

  • Wij verzoeken u de ontwikkelaar een MER te laten uitvoeren.

In de Regels (5.3.3) staat dat de B & W bevoegd tot het stellen voor nadere regels met betrekking tot windhinder. Wij vinden dit onduidelijk omdat niet is aangegeven wat maximale toegestane effecten zijn. Zoals nu geformuleerd is het een lege huls.

  • Wij vragen om een duidelijke formulering van toegestane windhinder en te nemen maatregelen.

Wij missen nadere regels voor zon- en schaduweffecten.

  • Wij verzoeken u duidelijke regels op te nemen voor toegestane zon- en schaduweffecten op omliggende bebouwing. En daarop te toetsen en te handhaven.

Een van de zorgpunten voor deze nieuwe locatie is de geluidsbelasting, zowel voor de nieuw te bouwen appartementen als de bestaande woningen. Uit de bijlage m.b.t. de geluidsberekening blijkt dat zowel in fase 1 als in fase 2 sprake is van het overschrijden van de voorkeurswaarde van 55dB Railverkeer en dat zelfs de maximale ontheffingswaarde van 68dB Railverkeer wordt overschreden. Uit de berekeningen blijkt een geluidswaarde van 70 dB (fase 1) en zelfs 75 dB (fase 2). In het rapport worden maatregelen voorgesteld die het geluid moeten reduceren tot de ontheffingswaarde. Deze maatregelen moeten worden gerealiseerd aan en in de gebouwen zelf. In het rapport wordt gesteld: “Maatregelen om de geluidbelasting ter plaatse van de appartementen terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde zijn niet doelmatig en stuiten op bezwaren van stedebouwkundige en verkeerskundige en financiële aard.”

Wij vragen ons af of de nu voorgestelde maatregelen de aantrekkelijkheid van de voorgestelde appartementen verhoogd. Van een aantrekkelijke buitenruimte zal geen sprake zijn. Wij zijn van mening dat in een dergelijke situatie de afweging moet worden gemaakt of hier sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Vooralsnog komen wij tot de conclusie dat op basis van het geluidsniveau er geen sprake zal zijn van een goede ruimtelijke ordening.

  • Wij verzoeken om maatregelen ter plaatse die de geluidswaarden terug brengen tot de voorkeurswaarde van 55 dB Railverkeer en 48dB wegverkeer.

Bij het geluidsrapport is een tekening en tabel toegevoegd betreffende de invloed van de nieuwbouw op de bestaande bouw. Een verklarende toelichting ontbreekt. Voor zover wij kunnen constateren lijkt op enkele plekken sprake te zijn van een toename van geluid. Wij kunnen dat niet toetsen aan de geldende voorkeurswaarde of afgegeven ontheffing. Geluidseffecten zijn alleen in de spoorrichting naar Zwolle onderzocht, niet in de spoorrichting naar het Centraal Station Amersfoort (bijvoorbeeld Binckestraat is wel onderzocht, maar de Hooglandsweg-Zuid niet).

  • Wij verzoeken om een betere toelichting bij de effecten op de bestaande bouw.
  • Wij vragen om een nader onderzoek vanuit alle spoorrichtingen met effecten op alle omliggende straten en buurten.

Uit het onderzoek betreffende de trillingwaarden blijkt dat niet kan worden uitgesloten dat niet wordt voldaan aan de ter zake doende streefwaarden. Ook hier moeten speciale maatregelen worden getroffen. In het rapport wordt aangegeven, dat in deze fase nog geen nadere berekeningen zijn gedaan. Wij vragen ons af of er sprake kan zijn van een goede ruimtelijke ordening als niet met zekerheid is aan te geven of de woningen kunnen voldoen aan de streefwaarden voor trillingwaarden. Wij vragen ons ook af wat de financiële consequenties zijn van dergelijke maatregelen en het effect daarvan op de economische uitvoerbaarheid.

