Inbreng bij Ronde Tafelgesprek over participatie

Peter de Langen (SGLA) 17-11-2015

Geachte raadsleden,

Ik wil beginnen met wat Burgemeester Bolsius u heeft voorgehouden bij uw installatie op 27 maart 2014:

Ik citeer een paar uitspraken:

“we moeten samen op zoek naar de veranderende rol van raadsleden”

“de kracht van de stad gebruiken”

“de samenleving verandert, ook de rol van een raadslid verandert”

“wat laat u los en wat laat u over aan de stad”

Ook citeerde hij de vorige Nationale Ombudsman, Alex Brenninkmeijer, die op een congres van Het Nieuwe Samenwerken vier kernwaarden heeft benoemd:

  1. Persoonlijk contact
  2. Respect
  3. Gelijkwaardigheid
  4. Vertrouwen

Wij denken vanuit de SGLA dat Het Nieuwe Samenwerken vóór de verkiezingen omarmd werd door de politiek. Wij kregen het gevoel dat het anders zou gaan worden. Dat er meer samen gewerkt zou worden op basis van gelijkwaardigheid. Dat de burger in de stad gerespecteerd zou worden en dat zijn mening er toe zou doen. Dat leverde vertrouwen op.

Uit de bijdragen van de verschillende deelnemers (zullen we) horen hoe dat nu ervaren wordt.

Wij merken ook zef, helaas, dat het de laatste tijd weer minder wordt. Er zijn weer raadsleden die praten over hun mandaat, en “wij beslissen”. Formeel waar, maar wel regentenpraat uit de 19e eeuw.

Als we naar deze 4 punten kijken willen wij vanuit de SGLA een bijdrage leveren:

  1. Persoonlijk contact. Dat is (voor ons) het probleem niet. Maar levert het ook wat op?
  2. Respect. Wij twijfelen of dat er wederzijds nog wel is, de wijze waarop bijvoorbeeld de bezuingingsperikelen zijn afgehandeld, is een schoolvoorbeeld van hoe het niet had gemoeten. Het leverde zelfs een manifest op van 75 bezorgde Amersfoorters. Dat werd aandachtig beluisterd en men ging over tot de orde van de dag. Dan geef je als Raad weinig respect, maar dan krijg je het ook niet meer.
  3. Gelijkwaardigheid. Er is nog hoop. De Groenvisie wordt als een project van Raad, Burgers en ambtenaren samen opgepakt. Het kost tijd, maar hopelijk levert wel een mooi product op.
  4. Vertrouwen. Bij ons is dat tot een dieptepunt gezakt. Niet alleen de voorbeelden die hier aan de orde komen en de discussie rond de Westtangent, maar hoe het College omgaat met de Elisabeth locatie tast het vertrouwen diep aan. Reeds 2x dit jaar staat het op een lijst voor andere doeleinden dan waarvoor de afspraken zijn gemaakt en de samenwerking is aangegaan. Ik las een reactie die het treffend weer gaf: “Het blijft voor het college kennelijk erg moeilijk te aanvaarden dat het iets heeft 'losgelaten' en aan 'de stad heeft teruggegeven' en dat 'de stad' dat op een dusdanige wijze heeft ingevuld dat de raad daar bijna unaniem mee instemde. College: blijf daar vanaf, het is niet meer van jou!”

Ik zou in dit Ronde Tafelgesprek de vier kernwaarden met elkaar willen doorlopen en kijken of en hoe we nu eindelijk echte participatie in onze stad kunnen krijgen.

REACTIE SGLA KEERKRING

College van Burgemeester en Wethouders Gemeente Amersfoort

Gemeente Amersfoort 
Afdeling Stad en Ontwikkeling 

t.a.v. Willeke van Santen-Buma
Team Planologisch Juridische Zaken

Betreft:                  Vooroverleg ex. Art. 3.1.1. Bro/Keerkring 5

Datum:                  21 oktober 2015

Geachte mevrouw van Santen-Buma,

Graag willen wij een reactie geven op bovengenoemd conceptontwerpbestemmingsplan.

  1. Algemeen

De SGLA heeft vernomen dat de Participatiegroep Keerkring 5 niet is uitgenodigd om een reactie te geven in het kader van het vooroverleg. Op blz. 60 van de Toelichting wordt gesuggereerd dat er sprake is van regelmatig en goed overleg. Wij hebben begrepen dat hiervan nauwelijks sprake is. Gezien de gevoeligheid van deze locatie hadden wij het passend gevonden, als de Participatiegroep Keerkring 5 ook gevraagd was om een reactie te kunnen geven.

De SGLA kan zich vinden in het bouwen van woningen ter vervanging van de huidige gebouwen. Wij zijn van mening dat er sprake kan zijn van een behoorlijke kwaliteitsverbetering. Met de invulling zoals nu wordt voorgesteld, hebben wij wel moeite. Dat betreft o.a. de volgende aspecten:

  1. Toetsing aan de Structuurvisie
  2. Leefbaarheid
  3. Bouwvolume
  4. Bodemsanering
  1. Bestemmingsplan
  1. Toetsing aan de Structuurvisie

Een van de belangrijke voorwaarden uit de Structuurvisie en uit de Woonvisie is om bij nieuwbouw in bestaande wijken op basis van een analyse van de woningbehoefte in een wijk tot een planontwikkeling te komen en dit in overleg met de buurt of wijk te laten plaatsvinden. De SGLA vindt het programma, zoals vanuit de gemeenteraad is meegegeven, niet passen in deze wijk. Koppel-Noord is een wijk met een grote dichtheid en heeft een hoog percentage sociale woningbouw. Door het toevoegen van maximaal 198 woningen, waarvan 80 in de sociale sector, neemt de dichtheid in deze wijk verder toe. Dit draagt naar onze mening niet bij aan een betere leefbaarheid.

