Betreft: BRANDBRIEF Regionale Ruimtelijke Visie

Betreft: BRANDBRIEF Regionale Ruimtelijke Visie

Amersfoort, 6 december 2017

Geachte Raadsleden,

Wij zijn verbijsterd over de gang van zaken met betrekking tot de voorgenomen besluitvorming over de Regionale Ruimtelijke Visie (RRV).

Op 27 juni jl. nam u het besluit “De noodzakelijkheid en haalbaarheid van de in de visie genoemde concrete zaken vereisen nader overleg in de raad en om aan voldoende democratische legitimiteit te komen ook meer betrokkenheid van onze inwoners. Dit geldt waarschijnlijk tevens voor andere gemeenten. De Raad vraagt daarom om de genoemde datum van 1 december 2017 te vervangen door 1 juli 2018 om in de gelegenheid te zijn deze visie voor inspraak voor te leggen aan onze inwoners.”

Een heldere en concrete afspraak: Besluitvorming over een belangrijk thema als "Verdere groei van Amersfoort" tillen we over de verkiezingen heen én we gaan hierover het gesprek aan met de inwoners van de stad.

Nu wordt de besluitvorming plotseling totaal gewijzigd!

Het College wijzigt onderstaande items in het concept Raadsvoorstel

1. Vaststelling van de RRV wordt niet uitgesteld tot juli 2018, zodat de RRV niet voor inspraak aan de inwoners wordt voorgelegd.

2. In het proces is Participatie van inwoners uitgesloten.

3. Achterliggende gedachte is volgens het raadsvoorstel, dat een regionale visie vaak te abstract wordt bevonden door inwoners en dat de gemeenteraden weten wat er leeft onder hun inwoners en daarom hun inwoners op de juiste manier vertegenwoordigen.

Zoals gezegd, wij zijn hierover verbijsterd. Met het negeren van de eerder door de Raad vastgestelde besluitvorming wordt niet alleen de Raad maar worden ook de inwoners niet serieus genomen, hetgeen impliceert dat inwoners te dom en niet in staat zijn input te leveren m.b.t. tot het thema “Verdere groei van Amersfoort”.

Wij zien dit als het bruuskeren van de inwoners én de Raad.

Wij vinden dit een staaltje van ouderwetse regentenpolitiek! Maar wij zijn ook boos en zeer teleurgesteld. Het gaat om belangrijke thema’s in de RRV, die de politieke partijen niet in hun verkiezingsprogramma’s van deze periode hadden staan. Inwoners hebben met het uitbrengen van hun stem dus geen rekening kunnen houden met hetgeen de politieke partijen hierover nu plotsklaps besluiten. Het gaat om thema’s als verdichting, uitbreiding, hoogbouw, optopping, leefbaarheid, behoud van groen etc. Het is impliciete besluitvorming waar u en vanaf maart 2018 de nieuwe Raad steeds mee zullen worden geconfronteerd. De redenatie dat het slechts om indicatieve getallen gaat, is natuurlijk een drogreden. De getallen staan er en blijven er ook staan, zodat u daar steeds op aangesproken zult worden. Het gaat om mogelijke toevoeging van duizenden woningen in Amersfoort, waarbij het vroegere thema Manhattan aan de Eem in het niet valt.

De RRV heeft grote gevolgen en het kan niet zo zijn, dat een zo’n belangrijk thema er voor de verkiezingen doorheen gejast wordt!

Behoorlijk bestuur betekent dat inwoners vooraf de gelegenheid moeten hebben gehad hun input te leveren.

Geachte Raadsleden, hopelijk beseft u dat u een grote verantwoordelijkheid neemt, als u toch over gaat tot een inmiddels gewijzigde besluitvorming inzake de RRV. De regentenpolitiek wordt dan weer in ere hersteld en worden de inwoners, niet voor de eerste keer, weer gebruuskeerd. Wij spreken u daar persoonlijk, in uw rol als volksvertegenwoordiger, op aan.

Wij doen een dringend beroep op u om uw oorspronkelijke besluit te handhaven: Het besluit over de verkiezingen heen te tillen én inwoners serieus te nemen en hen te betrekken bij het thema “Wel of geen verdere groei van Amersfoort”.

Wij verwachten dat u onze brandbrief naar waarde weet te schatten en hopen dat u uiteindelijk tot het oorspronkelijk aangenomen voorstel zult besluiten.