  • Wij verzoeken om in het bestemmingsplan nadere regels op te nemen die de streefwaarden voor trillingwaarden waarborgen.
  • Wij vragen ook om te laten onderzoeken wat de trillingseffecten zijn op de omgeving tijdens het eventuele heien.

Wij zijn verbaasd dat er geen actuele notitie over de verkeerseffecten is bijgevoegd. De notitie is van 17-4-2014 en gaat uit van 250 appartementen. Wij constateren dat op dit moment dus geen actueel inzicht is gegeven terwijl dit wel één van de randvoorwaarden is die de gemeenteraad heeft meegegeven. Wij betreuren dat geen moeite is gedaan om nader in te gaan op de zorgen op dit aspect die in de buurt leven. Wij kunnen dus geen beoordeling geven over de verkeerseffecten.

  • Wij verzoeken om een uitgebreide verkeersanalyse voor zowel langzaam verkeer als het bestemmingsverkeer voor de nieuw te bouwen appartementen. Wij verzoeken daarbij aan te geven welke maatregelen voor de openbare ruimte noodzakelijk zijn om een veilige situatie te creëren. Wij geven de voorkeur aan een externe analyse.

Uit het onderzoek van Grontmij blijkt dat er sprake is van een ernstige verontreinigingssituatie (onderdeel saneringsonderzoek 1996) op de locatie Keerkring 5. Uit de onderzoeksresultaten van 1996 bleek dat de grond sterk verontreinigd was met koper, lood, zink en PAK. In het grondwater zijn geen parameters boven

de tussenwaarde aangetoond. Op het perceel is een kadastrale aantekening van toepassing:

op de locatie is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging; de locatie maakt onderdeel

uit van Wbb-geval Liniedijk/De Koppel-Noord (UT030700108). Op het grootste deel van

het terrein werd de bovenzijde van het stortmateriaal op maaiveldhoogte aangetroffen of net

daaronder. De onderzijde van het stortmateriaal werd gemeten op 0,5 tot 2 m -mv. Er werden geen

afdichtingen van het stortmateriaal aangetroffen.

In 1998 is door Grontmij een uitvoeringsplan opgesteld, onder andere voor de deellocatie Keerkring

5 (in het rapport genaamd deellocatie 8). De onderhavige onderzoeklocatie is echter tot

op heden nog niet gesaneerd (reden onbekend). Een aantal deelgebieden rondom Keerkring 5

zijn wel gesaneerd (leeflaag sanering), waarbij is afgegraven tot een diepte van ongeveer 1 meter

onder maaiveld. In de gehele putbodem van de gesaneerde locaties is stortmateriaal achtergebleven

die is afgedekt met geotextiel, waarna de afgraving weer tot maaiveld is aangevuld. Ook is de locatie verdacht op de aanwezigheid van asbest.

De provincie heeft in 1998 een beschikking opgesteld over de vervuiling van de vuilstort die nog steeds van kracht is (zie ook sanering uit 2014 en beschikking d.d. 27 mei 2014, beschikkingsnummer WSP14AM1334, betreffende verontreiniging nummer UT030700108, Liniedijk – Koppel Noord)). Het bijgevoegde rapport lijkt achterhaald, in 2014 heeft al een urgente sanering rond dezelfde vuilstort plaatsgevonden, beschikking d.d. 27 mei 2014, beschikkingsnummer WSP14AM1334, betreffende verontreiniging nummer UT030700108, Liniedijk – Koppel Noord).

Grontmij heeft nader onder zoek gedaan. Wij zijn geschrokken van de tabellen met de aanwezigheid van verontreinigde materialen. Zo is bijvoorbeeld al 17 keer asbest gevonden. Er wordt geconcludeerd dat op de locatie sprake is van een geval van ernstige verontreiniging van de grond met zware metalen. Wij zijn verbaasd over deze conclusie: “Op basis van de standaard risicobeoordeling is voor zowel het huidige als het toekomstige gebruik geen sprake van onaanvaardbare humane risico’s als gevolg van de aanwezige verontreiniging van de grond met zware metalen.” Daarentegen laat de volgende conclusie aan duidelijkheid niets te wensen over: “Bij toekomstig gebruik is op basis van de standaard beoordeling sprake van onaanvaardbare ecologische risico’s.”