De Structuurvisie heeft verder de maat en schaal van Amersfoort (blz. 23 Amersfoort is stad met menselijke maat) als beleid vastgesteld en nader uitgewerkt op blz. 41-43:

Hoogbouw en menselijke maat                                         

Bij intensivering blijft de menselijke maat centraal staan. We willen bebouwing en een openbare ruimte die

een prettig verblijfsklimaat heeft. Dat betekent dat we niet in de eerste plaats aan hoogbouw denken. We stellen

voor om in Amersfoort van hoogbouw te spreken bij een gebouw met meer dan 5 lagen, circa meer dan 15 meter

hoog. In de praktijk is er een tendens naar breed bouw. Hoogbouw lijkt tot 8 lagen rendabel te zijn in relatie tot de bouwkosten en optimaal in verband met duurzaamheid (compactheid van het gebouw). In Amersfoort is te

zien dat de meeste gebouwen tot 8 lagen gaan, waardoor deze gebouwen passen bij de menselijke maat van

Amersfoort. In het kader van de verdichting stellen we voor om deze onder andere te bereiken met hoogbouw van 5 tot 8 lagen of met stadswoningen (zonder of met kleine tuin). Behalve in de historische binnenstad is hoogbouw als accent op veel plekken mogelijk. Per plek wordt beoordeeld of hoogbouw past. Hoogbouw lijkt minder passend in het dorps karakter van Hoogland en Hooglanderveen.

Wij zijn van mening dat de Gemeenteraad met het vaststellen van de randvoorwaarden op 17 maart 2015 in strijd handelde met de eigen vastgestelde en zelfbindende beleidsuitgangspunten, in het bijzonder ten aanzien van de Structuurvisie. Het opnemen van een bouwhoogte van 13 bouwlagen is strijdig met de Structuurvisie en dient daarom te worden aangepast naar maximaal 8.

  • Wij verzoeken u deze bouwhoogte in de regels en op de Verbeelding aan te passen naar 8 bouwlagen.
  1. Leefbaarheid

In de Toelichting wordt aangegeven, dat in de stad meer variatie in woningaanbod nodig is, evenals hoogwaardige woonmilieus. Wij hebben grote twijfels of het programma zoals dat nu is vastgesteld aansluit bij de samenstelling van de huidige wijk. Juist op dit aspect is tijdens verschillende bijeenkomsten door de bewoners met nadruk gewezen, zowel naar de ontwikkelaar als naar de gemeenteraad. De verantwoordelijk wethouder heeft op één van de bijeenkomsten zelfs gezegd, niet terug te gaan naar de Raad als er geen sprake is van een gedragen plan. Voor zover wij hebben kunnen vaststellen is er nog steeds geen draagvlak voor de uitgangspunten van dit plan. Gevreesd wordt voor aantasting op de leefbaarheid. Wij beseffen dat dit een lastig punt is, maar een aantal aspecten kan wel meetbaar worden gemaakt. Het is bekend dat hoogbouw leidt tot onpersoonlijke contacten en weinig sociale cohesie. De samenstelling van het programma is ook aanleiding voor zorg in relatie tot de samenstelling van de wijk. Dit werd door de wijkbewoners ook naar voren gebracht. Ook zijn zorgen geuit voor de sociale veiligheid. De Meridiaantunnel is een lastige tunnel. Uit de meldingen blijkt dat hier relatief veel overvallen en mishandelingen voorkomen. Dit heeft er zelfs toe geleid dat er camera’s zijn opgehangen. De gemeente heeft in het verleden bij haar zoektocht naar opvang voor verslaafden ook naar het pand aan de Keerkring gekeken, maar heeft dit laten afvallen, onder meer vanwege de veiligheid. In het huidige plan wordt voorgesteld om aan de Keerkring een grote gracht met een brug erover te realiseren. Aan de Meridiaantunnel wordt het project begrensd door de calamiteitenroute (verdiepte bak). Hierdoor ontstaat een project met relatief veel sociale huurwoningen dat van de Koppel wordt afgesneden en niet uitnodigt tot bezoek. Daarnaast ontstaat door de parkeerruimte op de begane grond een plaats waar men zich ongezien kan ophouden. Dit levert risico’s op voor de sociale veiligheid, denk aan drugsdealers en dergelijke. Ook de commissie Ruimtelijke Kwaliteit uitte haar zorgen over de veiligheid.

  • Wij verzoeken meetbaar te maken welke effecten dit plan heeft op de leefbaarheid voor zowel de huidige wijkbewoners als de toekomstige bewoners. En daar bovengenoemde elementen mee te nemen.
  1. Bouwvolume

Door bewoners en belanghebbenden is al eerder aangedrongen op een bescheiden bouwvolume, dus een kleinschaliger project met een beperkte bouwhoogte. Er is daarbij verwezen naar projecten zoals Weltevreden en Gildekwartier. Het is ons niet duidelijk waarom hiervoor niet wordt gekozen. Wij denken dat dergelijke projecten de kwaliteit van de stad verbeteren en de acceptatie van nieuwbouwprojecten vergroot. Het is jammer dat telkens wordt gekozen voor hoogbouwprojecten die regelmatig weerstand oproepen. Het lijkt erop dat de behoeften van de stedenbouwkundigen en architecten om in de stad “piketpaaltjes” te slaan belangrijker worden geacht dan acceptatie door bewoners.