Met vriendelijke groeten

Namens

Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort

Peter de Langen

voorzitter

Zienswijze c.q. Reactie op concept 20 april 2017 Regionale Ruimtelijke Visie (RRV)

SGLA

E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Aan:

Bureau Regio Amersfoort

Stadhuisplein 5

3811 LM Amersfoort

via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

cc:

Gemeenteraad Amersfoort

College van Burgemeester en Wethouders Amersfoort

Pers

Amersfoort, 17 juni 2017

Betreft: Zienswijze c.q. Reactie op concept 20 april 2017 Regionale Ruimtelijke Visie (RRV)

Geacht Bestuur,

De Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort (SGLA) is een koepel van belangengroeperingen in de gemeente Amersfoort die onder meer als doelstelling heeft: “ … de bevordering en bescherming van de

kwaliteit van het woon- en leefklimaat, het behouden en het verbeteren van de natuur -, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, de flora en de fauna, de kwaliteit van het milieu waaronder de lucht, het geluid, de bodem en het water en de gezondheid van mensen en een goede ruimtelijke ordening, waaronder begrepen de problematiek rond verkeersafwikkeling en parkeren, alles in de ruimste zin des woords.”

De SGLA is betrokken bij veel grote en integrale projecten in de gemeente Amersfoort en participeert hierin al dan niet op verzoek van de gemeente.

De concept Regionale Ruimtelijke Visie (hierna te noemen RRV) is van groot belang omdat van gemeenteraden wordt gevraagd “deze te hanteren als kader voor eigen (ruimtelijk) beleid.” Met de hantering van de RRV als kader voor eigen ruimtelijk beleid wordt nu de beleidskeuze voor toekomstig gekozen gemeenteraden zeer beperkt. Wij zien dan ook voldoende reden om de RRV zeer kritisch te becommentariëren. Wij zullen op diverse onderdelen commentaar geven en aanpassingvoorstellen doen. Wij verzoeken u onze reactie zo nodig te zien als een officiële zienswijze. Wij beperken ons commentaar tot de gemeente Amersfoort.

  1. Regionale Samenwerking

    Het is een visie van 9 samenwerkende gemeenten in de Regio Amersfoort: Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Nijkerk, Soest, en Woudenberg. Deze regio heeft nu gezamenlijk 385.000 inwoners, waarvan in Amersfoort 153.000. Wij vinden het een goede zaak dat deze gemeenten willen samenwerken. Uitgaan van elkaars kracht spreekt ons aan. Tegelijkertijd plaatsen wij wel kanttekeningen bij deze samenwerking en de opgestelde visie. Wij gaan hier nader op in.

  2. Democratische legitimering

    In de eerste plaats maken wij de kanttekening dat een regionale samenwerking niet gebaseerd is op een democratische legitimering. Een regionaal bureau is niet democratisch gekozen. Het is dus logisch dat aan Gemeenteraden wordt gevraagd in te stemmen met de Regionale Ruimtelijke Visie. Helaas moeten wij constateren dat in ieder geval de inwoners van Amersfoort weinig tot geen reële kans hebben gekregen om over deze RRV te discussiëren en mee te denken. Een algemene informatie of inspraakavond is toch wel het minste dat de gemeente had kunnen organiseren. Slechts een Ronde van één uur op 6 juni jl. met zeer beperkte spreektijd was ons gegeven. O.i. mag het niet mogelijk zijn, dat over een termijn visie tot maar liefst 2040 in één uur besluitvorming kan plaats vinden. Wij zijn van mening dat deze RRV niet meer kan zijn dan een eerste aanzet tot een regionale ruimtelijke visie in de Regio Amersfoort.

    Voor zover wij hebben kunnen nagaan is er geen enkele politieke partij in Amersfoort (en waarschijnlijk ook niet elders in de regio) die in het verkiezingsprogramma iets had of heeft staan over zo’n vergaande ruimtelijke visie.

    Hoe kon of kan de kiezer weten wat er zou dan wel zal gaan gebeuren? Wij vinden dat besluitvorming over een RRV onderdeel moet zijn van een nieuwe gemeenteraad en dat politieke partijen in hun verkiezingsprogramma’s duidelijkheid moeten geven over hun visie op regionale ruimtelijke ontwikkelingen. Dan valt er (hopelijk) ook wat te kiezen.

    Nu lijkt het er op dat Amersfoort in een 2e groeistad fase wordt geduwd, zonder dat bewoners daar enige invloed op konden en kunnen uitoefenen.

  • Voorstel 1 tot aanpassing RRV: Besluitvorming over de RRV vindt plaats na de gemeenteraadsverkiezingen, waarbij er eerst nog een goede maatschappelijke discussie wordt gehouden.