Wij constateren dat volledige sanering noodzakelijk is.

  • Wij verzoeken als voorwaarde in het bestemmingsplan op te nemen dat er een volledige sanering (op kosten van de ontwikkelaar) uitgevoerd dient te worden.
  • Wij verzoeken aan te geven welke maatregelen worden genomen om de huidige bewoners te beschermen bij de saneringsmaatregelen.
  • Wij verzoeken aan te geven welke kosten hiermee zijn verbonden en welk effect dit heeft op de economische uitvoerbaarheid
  1. Economische Uitvoerbaarheid

Het bijgevoegde rapport m.b.t. de Economische uitvoerbaarheid is niet actueel (17 februari 2014) en gaat uit van 250 appartementen. Aangezien de gemeenteraad het aantal woningen heeft verlaagd naar 198 woningen is geen duidelijkheid gegeven over de actuele economische uitvoerbaarheid en voldoet het bestemmingsplan daarom niet aan de vereisten. Het is op dit moment onduidelijk wat de kosten van sanering zijn. Er wordt zelfs aangegeven, dat pas “voorafgaande aan de bouwactiviteiten in het plangebied een saneringsplan wordt opgesteld” (blz. 46 van de Toelichting). Hieruit trekken wij de conclusie dat een saneringsplan pas wordt opgesteld na vaststelling van het bestemmingsplan. De kosten van de sanering zijn dus op dat moment nog niet bekend, de economische uitvoerbaarheid kan dus niet worden vastgesteld. De kosten voor een veilige verkeersontsluiting zijn nog niet bekend. Wij gaan er vanuit dat alle kosten voor rekening van de ontwikkelaar zijn en er dus geen risico voor de Gemeente is. Wij constateren op grond van o.a. deze aspecten dat op dit moment met geen enkele zekerheid iets te zeggen over de economische uitvoerbaarheid.

  • Wij verzoeken om een nieuwe onderbouwing economische uitvoerbaar op basis van de gemeentelijke randvoorwaarden. Wij verzoeken hierbij ook rekening te houden met de volledige sanering van de locatie, de te nemen geluidsmaatregelen, maatregelen in de openbare ruimte ten behoeve van de verkeersveiligheid etc. Wij verzoeken deze maatregelen afzonderlijk in beeld te brengen zodat een goede beoordeling gegeven kan worden op de werkelijke economische uitvoerbaarheid.
  1. Maatschappelijke Uitvoerbaarheid

De SGLA kan reageren volgens het vooroverleg. De Participatiegroep en andere belanghebbenden (zoals de Bomenstichting) komen pas in beeld bij de ter visielegging van het ontwerpbestemmingsplan. De Gemeenteraad komt zelfs pas in beeld na deze periode. Er is dus voor de Gemeenteraad én belanghebbenden geen gelegenheid om met elkaar in gesprek te gaan over het ontwerpbestemmingsplan. Gezien de gevoeligheid van deze locatie vinden wij dat onverstandig. Wij pleiten daarom voor een bespreking in de Gemeenteraad (via de Ronde) van de reactienota op het conceptontwerpbestemmingsplan.

  • Wij vragen de procedure aan te passen en de Gemeenteraad en belanghebbenden de gelegenheid te geven met elkaar in gesprek te gaan over de reactienota op het conceptontwerpbestemmingsplan.

Tot slot. Het lijkt erop dat diverse stukken in grote haast zijn gemaakt. Wij constateren veel taalfouten en slordigheden. Het lijkt ons verstandig de stukken daarop nog goed door te lezen.

Wij hebben nu slechts op hoofdlijnen willen reageren, en vragen u alvast onze opmerkingen en wijzigingsvoorstellen in het ontwerpbestemmingsplan mee te nemen.