Wij constateren dat het bouwvolume afwijkt van het gewijzigde plan, dat is besproken in de Ronde van 17 maart 2015. Op dat moment is het aantal woningen bijgesteld naar 198 met een bouwvolume van ongeveer 18.000 m2. (zie bijlage). Op basis van het voorliggende conceptontwerpbestemmingsplan (zie Toelichting blz. 22) komen wij nu op 24.064 m2. Dat is een forse afwijking van wat is vastgesteld in het bijgestelde plan en zelfs meer dan in het oorspronkelijke plan met 265 appartementen!

Wij zien in de Regels (5.2.1b) dat het aantal woningen is gemaximaliseerd op 200 in plaats van 198.

Blok Aantal app. m2 bvo totaal  
A 40 116 4640  
B 40 104 4160  
C 30 104 3120  
D 20 138 2760  
E 20 138 2760  
F 48 138 6624  
  198   24064 m2
  • Wij vragen het bouwvolume naar beneden bij te stellen conform de eerdere afspraken.
  • Daarnaast verzoeken wij alsnog om naar mogelijkheden te kijken in overleg met de ontwikkelaar naar een kleinschaliger bouwvolume.
  • Wij vragen u het aantal woningen op te nemen conform de eerdere toezeggingen, zijnde 198.
  1. Toelichting

In de Toelichting wordt in paragraaf 2.2.1.6 ingegaan op het algemene beleidskader van de Structuurvisie en Woonvisie. Vervolgens wordt in één zin toegevoegd “Ook past deze ontwikkeling goed in de bestaande wijk.” Wij constateren dat dit op geen enkele wijze wordt onderbouwd.

  • Wij verzoeken u een deugdelijke onderbouwing te geven van de bewering dat deze ontwikkeling goed past in de bestaande wijk. Wij verzoeken u daarbij aandacht te geven aan aspecten als dichtheid, leefbaarheid en samenstelling van de wijk met betrekking tot verdeling van woonsoorten.

In paragraaf 3.1 wordt de locatie Keerkring 5 een herkenningspunt voor weggebruiker en treinreiziger genoemd, waarbij aansluiting bij de aanwezige hoogbouw als voor de hand liggend wordt genoemd. Wij vinden dit een onzinnige redenering. De weggebruikers, mochten ze geen verkeersborden kunnen lezen, hebben inmiddels het kersverse oriëntatiepunt Orion en aan de overkant van het Valleikanaal de al jaren de bekende torens ter beschikking. De treinreiziger die vanuit oostelijke richting komt en de torens van Vathorst heeft gemist, wordt alsnog vorstelijk bediend door de hogere bebouwing van de Spoorwegzone aan de Binckesstraat. Ten tijde van de ontwikkeling van de Spoorwegzone is dit als specifiek herkenningspunt genoemd. Nog meer hoogbouw in deze mate toevoegen ontneemt juist de herkenning en maakt van Amersfoort een stad als alle andere. De menselijke maat en de schaal van de stad worden op deze manier steeds verder aangetast. Ook kan deze hoogbouw gezien worden als een aantasting van de bijgelegen historische binnenstad. Kortom de toelichting op dit punt is naar onze mening onjuist.

  • Wij verzoeken deze paragraaf aan te passen.

In hoofdstuk 2 worden veel beleidskaders opgenoemd en wordt vervolgens geconstateerd dat het conceptontwerpbestemmingsplan aan al dat beleid voldoet. Een echte toetsing ontbreekt.

  • Wij verzoeken een concrete toetsing toe te passen.

Wij maken ons zorgen over de voorgenomen ontsluiting van dit gebied. Allereerst kruist de ontsluiting van de Keerkring 5 een snelfietsroute. In principe is dit op zich al een zeer onwenselijke situatie. Het doel van een snelfietsroute is dat deze fietsers beschermd en dat de fietser zo min mogelijk andere verkeersstromen hoeft te kruisen. Met deze kruising doet Amersfoort af aan het idee van de snelfietsroute en lijkt het autoverkeer een overheersende positie te krijgen ten opzichte van de fietser. Daarnaast is de ontsluiting voorzien via de Voerman, langs een aantal speelplaatsen van kinderen die de Voerman moeten oversteken om bij de speelplaatsen te komen. Dit is ook een zeer onwenselijke situatie. Tot slot, de gehele Koppel ontsluit via de Meridiaan en ook de Keerkring zal via de Meridiaan ontsloten moeten worden. Dit tekent een aanzienlijke toename van verkeer, zowel in de ochtend als in de avond.

  • Wij vinden de uitwerking in het bestemmingsplan volstrekt onvoldoende. Wij verzoeken u alsnog (in overleg met de buurt/wijk) tot een betere ontsluiting te komen.

Er is en BEA opgesteld. Wij constateren dat de plaatselijke vertegenwoordiging van de Bomenstichting niet is betrokken in het vooroverleg. Wij adviseren om hen in het vervolg ook te betrekken bij het vooroverleg ex. Art. 3.1.1 Bro.

Nu de gemeente hen niet om advies heeft gevraagd, heeft de SGLA dat zelf gedaan. Zij constateren dat het behoud van groen geen uitgangspunt is geweest bij het onderliggende plan. Verder constateren zij dat een Groen Effect Analyse ontbreekt, evenals een onderzoek naar de effecten op oppervlakten groen van > 50m2 (APV-plichtig). Er ontbreekt inzicht in de gevolgen van de grondsanering voor het beheer van bomen en overig groen.