  1. Onderbouwing van de RRV

    De RRV gaat uit van voortgaande groei in een aantrekkelijk gelegen regio in het midden van het land. De RRV baseert zich hierbij op een rapport uit 2013 van EIB (Economisch Instituut voor de Bouw). Dit instituut is niet onafhankelijk, zo dat het er op lijkt dat “de slager zijn eigen vlees keurt”. Een RRV dient gebaseerd te zijn op onafhankelijk onderzoek. De Regionale Bevolkings- en Huishoudensprognose / Gemeentelijke Prognose Huishoudens 2017-2040 (CBS/PBL september 2016 geeft bijvoorbeeld een veel genuanceerder beeld en brengt de vele toekomstige onzekerheden in beeld. De RRV gaat uit van: “In hogere groeiscenario’s van verschillende onderzoeken zal de bevolking tot 2050 met ruim 2 miljoen mensen groeien. In lagere groeiscenario’s zal de bevolking na 2030 krimpen. De verschillen worden echter steeds groter in Nederland. Ongeacht het hoge of lage scenario zijn er regio’s waar krimp onvermijdelijk zal zijn en regio’s die altijd zullen groeien, zoals in de regio Amersfoort” (blz. 17) Een dergelijke veronderstelling wordt niet onderbouwd en is slechts een aanname of misschien zelfs alleen maar een wensbeeld.

    Wij krijgen de indruk dat vooral groei wordt gepromoot om draagvlak voor voorzieningen te creëren. Dit wordt ook in diverse bewoordingen gezegd:

    “De regionale demografische groei versterkt het draagvlak voor voorzieningen, vergroot de druk op de woningmarkt en vergroot het dilemma van de verdeling van schaarse en betaalbare ruimte in de regio”. (Blz 17)

    “De daling van de gemiddelde grootte van huishoudens kan lokaal leiden tot een sluipende bevolkingskrimp, als er geen woningen worden toegevoegd. Dan neemt het lokale draagvlak van voorzieningen af.” (Blz. 23)

    Wij vragen ons af of draagvlak voor voorzieningen het uitgangspunt voor groei moet zijn! Een ander punt is dat in de RRV, behalve energiereductie, nauwelijks iets te lezen valt over gevolgen van de klimaatverandering.

    Wij vinden de onderbouwing in de RRV ronduit zwak.

  • Voorstel 2 tot aanpassing RRV: Een onafhankelijke organisatie, bijvoorbeeld CBS en/of Planbureau voor de Leefbaarheid, stelt een prognose van de woonbehoefte specifiek voor de regio Amersfoort op. Hierbij wordt ook rekening gehouden met gevolgen voor krimpgebieden elders in het land. In de scenario’s worden ook de gevolgen van klimaatverandering weergegeven. Er worden diverse scenario’s in beeld gebracht, waarbij ook de consequenties duidelijk worden weergegeven.

  1. Ruimtelijke taakstellingen Amersfoort

    Wij zien in de RRV een onevenredige druk op de gemeente Amersfoort ontstaan, terwijl deze gemeente al tientallen jaren de druk op de regio heeft moeten opvangen. Wij zien in de RRV een verkapte nieuwe groeistadfase voor de gemeente Amersfoort. Om inzicht te geven in wat de gemeente Amersfoort al heeft gedaan, hebben wij het volgende overzicht opgesteld, waaruit blijkt dat Amersfoort al vanaf 1981 veel van de groei voor de hele regio heeft opgevangen. Uit het overzicht blijkt ook dat Amersfoort veel meer heeft gebouwd dan alle taakstellingen eisten. Er zijn bijna 8300 woningen meer gebouwd dan opgelegd!

    Dat er dan nog steeds een grote behoefte zou bestaan, verdient in ieder geval een betere onderbouwing.

    Amersfoort heeft door de bovenmatige taakstelling een forse groei doorgemaakt, hetgeen ten koste is gegaan van groene uitloopgebieden en binnenstedelijke groen. Wij zien nu al druk op de leefbaarheid ontstaan en vrezen dat deze druk alleen maar groter wordt.

  • Voorstel 3 tot aanpassing RRV: Als er nog bebouwing moet plaatsvinden, dan moet er een veel evenwichtiger verdeling in aantallen tussen de verschillende gemeenten in de regio worden voorgesteld. De gemeente Amersfoort kan niet als “invullocatie” gebruikt blijven worden.

  • Voorstel 4 tot aanpassing RRV: Indien, op basis van onafhankelijk onderzoek, woningbehoefte wordt geconstateerd, dan moet ook een evenwichtiger verdeling van de diverse soorten woningen (sociale woningbehoefte etc.) voorgesteld worden.