Met vriendelijke groet,

Namens de Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort (SGLA)

Peter de Langen, voorzitter

Raphaël Smit, vicevoorzitter

Bijlage I: m2 in oorspronkelijke plan en in gewijzigd plan

Oorspronkelijke plan 2014: 22.000 m2

                       

Gewijzigd plan (o.b.v. dezelfde mix is dit 18.138 m2)

 


Bijlage II. Kanttekeningen plaatselijke contactpersoon Bomenstichting

 

Behoud van het groen en de (broed)vogels aan Keerkring 5

De oppervlakte van het totale plangebied aan de Keerkring 5 bedraagt ca. 1,8 ha. Het plangebied heeft veel groen. De groenvoorziening betreft een oppervlakte van ca. 13.300 m2 [1]. Het groen bestaat o.a. uit bomensingels, bomen met onder begroeiing, overige bomen, heesters en struiken en ruigten. Het terrein vormt nu een groene oase in een grotendeels versteend gebied dat doorsneden is met infrastructuur (spoorlijn, tunnel, drukke wegen).

Uit het natuuronderzoek blijkt dat het groene gebied een belangrijk broed- en foerageergebied voor (broed)vogels vormt.

 

Het wijk- en buurtgroen mag niet het kind van de rekening worden bij de binnenstedelijke vernieuwing, is het credo van het bestuur. De stad wil ‘veilige, groene en leefbare wijken’. [2]

  • De vraag is of dit project hier wel aan kan voldoen.

Manco’s aan de analyse van het groen; Nog benodigde onderzoeken:

Er is tot nu toe slechts een analyse gemaakt van de effecten van de plannen op de bomen in het gebied, en dan alleen nog maar van de grotere bomen, dat wil zeggen vanaf stamdiameter (doorsnede) van 10 cm. Dat is niet in overeenstemming met het huidige gemeentebeleid op groen- en bomengebied.

  • Meer informatie is nodig, meer onderzoeken naar ons groene kapitaal.

1. Oppervlakten groen van > 50 m2

Om in beeld te brengen welke oppervlakten groen van meer dan 50 m2 behouden kunnen blijven, moet hiervan ook een effectanalyse van gemaakt worden (en dus niet alleen van de kapvergunning plichtige maat bomen). Die oppervlakten-analyse ontbreekt nog.

Op grond van het huidige bomenbeleid zijn immers oppervlakten meer dan 50m2 van houtopstanden behoudens waardig. Voor het verwijderen van deze oppervlakten schrijft de APV kapvergunningen voor.

  • We raden de gemeente aan om indien men onverhoopt mocht besluiten dat dit groen verwijderd mag worden, dan in ieder geval van de mogelijkheid gebruik te maken om aan die kapvergunningen een voorwaarde van herplanting (op of in de buurt van het plangebied) op te nemen.

2. Groen Effect Analyse

Tevens moet op basis van huidig beleid inzicht worden gegeven in alle groen dat bedreigd wordt door de plannen en hoe de projectontwikkelaar denkt dit groen te kunnen behouden.

En aangeven hoe men het onverhoopt niet te behouden groen gaat vervangen/herplanting.

Dat is bij Elisabeth Groen gedaan (een Bomen en Groen Effect Analyse), bij Lichtenberg, bij Ganskuijl, maar hier is het vergeten.

  • Deze informatie moet nog worden verstrekt

 

3. Nog benodigde stukken:

Bovendien ontbrekende stukken bij BEA nog de volgende in de BEA genoemde bijlagen:

BIJLAGE 1 BOMENTEKENING BEA p. 29 e.v.

BIJLAGE 3 RESULTATEN 0-METING p. 31 (e.v.).

  • Deze dienen nog ter beschikking te worden gesteld om de situatie goed te kunnen beoordelen.