  • Wij verzoeken alsnog het inzicht in deze aspecten te verschaffen.
  • Er ontbreekt een inzicht in de groene inrichting van het nieuwe gebied. Wij verzoeken dat alsnog te verstrekken.
  • Wij voegen de notitie van de Bomenstichting als bijlage II toe en verzoeken u hierop te reageren.
  1. Rapporten en Bestemmingsplan

Wij missen een MER. Wij denken dat gezien de milieueffecten en de grondproblematiek een MER op zijn plaats zou zijn.

  • Wij verzoeken u de ontwikkelaar een MER te laten uitvoeren.

In de Regels (5.3.3) staat dat de B & W bevoegd tot het stellen voor nadere regels met betrekking tot windhinder. Wij vinden dit onduidelijk omdat niet is aangegeven wat maximale toegestane effecten zijn. Zoals nu geformuleerd is het een lege huls.

  • Wij vragen om een duidelijke formulering van toegestane windhinder en te nemen maatregelen.

Wij missen nadere regels voor zon- en schaduweffecten.

  • Wij verzoeken u duidelijke regels op te nemen voor toegestane zon- en schaduweffecten op omliggende bebouwing. En daarop te toetsen en te handhaven.

Een van de zorgpunten voor deze nieuwe locatie is de geluidsbelasting, zowel voor de nieuw te bouwen appartementen als de bestaande woningen. Uit de bijlage m.b.t. de geluidsberekening blijkt dat zowel in fase 1 als in fase 2 sprake is van het overschrijden van de voorkeurswaarde van 55dB Railverkeer en dat zelfs de maximale ontheffingswaarde van 68dB Railverkeer wordt overschreden. Uit de berekeningen blijkt een geluidswaarde van 70 dB (fase 1) en zelfs 75 dB (fase 2). In het rapport worden maatregelen voorgesteld die het geluid moeten reduceren tot de ontheffingswaarde. Deze maatregelen moeten worden gerealiseerd aan en in de gebouwen zelf. In het rapport wordt gesteld: “Maatregelen om de geluidbelasting ter plaatse van de appartementen terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde zijn niet doelmatig en stuiten op bezwaren van stedebouwkundige en verkeerskundige en financiële aard.”

Wij vragen ons af of de nu voorgestelde maatregelen de aantrekkelijkheid van de voorgestelde appartementen verhoogd. Van een aantrekkelijke buitenruimte zal geen sprake zijn. Wij zijn van mening dat in een dergelijke situatie de afweging moet worden gemaakt of hier sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Vooralsnog komen wij tot de conclusie dat op basis van het geluidsniveau er geen sprake zal zijn van een goede ruimtelijke ordening.

  • Wij verzoeken om maatregelen ter plaatse die de geluidswaarden terug brengen tot de voorkeurswaarde van 55 dB Railverkeer en 48dB wegverkeer.

Bij het geluidsrapport is een tekening en tabel toegevoegd betreffende de invloed van de nieuwbouw op de bestaande bouw. Een verklarende toelichting ontbreekt. Voor zover wij kunnen constateren lijkt op enkele plekken sprake te zijn van een toename van geluid. Wij kunnen dat niet toetsen aan de geldende voorkeurswaarde of afgegeven ontheffing. Geluidseffecten zijn alleen in de spoorrichting naar Zwolle onderzocht, niet in de spoorrichting naar het Centraal Station Amersfoort (bijvoorbeeld Binckestraat is wel onderzocht, maar de Hooglandsweg-Zuid niet).

  • Wij verzoeken om een betere toelichting bij de effecten op de bestaande bouw.
  • Wij vragen om een nader onderzoek vanuit alle spoorrichtingen met effecten op alle omliggende straten en buurten.

Uit het onderzoek betreffende de trillingwaarden blijkt dat niet kan worden uitgesloten dat niet wordt voldaan aan de ter zake doende streefwaarden. Ook hier moeten speciale maatregelen worden getroffen. In het rapport wordt aangegeven, dat in deze fase nog geen nadere berekeningen zijn gedaan. Wij vragen ons af of er sprake kan zijn van een goede ruimtelijke ordening als niet met zekerheid is aan te geven of de woningen kunnen voldoen aan de streefwaarden voor trillingwaarden. Wij vragen ons ook af wat de financiële consequenties zijn van dergelijke maatregelen en het effect daarvan op de economische uitvoerbaarheid.

  • Wij verzoeken om in het bestemmingsplan nadere regels op te nemen die de streefwaarden voor trillingwaarden waarborgen.
  • Wij vragen ook om te laten onderzoeken wat de trillingseffecten zijn op de omgeving tijdens het eventuele heien.

Wij zijn verbaasd dat er geen actuele notitie over de verkeerseffecten is bijgevoegd. De notitie is van 17-4-2014 en gaat uit van 250 appartementen. Wij constateren dat op dit moment dus geen actueel inzicht is gegeven terwijl dit wel één van de randvoorwaarden is die de gemeenteraad heeft meegegeven. Wij betreuren dat geen moeite is gedaan om nader in te gaan op de zorgen op dit aspect die in de buurt leven. Wij kunnen dus geen beoordeling geven over de verkeerseffecten.

  • Wij verzoeken om een uitgebreide verkeersanalyse voor zowel langzaam verkeer als het bestemmingsverkeer voor de nieuw te bouwen appartementen. Wij verzoeken daarbij aan te geven welke maatregelen voor de openbare ruimte noodzakelijk zijn om een veilige situatie te creëren. Wij geven de voorkeur aan een externe analyse.