  • Voorstel 5 tot aanpassing RRV: Gebieden waar niet gebouwd wordt, worden concreet benoemd. Voor Amersfoort wordt niet gebouwd in:

                    de uitleggebieden:

  • Hoogland West

  • Stoutenburg Noord

  • Vathorst Noord

  • Vathorst West

    en ook niet binnenstedelijk in:

  • Park Randenbroek

  • Park Schothorst

  • Elisabethlocatie

  • Klein Zwitserland

  • Birkhoven Bokkeduinen

  • Valleikanaalzone

  • Limvioveld

  • Groengordel Soesterkwartier

  • Het Waterwingebied

  • Groengordel Schuilenburg

  • Nimmerdor

  • Groenstrook tussen Hooglanderveen en Vathorst

  • Kop van Schothorst

  • Sportvelden en kleinschalige groenstroken bestemd voor sport en spel tussen woongebieden

    Wij zien wel mogelijkheden voor eventuele bebouwing door transitie van leegstaande (kantoor)gebouwen en van totale bedrijfslocaties zoals op De Hoef, de Wagenwerkplaats en de Kop van Isselt (waarbij de positie van de War niet in gevaar mag komen!). Ook biedt het Provinciale Inpassingplan Kantoren, o.a. m.b.t. de locatie van het Trapezium, nog diverse mogelijkheden. Wanneer eventueel het gemeentehuis naar een andere locatie verhuist, zien wij dat gebied ook als een geschikte woningbouwlocatie.

  1. Uitgangspunten RRV

    Wij constateren dat veel uitgangspunten die in de RRV worden genoemd niet nader onderbouwd zijn. Wij zien veel aannames, die vervolgens als waar c.q. vaststaand worden aangenomen. Een aantal voorbeelden, met cursief ons commentaar:

  • Vooral Utrecht en Amsterdam hebben een grote aantrekkingskracht. De eerstvolgende stap in de woon carrière is vaak een woning in de nabijheid van deze steden met een goedeverhouding tussen prijs en kwaliteit. Voor deze groep biedt de regio Amersfoort een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Waarop is deze aanname gebaseerd ?

  • Werk gaat steeds meer wonen volgen en dat gebeurt steeds meer in stedelijk gebied. Het economisch en maatschappelijk zwaartepunt komt hierdoor steeds meer in stedelijk gebied te liggen. Waarop is deze aanname gebaseerd?

  • Groeiende vraag naar dorpse en landelijke woonmilieus in de directe nabijheid van de Randstad. Lijkt in tegenspraak met eerdere conclusies over stedelijke milieus

  • Toenemende mobiliteit. De visie gaat hiervan uit, maar dit is maar zeer de vraag. Er wordt geen rekening gehouden met nieuwe ontwikkelingen op gebied van vervoer, afnemende energie verbruiksmogelijkheden etc. In feite gaat men uit van een verouderde visie op mobiliteit.

  • Het snelwegennetwerk en het regionale wegennet moeten robuust genoeg zijn om de mogelijke groei van de mobiliteit binnen de regio op te kunnen vangen. Hier wordt helemaal niets mee gezegd. Het is zelfs geen aanname en als kruispunt Hoevelaken is aangepast en de A1 verbreedt is daar ook aan voldaan.

  • Vooral de verbindingen met Amsterdam, Utrecht en Flevoland komen onder druk te staan. Hier gaan steeds meer mensen wonen en werken. Wij onderschrijven deze conclusie, maar als mensen daar gaan werken én wonen, wat is dan het probleem precies?

  • Er is een groeiende ruimtebehoefte om de internationale goederenstromen via de A1 op te vangen, zowel op de rijksweg als op de aangrenzende logistieke centra. Opnieuw niet onderbouwd, maar een aanname.

  • Voorstel 6 tot aanpassing RRV: De visie herschrijven op basis van deugdelijke rapporten i.p.v. aannames.

  1. Risico’s

    De regio Amersfoort wordt in de RRV genoemd als het middelpunt van Nederland waar iedereen wil wonen en werken. Hetgeen overigens in tegenspraak is met de conclusie dat iedereen in Amsterdam, Utrecht en Flevoland wil wonen en werken. De praktijk is al vele malen anders geweest. Zolang bv. Utrecht en Amsterdam niet of minder bouwen, wil men nog wel eens uitwijken naar Amersfoort. Zodra de woningbouwproductie in die steden weer op gang komt, wordt het beeld direct anders. Dit hebben wij gezien met Leidsche Rijn en IJburg in concurrentie met Vathorst. Dit zal ongetwijfeld weer gebeuren, nu zowel Amsterdam als Utrecht forse uitbreidingsplannen hebben. Dit wordt in de RRV ook wel genoemd, maar ook weggewuifd. Dit lijkt ons niet verstandig.

  • Voorstel 7 tot aanpassing RRV: Eerst uitgaan van de groei van de 4 grote steden (zoals ook in De Regionale Bevolkings- en Huishoudensprognose / Gemeentelijke Prognose Huishoudens 2017-2040 (CBS/PBL september 2016) wordt voorgesteld, en dan pas kijken of Regio Amersfoort nog wel zo aantrekkelijk is.

  • Voorstel 8 tot aanpassing RRV: Breng concreet in beeld wat Amsterdam, Utrecht en Flevoland denken te bouwen en zet deze bouwprognoses af tegen de mogelijkheden in de regio Amersfoort.

  • Voorstel 9 tot aanpassing RRV: Breng financiële risico’s concreet in beeld.