 

 

 

4. Wat zijn de gevolgen van de grondsanering/-beheer voor bomen en overig groen?

De Bomen Effect Rapportage behelst geen volledige beoordeling van de projectinvloeden. Wat ontbreekt, is de beoordeling van de effecten van het aanbevolen afvoeren dan wel afdekken van de verontreinigde grond bij herontwikkeling.

De effecten hiervan op de bomen en het overige groen dient eerst nog te worden onderzocht. Dit is o.a. van belang voor de vraag welke bomen en overig groen gespaard en/of verplant kunnen worden.

Met betrekking tot het behoud van de in de BEA genoemde bomen met de nummers 1 t/m13, 15 t/m 17 en 19 t/m 21 betwijfelen wij of gewenste sanering hier geen roet in het eten gooit. De onderzoeker schrijft slechts dat deze bomen zijn in principe verplantbaar zijn (mits uit een QuickScan-verplantbaarheidsonderzoek zou blijken dat dat inderdaad kan). Maar hij lijkt geen rekening te hebben gehouden met de bodemverontreiniging.

Onderzoek Grontmij:

Op basis van de standaard risicobeoordeling is op de locatie sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen. Voor het huidige gebruik is geen sprake van onaanvaardbare risico’s en daarom hoeft de locatie niet met spoed gesaneerd te worden. Er is momenteel geen onaanvaardbaar risico voor de mens, noch voor het ecosysteem. Dat verandert echter bij uitvoering van de woningbouwplannen:

Bij toekomstig gebruik (uitgangspunt wonen met tuin) is op basis van de standaard beoordeling sprake van onaanvaardbare ecologische risico’s. Op basis van ecologische meetmethoden is aangetoond dat er dan sprake is van onaanvaardbare risico’s voor het ecosysteem. Onderzoeksbureau Grontmij adviseert daarom om de verontreiniging te saneren voorafgaande/tijdens de geplande herontwikkeling van de locatie.

Hierbij zijn waarschijnlijk maatregelen nodig zoals het afvoeren dan wel afdekken van de verontreinigde grond. (p.26).

  • De effecten hiervan op behoud en verplantbaarheid van groen en bomen dienen eerst duidelijk te worden door onderzoek.

5. Behoud van groen blijkt geen uitgangspunt van de plannen

Het bouwplan heeft helaas niet als uitgangspunt behoud van het groen, niet eens: behoud van zoveel mogelijk groen. Een aantal in de afgelopen 10 jaar aangeplante bomen (de rode en blauwe stippen in bovenstaand figuur) (figuur 4 uit de BEA) zijn gedeeltelijk het resultaat van een burgerinitiatief. Zelfs deze bomen (de rode stippen) worden volgens het gewijzigd stedenbouwkundig plan niet gehandhaafd! Volgens het plan worden alleen de volwassen bomen langs de Keerkring en de sportvelden ingepast in het plan. Zie

https://amersfoort.notudoc.nl/cgi-bin/showdoc.cgi/env=help/action=view/id=1113502/type=pdf/Gewijzigd_stedenbouwkundig_plan_Keerkring_5.pdf%20p.%208

Dat terwijl de meeste bomen en het meeste groen elders in het plangebied liggen. Deze bomen en groen worden rigoureus verwijderd; het ontwerp is grotendeels uitgegaan van een ‘schone lei’.

Een toename van 4600 m2 aan verhard vlak maakt de groen-situatie er alleen nog maar slechter op.

Ook de Commissie van Ruimtelijke Kwaliteit heeft al aan het college aangegeven, dat zij zich zorgen maakt om het leefklimaat en de bebouwingsdichtheid. Zij pleit voor een goed verblijfsklimaat. Hiertoe hadden de bestaande bomen en het bestaande groen uitgangspunt moeten zijn en meer kunnen worden ingepast. Volgens de Bomen Effect Analyse hebben van de 165 bomen de meeste een goede toekomstverwachting; dus inpassing lag voor de hand. Mede gezien het feit dat de bomen zich voornamelijk aan de rand van het plangebied bevinden.