Uit het onderzoek van Grontmij blijkt dat er sprake is van een ernstige verontreinigingssituatie (onderdeel saneringsonderzoek 1996) op de locatie Keerkring 5. Uit de onderzoeksresultaten van 1996 bleek dat de grond sterk verontreinigd was met koper, lood, zink en PAK. In het grondwater zijn geen parameters boven

de tussenwaarde aangetoond. Op het perceel is een kadastrale aantekening van toepassing:

op de locatie is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging; de locatie maakt onderdeel

uit van Wbb-geval Liniedijk/De Koppel-Noord (UT030700108). Op het grootste deel van

het terrein werd de bovenzijde van het stortmateriaal op maaiveldhoogte aangetroffen of net

daaronder. De onderzijde van het stortmateriaal werd gemeten op 0,5 tot 2 m -mv. Er werden geen

afdichtingen van het stortmateriaal aangetroffen.

In 1998 is door Grontmij een uitvoeringsplan opgesteld, onder andere voor de deellocatie Keerkring

5 (in het rapport genaamd deellocatie 8). De onderhavige onderzoeklocatie is echter tot

op heden nog niet gesaneerd (reden onbekend). Een aantal deelgebieden rondom Keerkring 5

zijn wel gesaneerd (leeflaag sanering), waarbij is afgegraven tot een diepte van ongeveer 1 meter

onder maaiveld. In de gehele putbodem van de gesaneerde locaties is stortmateriaal achtergebleven

die is afgedekt met geotextiel, waarna de afgraving weer tot maaiveld is aangevuld. Ook is de locatie verdacht op de aanwezigheid van asbest.

De provincie heeft in 1998 een beschikking opgesteld over de vervuiling van de vuilstort die nog steeds van kracht is (zie ook sanering uit 2014 en beschikking d.d. 27 mei 2014, beschikkingsnummer WSP14AM1334, betreffende verontreiniging nummer UT030700108, Liniedijk – Koppel Noord)). Het bijgevoegde rapport lijkt achterhaald, in 2014 heeft al een urgente sanering rond dezelfde vuilstort plaatsgevonden, beschikking d.d. 27 mei 2014, beschikkingsnummer WSP14AM1334, betreffende verontreiniging nummer UT030700108, Liniedijk – Koppel Noord).

Grontmij heeft nader onder zoek gedaan. Wij zijn geschrokken van de tabellen met de aanwezigheid van verontreinigde materialen. Zo is bijvoorbeeld al 17 keer asbest gevonden. Er wordt geconcludeerd dat op de locatie sprake is van een geval van ernstige verontreiniging van de grond met zware metalen. Wij zijn verbaasd over deze conclusie: “Op basis van de standaard risicobeoordeling is voor zowel het huidige als het toekomstige gebruik geen sprake van onaanvaardbare humane risico’s als gevolg van de aanwezige verontreiniging van de grond met zware metalen.” Daarentegen laat de volgende conclusie aan duidelijkheid niets te wensen over: “Bij toekomstig gebruik is op basis van de standaard beoordeling sprake van onaanvaardbare ecologische risico’s.”

Wij constateren dat volledige sanering noodzakelijk is.

  • Wij verzoeken als voorwaarde in het bestemmingsplan op te nemen dat er een volledige sanering (op kosten van de ontwikkelaar) uitgevoerd dient te worden.
  • Wij verzoeken aan te geven welke maatregelen worden genomen om de huidige bewoners te beschermen bij de saneringsmaatregelen.
  • Wij verzoeken aan te geven welke kosten hiermee zijn verbonden en welk effect dit heeft op de economische uitvoerbaarheid
  1. Economische Uitvoerbaarheid

Het bijgevoegde rapport m.b.t. de Economische uitvoerbaarheid is niet actueel (17 februari 2014) en gaat uit van 250 appartementen. Aangezien de gemeenteraad het aantal woningen heeft verlaagd naar 198 woningen is geen duidelijkheid gegeven over de actuele economische uitvoerbaarheid en voldoet het bestemmingsplan daarom niet aan de vereisten. Het is op dit moment onduidelijk wat de kosten van sanering zijn. Er wordt zelfs aangegeven, dat pas “voorafgaande aan de bouwactiviteiten in het plangebied een saneringsplan wordt opgesteld” (blz. 46 van de Toelichting). Hieruit trekken wij de conclusie dat een saneringsplan pas wordt opgesteld na vaststelling van het bestemmingsplan. De kosten van de sanering zijn dus op dat moment nog niet bekend, de economische uitvoerbaarheid kan dus niet worden vastgesteld. De kosten voor een veilige verkeersontsluiting zijn nog niet bekend. Wij gaan er vanuit dat alle kosten voor rekening van de ontwikkelaar zijn en er dus geen risico voor de Gemeente is. Wij constateren op grond van o.a. deze aspecten dat op dit moment met geen enkele zekerheid iets te zeggen over de economische uitvoerbaarheid.

  • Wij verzoeken om een nieuwe onderbouwing economische uitvoerbaar op basis van de gemeentelijke randvoorwaarden. Wij verzoeken hierbij ook rekening te houden met de volledige sanering van de locatie, de te nemen geluidsmaatregelen, maatregelen in de openbare ruimte ten behoeve van de verkeersveiligheid etc. Wij verzoeken deze maatregelen afzonderlijk in beeld te brengen zodat een goede beoordeling gegeven kan worden op de werkelijke economische uitvoerbaarheid.
  1. Maatschappelijke Uitvoerbaarheid

De SGLA kan reageren volgens het vooroverleg. De Participatiegroep en andere belanghebbenden (zoals de Bomenstichting) komen pas in beeld bij de ter visielegging van het ontwerpbestemmingsplan. De Gemeenteraad komt zelfs pas in beeld na deze periode. Er is dus voor de Gemeenteraad én belanghebbenden geen gelegenheid om met elkaar in gesprek te gaan over het ontwerpbestemmingsplan. Gezien de gevoeligheid van deze locatie vinden wij dat onverstandig. Wij pleiten daarom voor een bespreking in de Gemeenteraad (via de Ronde) van de reactienota op het conceptontwerpbestemmingsplan.