  1. Verdichting van bestaand stedelijk gebied.

    In de RRV wordt gesteld: “Er zit meer ruimte in de stad dan vaak wordt gedacht. En verdichting hoeft niet te betekenen dat al het groen moet verdwijnen of dat er overal hoogbouw moet komen. Verdichting gaat over het beter benutten van de kwaliteiten die er al zijn. Er zijn bijvoorbeeld talloze grote restruimten rondom straten en wegen in de bebouwde kom die nu een grote barrière zijn tussen woonbuurten die door verdichting juist een schakel tussen buurten kunnen worden. Vooral de woonwijken die gebouwd zijn tussen 1950 en 1980 zijn vaak erg kansrijk. Deze wijken liggen meestal dicht tegen de voorzieningencentra aan waardoor het aantrekkelijke wijken zijn om het gemengde leefmilieu te realiseren waar grote behoefte aan is. Bovendien kan in deze wijken samen met de woningcorporaties een slimme combinatie gemaakt worden met de verduurzaming van de woningvoorraad. Daarbij moet wel een goed evenwicht gevonden worden tussen verdichting en het behoud van de groene kwaliteit die deze wijken meestal kenmerkt”.

    Een buitengewoon vreemde conclusie. Hoe kunnen restruimten nu OOIT een barrière vormen? Bebouwing kan dat echter wel en hoogbouw al helemaal!.

    Wij zijn het met de bovenstaande passage pertinent mee oneens. Het zijn juist de kwaliteiten van de stad! De Amersfoortse wijken hebben allemaal een eigen karakter en identiteit. Dit zou versterkt in plaats van doorbroken moeten worden. Het motto moet zijn: ‘ga uit van wat er al is’. De bestaande wijkindeling is sterk en daarom zou er meer geluisterd moeten worden naar de ideeën en initiatieven van de desbetreffende wijkbewoners.

    In plaats van grootschalige initiatieven opteren wij voor de meer kleinschalige. De Amersfoort Vernieuwt projecten kennen zulke initiatieven, en ons advies zou zijn om op die voet verder te gaan. Hoogbouw (Amersfoortse maat conform Structuurvisie is maximaal 8 hoog) is op enkele plekken een optie, maar de maat en schaal van de bestaande wijken in Amersfoort moet leidend zijn. Dit betekent dat voor veel binnenstedelijke locaties ook aan compacte laagbouw gedacht moet worden, met veel ruimte voor groen en speelgelegenheden.

    Wij zijn voorstander van een menging van functies: wonen, voorzieningen en kleinschalige werkgelegenheid (ZZP, werken aan huis) in de wijk. Zo kunnen ook de niet-hinderlijke bedrijfjes (categorie 1 en 2) die nu op bedrijventerreinen gehuisvest zijn in de wijken een uitstekende plek krijgen.

    De SGLA is van mening dat er uitgegaan moet worden van de vraag: hoe moeten de stad en de wijken er uitzien, en vooral wat willen de bewoners? Wij moeten ons afvragen of wij tot in lengte van jaren het aantal statistisch voorgeschreven woningen blijven bouwen, of kiezen voor behoud en verbetering van kwaliteit? De SGLA kiest voor de laatste optie.

  • Voorstel 10 tot aanpassing RRV: In de RRV wordt uitgegaan van kwaliteit i.p.v. kwantiteit. Er wordt gekozen voor het eigen karakter en identiteit van de Amersfoortse wijken, waarbij bewoners meebeslissen over eventuele invulling van toekomstige bouwlocaties in hun wijk.

  1. Optoppen, aandikken en splitsen

    De RRV stelt: “Er is veel ruimte te winnen door woningen op te toppen of achter uit te breiden. Dit is een kleinschalige vorm van verdichting die vooral door individuele bewoners en ondernemers gerealiseerd moet worden. In dezelfde categorie valt het splitsen van grote woningen in kleinere appartementen. Door splitsen wordt de waarde van het object verhoogd en ontstaat er een aanbod dat vooral aantrekkelijk is voor starters en senioren die geen behoefte (meer) hebben aan een grote woning met een tuin.”

    De SGLA memoreert dat in de jaren negentig in Amersfoort een stevige discussie heeft plaatsgevonden over de mogelijkheid van de onder dit item genoemde projecten. Het ging destijds over het zogenaamde Okselproject. Bewoners hebben toen hun zorgen geuit met betrekking tot de gevolgen voor de leefbaarheid en deze zorgen zijn door de Gemeenteraad van Amersfoort ter harte genomen. Met het afblazen van het Okselproject werd tevens duidelijk aangegeven dat dergelijke projecten niet wenselijk zijn. Wij zijn verbaasd en verontrust over het feit dat deze discussie nieuw leven wordt ingeblazen. Wij wijzen dergelijke projecten principieel af omdat hiermede een te grote druk op de leefbaarheid ontstaat.