Behoud van de natuurwaarden blijkt geen uitgangspunt voor de plannen

Het plangebied is een belangrijk broed- en foerageergebied voor (broed)vogels. Uit de onderzoeken blijkt dat de volgende vogelsoorten zijn aangetroffen: spotvogel (een fantastische imitator van andere vogelgeluiden: https://www.youtube.com/watch?v=fsmpv-t84pY), staartmees, tjiftjaf (ook jonge individuen), turkse tortel, winterkoning, zanglijster, zwartkop, spreeuw, heggenmus, houtduif ekster, koolmees, merel (ook jonge individuen), pimpelmees, roodborst, gaai, kauw en zwarte kraai. Deze waarnemingen betreffen onder andere broedende vogels.

Tevens vormt het plangebied een overwinteringsgebied voor amfibieënsoorten.

  • Op geen enkele wijze blijkt uit de planvorming dat rekening is gehouden met behoud van deze soorten.

 


[1] bron: Waterhuishoudkundig onderzoek, Boot

[2] Coalitieakkoord

De Gemeente laat ons geen keus, we gaan opnieuw naar de Nationale Ombudsman.

Bewonersorganisaties vragen o.b.v. het participatiebeleid de Ombudsman opnieuw om een uitspraak over het proces rond de Westelijke Ontsluiting in Amersfoort. Zij vragen de Nationale Ombudsman om een beoordeling te geven over:

  1. 1.Het verloop van het besluitvormingsproces.
  2. 2.De geboden inspraak op basis van de beleidsregels rond participatie, de randvoorwaarden van 1 maart 20111 én de randvoorwaarden van het coalitieakkoord van 12 februari 2013.
  3. 3.De mate waarop de uitkomsten van de inspraak invloed hebben gehad op de besluitvorming en in hoeverre er sprake is van vooringenomenheid.
  4. 4.De geboden transparantie.
  5. 5.De mate waarin sprake is van een zorgvuldig proces.

In april van dit jaar verzocht een aantal bewonersorganisaties de Nationale Ombudsman om een uitspraak over de participatie rond de Westelijke Ontsluiting. Omdat het proces nog gaande was, heeft de Nationale Ombudsman de Gemeente in eerste instantie de gelegenheid geboden om zelf te reageren op de klacht. Daarbij gaf de Ombudsman de volgende opdracht mee aan de gemeente “De Nationale Ombudsman vraagt u hierbij de klacht te behandelen en daarbij in het bijzonder aandacht te besteden aan de wijze waarop de gemeente uitvoering geeft aan haar participatiebeleid, hetgeen door verzoekers als onzorgvuldig wordt ervaren, en specifiek wat betreft het nakomen van het raadsbesluit van 1 maart 2011. “

Naar aanleiding hiervan is op 19 augustus jl. door de Gemeente Amersfoort een hoorzitting gehouden en is onze klacht beantwoord op 1 september 2015. Op zichzelf hebben wij waardering voor de wijze waarop wij zijn gehoord en het zeer uitgebreide antwoord van de gemeente. Helaas hebben het overleg en de beantwoording van de klacht voor ons geen bevredigend resultaat opgeleverd. Niet alleen geeft de gemeente in haar reactie geen enkele blijk van zelfreflectie of inzicht in de achtergronden, laat staan dat zij ingaat op de kern van de klacht. Daar komt bij dat in de beantwoording inhoud en proces sterk door elkaar lopen, waardoor een sluier is opgetrokken en onze feitelijke klacht niet is beoordeeld. Ten slotte is het antwoord van de gemeente weliswaar zeer uitgebreid maar niet volledig. Ook wordt op een aantal punten een onjuiste weergave geschetst van het proces c.q. de uitkomsten daarvan. In onze brief naar de ombudsman lichten wij dat toe.

De gemeente laat ons dan ook geen andere keus dan opnieuw een klacht in te dienen bij de Nationale Ombudsman.