  • Wij vragen de procedure aan te passen en de Gemeenteraad en belanghebbenden de gelegenheid te geven met elkaar in gesprek te gaan over de reactienota op het conceptontwerpbestemmingsplan.

Tot slot. Het lijkt erop dat diverse stukken in grote haast zijn gemaakt. Wij constateren veel taalfouten en slordigheden. Het lijkt ons verstandig de stukken daarop nog goed door te lezen.

Wij hebben nu slechts op hoofdlijnen willen reageren, en vragen u alvast onze opmerkingen en wijzigingsvoorstellen in het ontwerpbestemmingsplan mee te nemen.

Met vriendelijke groet,

Namens de Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort (SGLA)

Peter de Langen, voorzitter

Raphaël Smit, vicevoorzitter

Bijlage I: m2 in oorspronkelijke plan en in gewijzigd plan

Oorspronkelijke plan 2014: 22.000 m2

                       

Gewijzigd plan (o.b.v. dezelfde mix is dit 18.138 m2)

 


Bijlage II. Kanttekeningen plaatselijke contactpersoon Bomenstichting

 

Behoud van het groen en de (broed)vogels aan Keerkring 5

De oppervlakte van het totale plangebied aan de Keerkring 5 bedraagt ca. 1,8 ha. Het plangebied heeft veel groen. De groenvoorziening betreft een oppervlakte van ca. 13.300 m2 [1]. Het groen bestaat o.a. uit bomensingels, bomen met onder begroeiing, overige bomen, heesters en struiken en ruigten. Het terrein vormt nu een groene oase in een grotendeels versteend gebied dat doorsneden is met infrastructuur (spoorlijn, tunnel, drukke wegen).

Uit het natuuronderzoek blijkt dat het groene gebied een belangrijk broed- en foerageergebied voor (broed)vogels vormt.

 

Het wijk- en buurtgroen mag niet het kind van de rekening worden bij de binnenstedelijke vernieuwing, is het credo van het bestuur. De stad wil ‘veilige, groene en leefbare wijken’. [2]

  • De vraag is of dit project hier wel aan kan voldoen.

Manco’s aan de analyse van het groen; Nog benodigde onderzoeken:

Er is tot nu toe slechts een analyse gemaakt van de effecten van de plannen op de bomen in het gebied, en dan alleen nog maar van de grotere bomen, dat wil zeggen vanaf stamdiameter (doorsnede) van 10 cm. Dat is niet in overeenstemming met het huidige gemeentebeleid op groen- en bomengebied.

  • Meer informatie is nodig, meer onderzoeken naar ons groene kapitaal.

1. Oppervlakten groen van > 50 m2

Om in beeld te brengen welke oppervlakten groen van meer dan 50 m2 behouden kunnen blijven, moet hiervan ook een effectanalyse van gemaakt worden (en dus niet alleen van de kapvergunning plichtige maat bomen). Die oppervlakten-analyse ontbreekt nog.

Op grond van het huidige bomenbeleid zijn immers oppervlakten meer dan 50m2 van houtopstanden behoudens waardig. Voor het verwijderen van deze oppervlakten schrijft de APV kapvergunningen voor.

  • We raden de gemeente aan om indien men onverhoopt mocht besluiten dat dit groen verwijderd mag worden, dan in ieder geval van de mogelijkheid gebruik te maken om aan die kapvergunningen een voorwaarde van herplanting (op of in de buurt van het plangebied) op te nemen.

2. Groen Effect Analyse

Tevens moet op basis van huidig beleid inzicht worden gegeven in alle groen dat bedreigd wordt door de plannen en hoe de projectontwikkelaar denkt dit groen te kunnen behouden.

En aangeven hoe men het onverhoopt niet te behouden groen gaat vervangen/herplanting.

Dat is bij Elisabeth Groen gedaan (een Bomen en Groen Effect Analyse), bij Lichtenberg, bij Ganskuijl, maar hier is het vergeten.

  • Deze informatie moet nog worden verstrekt

 

3. Nog benodigde stukken:

Bovendien ontbrekende stukken bij BEA nog de volgende in de BEA genoemde bijlagen:

BIJLAGE 1 BOMENTEKENING BEA p. 29 e.v.

BIJLAGE 3 RESULTATEN 0-METING p. 31 (e.v.).

  • Deze dienen nog ter beschikking te worden gesteld om de situatie goed te kunnen beoordelen.

 

 

 

4. Wat zijn de gevolgen van de grondsanering/-beheer voor bomen en overig groen?

De Bomen Effect Rapportage behelst geen volledige beoordeling van de projectinvloeden. Wat ontbreekt, is de beoordeling van de effecten van het aanbevolen afvoeren dan wel afdekken van de verontreinigde grond bij herontwikkeling.

De effecten hiervan op de bomen en het overige groen dient eerst nog te worden onderzocht. Dit is o.a. van belang voor de vraag welke bomen en overig groen gespaard en/of verplant kunnen worden.