  • Voorstel 11 tot aanpassing RRV: Passages over optoppen, aandikken en splitsen schrappen.

  1. Bebouwing in het buitengebied.

Een buitengewoon zorgelijk opmerking vinden wij: “Een deel van de toe te voegen plancapaciteit zal daarom buiten het huidige bebouwde gebied gerealiseerd moeten worden, zowel in het regionale hart als in de dorpen.”

Deze zinsnede lijkt op een pleidooi voor bebouwing van gebieden als Hoogland West, Vathorst Noord en West en Stoutenburg Noord. Dit vinden wij onverteerbaar. Het zijn gebieden buiten de rode contour, deels zelfs onderdeel van Nationaal Landschap Arkemheen-Eemland, welke contour niet voor niets is getrokken. Door dit “slinks” op te merken zou op een later tijdstip, als de RRV als ruimtelijk kader gehanteerd wordt, geconcludeerd kunnen worden dat er met bebouwing buiten de rode contour al in gestemd zou zijn. Met dit soort salamitactieken hebben wij helaas maar al te veel ervaring. Reden waarom wij deze uitspraak zeer wantrouwen.

  • Voorstel 12 tot aanpassing RRV: Deze passage(s) schrappen.

  1. Bereikbaarheid is het sturend principe voor ruimtelijke ontwikkelingen

    Dit uitgangspunt wordt in de RRV vertaald door: “Vooral rondom stations waar vaak nog ruimte is voor verdichting of ontwikkeling. Een aantal andere stationslocaties in het regionale hart kunnen nog veel beter benut worden. Denk aan Amersfoort Centraal, Schothorst, Vathorst, Nijkerk, Hoevelaken en de stations in Soest. Maar ook in de dorpen Baarn en Barneveld liggen kansen om de ruimtelijke ontwikkeling in de nabijheid van stations te situeren”

Wij zijn het hier gedeeltelijk mee eens en oneens. In het verleden werd dit uitgangspunt ook al gehanteerd. Dit uitgangspunt heeft de bouw van grote kantoorkolossen tot gevolg gehad die nu leeg staan. Het zonder meer benoemen van stationslocaties voor verdichting vinden wij onzorgvuldig. Wij pleiten voor voorzichtigheid.

  1. Versterking regionale recreatieve structuur.

In de RRV wordt gesteld: “Naarmate er meer mensen komen te wonen in de Noordvleugel (inclusief de regio Amersfoort), zal echter ook de recreatieve druk op de regionale landschappen en attracties aanzienlijk toenemen”.

Een duidelijk voorbeeld van het feit dat groei op andere terreinen problemen creëert. Daarnaast kan dit betekenen dat er extra druk komt te staan op de natuurgebieden. Wij willen duidelijke uitspraken over hoe en waar de recreatieve structuur wordt versterkt en waar dat gevolgen heeft voor de natuurgebieden.

  • Voorstel 13 voor aanpassing RRV: Maak een duidelijk onderscheid tussen recreatieve- en natuurgebieden.

  1. Denkers en Doeners

    De RRV maakt een zeer opvallend onderscheid: “De economie van de regio Amersfoort is divers en veerkrachtig. Dit komt onder andere omdat zowel de economie van de denkers als de doeners sterk is ontwikkeld. Regionale groei kan dit versterken, maar ook bijdragen aan meer synergie tussen beide werelden”.

    Tegelijkertijd geeft de RRV echter ook een invulling: “Op dit moment betekent dit dat voor de denkers gedacht moet worden aan ruimer opgezette villamilieus tegen de bosranden en juist compacte woningbouw voor kleine huishoudens in de nabijheid van centra, zowel voor starters als ‘empty nesters’. Terwijl voor de doeners enerzijds een behoefte bestaat aan menging van wonen en werken en anderzijds aan een ruim aanbod van goedkopere woningen. Het is van vitaal belang voor de regio dat ingezet wordt op blijvende betaalbaarheid van woningen (zowel voor private koop en huur, als sociale woningbouw).”

    Onze oprechte vrees is dat het onderscheid en de invulling in gaan houden dat de gemeente Amersfoort vooral de sociale woningbouw voor haar rekening moet nemen met uiteraard de nodige financiële consequenties. Daarenboven kunnen de overige 8 gemeentes meer bouwen voor koop en [middel]dure huur.

    Indien dit werkelijkheid gaat worden zou een segregatie kunnen ontstaan met alle gevolgen van dien voor de leefbaarheid.

  • Voorstel 14 tot aanpassing RRV: Het onderscheid tussen denkers en doeners en de conclusies die daaruit zijn getrokken schrappen.