Met betrekking tot het behoud van de in de BEA genoemde bomen met de nummers 1 t/m13, 15 t/m 17 en 19 t/m 21 betwijfelen wij of gewenste sanering hier geen roet in het eten gooit. De onderzoeker schrijft slechts dat deze bomen zijn in principe verplantbaar zijn (mits uit een QuickScan-verplantbaarheidsonderzoek zou blijken dat dat inderdaad kan). Maar hij lijkt geen rekening te hebben gehouden met de bodemverontreiniging.

Onderzoek Grontmij:

Op basis van de standaard risicobeoordeling is op de locatie sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen. Voor het huidige gebruik is geen sprake van onaanvaardbare risico’s en daarom hoeft de locatie niet met spoed gesaneerd te worden. Er is momenteel geen onaanvaardbaar risico voor de mens, noch voor het ecosysteem. Dat verandert echter bij uitvoering van de woningbouwplannen:

Bij toekomstig gebruik (uitgangspunt wonen met tuin) is op basis van de standaard beoordeling sprake van onaanvaardbare ecologische risico’s. Op basis van ecologische meetmethoden is aangetoond dat er dan sprake is van onaanvaardbare risico’s voor het ecosysteem. Onderzoeksbureau Grontmij adviseert daarom om de verontreiniging te saneren voorafgaande/tijdens de geplande herontwikkeling van de locatie.

Hierbij zijn waarschijnlijk maatregelen nodig zoals het afvoeren dan wel afdekken van de verontreinigde grond. (p.26).

  • De effecten hiervan op behoud en verplantbaarheid van groen en bomen dienen eerst duidelijk te worden door onderzoek.

5. Behoud van groen blijkt geen uitgangspunt van de plannen

Het bouwplan heeft helaas niet als uitgangspunt behoud van het groen, niet eens: behoud van zoveel mogelijk groen. Een aantal in de afgelopen 10 jaar aangeplante bomen (de rode en blauwe stippen in bovenstaand figuur) (figuur 4 uit de BEA) zijn gedeeltelijk het resultaat van een burgerinitiatief. Zelfs deze bomen (de rode stippen) worden volgens het gewijzigd stedenbouwkundig plan niet gehandhaafd! Volgens het plan worden alleen de volwassen bomen langs de Keerkring en de sportvelden ingepast in het plan. Zie

https://amersfoort.notudoc.nl/cgi-bin/showdoc.cgi/env=help/action=view/id=1113502/type=pdf/Gewijzigd_stedenbouwkundig_plan_Keerkring_5.pdf%20p.%208

Dat terwijl de meeste bomen en het meeste groen elders in het plangebied liggen. Deze bomen en groen worden rigoureus verwijderd; het ontwerp is grotendeels uitgegaan van een ‘schone lei’.

Een toename van 4600 m2 aan verhard vlak maakt de groen-situatie er alleen nog maar slechter op.

Ook de Commissie van Ruimtelijke Kwaliteit heeft al aan het college aangegeven, dat zij zich zorgen maakt om het leefklimaat en de bebouwingsdichtheid. Zij pleit voor een goed verblijfsklimaat. Hiertoe hadden de bestaande bomen en het bestaande groen uitgangspunt moeten zijn en meer kunnen worden ingepast. Volgens de Bomen Effect Analyse hebben van de 165 bomen de meeste een goede toekomstverwachting; dus inpassing lag voor de hand. Mede gezien het feit dat de bomen zich voornamelijk aan de rand van het plangebied bevinden.

Behoud van de natuurwaarden blijkt geen uitgangspunt voor de plannen

Het plangebied is een belangrijk broed- en foerageergebied voor (broed)vogels. Uit de onderzoeken blijkt dat de volgende vogelsoorten zijn aangetroffen: spotvogel (een fantastische imitator van andere vogelgeluiden: https://www.youtube.com/watch?v=fsmpv-t84pY), staartmees, tjiftjaf (ook jonge individuen), turkse tortel, winterkoning, zanglijster, zwartkop, spreeuw, heggenmus, houtduif ekster, koolmees, merel (ook jonge individuen), pimpelmees, roodborst, gaai, kauw en zwarte kraai. Deze waarnemingen betreffen onder andere broedende vogels.

Tevens vormt het plangebied een overwinteringsgebied voor amfibieënsoorten.

  • Op geen enkele wijze blijkt uit de planvorming dat rekening is gehouden met behoud van deze soorten.

 


[1] bron: Waterhuishoudkundig onderzoek, Boot

[2] Coalitieakkoord

De Gemeente laat ons geen keus, we gaan opnieuw naar de Nationale Ombudsman.

Bewonersorganisaties vragen o.b.v. het participatiebeleid de Ombudsman opnieuw om een uitspraak over het proces rond de Westelijke Ontsluiting in Amersfoort. Zij vragen de Nationale Ombudsman om een beoordeling te geven over:

  1. 1.Het verloop van het besluitvormingsproces.
  2. 2.De geboden inspraak op basis van de beleidsregels rond participatie, de randvoorwaarden van 1 maart 20111 én de randvoorwaarden van het coalitieakkoord van 12 februari 2013.
  3. 3.De mate waarop de uitkomsten van de inspraak invloed hebben gehad op de besluitvorming en in hoeverre er sprake is van vooringenomenheid.
  4. 4.De geboden transparantie.
  5. 5.De mate waarin sprake is van een zorgvuldig proces.

In april van dit jaar verzocht een aantal bewonersorganisaties de Nationale Ombudsman om een uitspraak over de participatie rond de Westelijke Ontsluiting. Omdat het proces nog gaande was, heeft de Nationale Ombudsman de Gemeente in eerste instantie de gelegenheid geboden om zelf te reageren op de klacht. Daarbij gaf de Ombudsman de volgende opdracht mee aan de gemeente “De Nationale Ombudsman vraagt u hierbij de klacht te behandelen en daarbij in het bijzonder aandacht te besteden aan de wijze waarop de gemeente uitvoering geeft aan haar participatiebeleid, hetgeen door verzoekers als onzorgvuldig wordt ervaren, en specifiek wat betreft het nakomen van het raadsbesluit van 1 maart 2011. “

Naar aanleiding hiervan is op 19 augustus jl. door de Gemeente Amersfoort een hoorzitting gehouden en is onze klacht beantwoord op 1 september 2015. Op zichzelf hebben wij waardering voor de wijze waarop wij zijn gehoord en het zeer uitgebreide antwoord van de gemeente. Helaas hebben het overleg en de beantwoording van de klacht voor ons geen bevredigend resultaat opgeleverd. Niet alleen geeft de gemeente in haar reactie geen enkele blijk van zelfreflectie of inzicht in de achtergronden, laat staan dat zij ingaat op de kern van de klacht. Daar komt bij dat in de beantwoording inhoud en proces sterk door elkaar lopen, waardoor een sluier is opgetrokken en onze feitelijke klacht niet is beoordeeld. Ten slotte is het antwoord van de gemeente weliswaar zeer uitgebreid maar niet volledig. Ook wordt op een aantal punten een onjuiste weergave geschetst van het proces c.q. de uitkomsten daarvan. In onze brief naar de ombudsman lichten wij dat toe.

De gemeente laat ons dan ook geen andere keus dan opnieuw een klacht in te dienen bij de Nationale Ombudsman.

Nationale Ombudsman zet Gemeente Amersfoort aan het werk

PERSBERICHT

Nationale Ombudsman zet Gemeente Amersfoort aan het werk

De nationale ombudsman wil dat de gemeente Amersfoort de klacht van 5 bewonersorganisaties over het gevoerde participatiebeleid inzake de Westelijke Ontsluiting gaat behandelen.

Buurtcomité Beroemde Vrouwenbuurt, Bewoners BW-laan Noord, Milieudefensie Amersfoort, Stichting Woonklimaat Berg, Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort en de Vereniging Behoud Bosgebied Birkhoven Bokkeduinen hebben bij de Nationale Ombudsman een klacht ingediend over de wijze waarop de Gemeente Amersfoort met het participatieproces is omgegaan.

De Nationale Ombudsman heeft de Gemeente in eerste instantie de gelegenheid zelf te reageren op de klacht:

“De Nationale Ombudsman vraagt u hierbij de klacht te behandelen en daarbij in het bijzonder aandacht te besteden aan de wijze waarop de gemeente uitvoering geeft aan haar participatiebeleid, hetgeen door verzoekers als onzorgvuldig wordt ervaren, en specifiek wat betreft het nakomen van het raadsbesluit van 1 maart 2011. “

De bewonersorganisaties ervaren het als een steun in de rug nu de Nationale Ombudsman specifiek verwijst naar het nakomen van het raadsbesluit van 1 maart 2011. Toen werd een uitgebreide Nota van Randvoorwaarden door de Gemeenteraad vastgesteld. De bewonersorganisaties zijn van mening dat op veel punten de Gemeente hiermee onzorgvuldig is omgegaan. In onze klacht zijn wij daarop uitvoerig ingegaan.

Voorbeelden daarvan zijn het volstrekt negeren van het meerderheidsadvies van de Participatiegroep en de wijze van participatie na de val van het College in 2012

De gemeente moet nu binnen 6 weken de klacht behandelen met een mogelijke verlenging van 4 weken. Als dit niet binnen de termijn gebeurt óf als de bewonersorganisaties het niet eens zijn met het oordeel óf de wijze waarop de afhandeling verloopt, staat de weg naar de Nationale Ombudsman weer open.

Wij wachten de behandeling van de klacht door de Gemeente nu verder af.

SGLA buigt zich over Vathorst-Noord

Persbericht

De algemene ledenvergadering van de SGLA heeft Peter de Langen herkozen als voorzitter van de vereniging. De vergadering vond plaats op maandag 15 juni jl. Behalve de herverkiezing van de voorzitter zijn ook twee notities besproken: de Toekomstvisie van de SGLA en het Speerpuntenprogramma. Beide notities zijn door de leden vastgesteld.

De Algemene Ledenvergadering heeft aandacht besteed aan het agenderen van actiepunten door het bestuur, standpunten die het bestuur namens de vereniging inneemt, de representativiteit van de woordvoerders namens de vereniging en de relatie tussen de werkzaamheden van de aangesloten leden en het algemene beleid van de SGLA. Daarbij is onder ogen gezien dat afzonderlijke leden ten opzichte van actuele zaken standpunten kunnen innemen die geheel of gedeeltelijk contrair zijn. De vergadering stelde vast dat leden, vanuit hun individuele standpunten, hun eigen nuances kunnen bepalen. Groeperingen die de leefbaarheid in onze stad vanuit uiteenlopende uitgangspunten nastreven, zijn lid van de SGLA om door bundeling van krachten hun eigen activiteiten te versterken. Ook al zijn er momenten dat de belangen van leden tegengesteld zijn, de samenwerking binnen de SGLA dient een hoger doel voor de langere termijn.

De Algemene Ledenvergadering heeft ook een werkgroep samengesteld die zich buigt over de actuele ontwikkelingen rondom Vathorst-Noord. Tijdens een intensieve discussie zijn bouwstenen aangedragen voor een mogelijke standpuntbepaling van de SGLA ten aanzien van de toekomst van Vathorst-Noord.