  1. Het uitvoeringsprogramma

    Een bekend gezegde luidt: het venijn zit in de staart. Ook in de RRV wordt daarop geen uitzondering gemaakt. In het uitvoeringsprogramma wordt o.a. gesteld:

“Uitbreidingswoningbouwlocatie(s) aanwijzen voor enkele duizenden woningen in het regionaal hart (vooralsnog voor oplevering na 2030) Verkenning en strategiebepaling Regio Amersfoort, Amersfoort, Leusden, Nijkerk en Soest 10 jaar voor ontstaan van tekort volgens monitor.”

Wij hebben al aangegeven dat de prognoses in de RRV niet of slecht onderbouwd zijn. Nu uitbreidingslocaties aanwijzen is voorbarig en ongewenst. Eerst dient een onafhankelijk onderzoek de echte behoefte aan te tonen en eventuele uitbreidingslocaties dienen aan de inwoners voorgelegd te worden. Nu zonder democratische legitimiteit uitbreidingswoningbouwlocaties opnemen voedt en vergroot wederom de kloof tussen politiek en burgers.

  • Voorstel 15 tot aanpassing RRV: Deze passage uit het uitvoeringsprogramma schrappen.

  1. Kaartmateriaal

    Wij vinden het kaartmateriaal in de RRV moeilijk leesbaar en de Visiekaart (blz. 58, 59) onbegrijpelijk. De plaatsnamen van de regio ontbreken, de gebruikte kleuren maken niet helder waar welke keuzen gemaakt worden. Het is volstrekt onduidelijk waar bijvoorbeeld het groenstedelijk woonmilieu wordt voorzien. De legenda bij de Visiekaart is niet compleet. Kortom deze kaart kan niet gebruikt worden als “ruimtelijk kader voor het eigen beleid”. Wij vinden het opnemen van kaartmateriaal ook ongewenst, zeker onduidelijke kaarten, omdat dit een eigen leven krijgt en toekomstige raadsleden hiermee geconfronteerd kunnen worden.

  • Voorstel 16 voor aanpassing RRV: Geen kaartmateriaal opnemen óf een volledig heldere, éénduidig ingevulde kaart per gemeente met complete legenda.

  1. Uitgangspunten SGLA

    De SGLA vindt dat de RRV te veel geschreven is vanuit de behoefte tot groei en claims op de ruimte, waarbij met name de gemeente Amersfoort een te groot aandeel in de woningbouw zou moeten opvangen. Wij hebben daarom een aantal belangrijke uitgangspunten geformuleerd:

  • Leefbaarheid staat boven groei

  • Groen behoud staat boven groei. Amersfoort zal uitleggebieden als Hoogland West, Stoutenburg Noord, Vathorst Noord en Vathorst West niet bebouwen.

  • Binnenstedelijk groen heeft een belangrijke functie in het behoud dan wel het versterken van klimaatbestendigheid. Binnenstedelijk zal Amersfoort niet in groene gebieden bouwen.

  • Leefbaarheid staat boven verdichting. Amersfoort zal daarom nog beperkt binnenstedelijk bouwen

  • Bewoners praten mee over bouwlocaties. De Amersfoortse wijken hebben hun eigen dynamiek. Wijkbewoners moeten daarom mee kunnen beslissen over bouwlocaties.

  • Kwaliteit staat boven kwantiteit. Amersfoort kiest daarom voor behoud van de maat en schaal van Amersfoort.

  • Bereikbaarheid met fiets en openbaar vervoer staat centraal

  • Investeren in duurzaamheid doe je niet door bouwen, maar door transitie

  • Voorstel 17 tot aanpassing RRV: Neem deze uitgangspunten over in de RRV.

Wij zijn graag bereid onze reactie/zienswijze nader toe te lichten.

Met vriendelijke groeten

Namens de Samenwerkende Groeperingen Leefbaar Amersfoort

Peter de Langen, voorzitter                                   Mariëtte den Hartog, secretaris

Inspreken door SGLA bij het onderwerp Regionale Ruimtelijke Visie 6 juni 2017

Inspreken door SGLA bij het onderwerp Regionale Ruimtelijke Visie 6 juni 2017

  • Wordt Amersfoort een 2e groeistadfase ingeduwd zonder dat bewoners daar enige invloed op konden en kunnen uitoefenen?

  • Is deze lange termijn Regionale Ruimtelijke Visie niet een kwestie van te ver over het graf regeren?

  • Welke politieke partij had een dergelijke visie in het verkiezingsprogramma staan en hoe kon of kan de kiezer weten wat er zou dan wel zal gaan gebeuren?

    Tijdens het lezen van de Regionale Ruimtelijke Visie en het onderliggende EIB rapport zijn wij tot de conclusie gekomen dat er het nodige op te merken dan wel te vragen valt.

    Wij hadden eigenlijk verwacht dat u over zo’n belangrijk onderwerp een ronde tafelgesprek zou houden. Nu wordt dit belangrijke onderwerp in een Ronde van slechts één uur behandeld. Wij zouden het op prijs stellen dat u eerst na 10 juli tot besluitvorming overgaat zodat u ook alle reacties van maatschappelijke organisaties mee kunt nemen.

Het baart ons zorgen dat er grote risico’s voor het bouwen in de groene gebieden, grote gevolgen voor de leefbaarheid en niet te vergeten ook grote financiële risico’s kunnen ontstaan. O.i. zijn deze onderwerpen erg belangrijk. Reden waarom wij nu al uw aandacht hiervoor vragen en wij in een voor 10 juli in te dienen schriftelijke reactie hier nader op in zullen gaan.

U kunt in uw besluitvorming ook aangeven op welke punten u het eens dan wel oneens bent met deze Regionale Ruimtelijk Visie. Wij brengen de volgende punten onder uw aandacht:

  1. Leefbaarheid staat boven groei

  2. Groen behoud staat boven groei. Amersfoort zal uitleggebieden als Hoogland West, Stoutenburg Noord, Vathorst Noord en Vathorst West niet bebouwen.

  3. Binnenstedelijk groen heeft een belangrijke functie in het behoud dan wel versterken van klimaatbestendigheid. Binnenstedelijk zal Amersfoort niet in groene gebieden bouwen.

  4. Leefbaarheid staat boven verdichting. Amersfoort zal daarom nog beperkt binnenstedelijk bouwen

  5. Bewoners praten mee over bouwlocaties. De Amersfoortse wijken hebben hun eigen dynamiek. Wijkbewoners moeten daarom mee kunnen beslissen over bouwlocaties.

  6. Kwaliteit staat boven kwantiteit. Amersfoort kiest daarom voor behoud van de maat en schaal van Amersfoort.

  7. Bereikbaarheid met fiets en openbaar vervoer staat centraal

  8. Investeren in duurzaamheid doe je niet door bouwen, maar door transitie

Tot slot nog iets over de risico’s. De regio Amersfoort wordt in de RRV genoemd als het centrale middelpunt van Nederland waar iedereen wil wonen en werken. De praktijk is al vele malen anders geweest. Zolang bv. Utrecht en Amsterdam niet of minder bouwen, wil men nog wel eens uitwijken naar Amersfoort. Zodra de productie in die steden weer op gang komt, wordt het beeld direct anders. We hebben dat gezien met Leidsche Rijn en IJburg in concurrentie met Vathorst. Dat zal ongetwijfeld weer gebeuren, nu zowel Amsterdam en Utrecht forse uitbreidingsplannen hebben. Dit wordt in de RRV ook wel genoemd, maar ook weggewuifd. Dit lijkt ons niet verstandig.

Inspreeknotitie SGLA met betrekking tot Raadsvoorstel Uitwerking strategie sociale woningbouw

Inspreeknotitie SGLA met betrekking tot Raadsvoorstel Uitwerking strategie sociale woningbouw

Door Peter de Langen, 9 mei 2017

Geachte Raadsleden,

Wij hebben het Raadsvoorstel gelezen en willen een aantal kanttekeningen plaatsen. Op basis hiervan doen wij u ook een aantal suggesties voor aanpassingen. Wij beseffen dat u ons als lastig en kritisch kunt ervaren. Wij willen echter dit geluid wel laten horen, zodat u dit in uw afwegingen mee kunt nemen.

  1. Kanttekeningen bij de analyse

    In het Raadsvoorstel wordt de woningmarkt geanalyseerd in bijlage I. U gaat daarbij uit van allerlei scenario’s en groeiverwachtingen. Het woord verwachtingen staat daarbij centraal. U constateert vervolgens aanzienlijke tekorten. Wat wij missen is een werkelijke analyse waarom de woningen niet terecht komen bij de daarvoor in aanmerking komendedoelgroepen. Wij begrijpen ook niet hoe dit is ontstaan gezien de vele uitbreidingswijken die Amersfoort gebouwd heeft. Wij denken dat daarvoor een aantal oorzaken zijn aan te wijzen:

  • Er is veel gesloopt en er zijn veel goedkope woningen verkocht. Daardoor is een deel van het sociale woningaanbod verdwenen voor de doelgroep met de laagste inkomens. Wij vragen ons af of er een zelfde aantal nieuwbouw voor teruggekomen is in dezelfde prijsklasse.

  • Door de sloop in het kader van Amersfoort Vernieuwt zijn veel oude bewoners met urgentie verhuisd. Dat betekende extra druk op de beschikbare woningen.

  • Bij het leegkomen van huurwoningen worden deze bijna altijd in huur verhoogd naar maximaal mogelijke huurprijzen. Hierdoor zijn deze woningen niet meer beschikbaar voor de laagste inkomens.

  • Door nieuwe toewijzingsregels voor woningcorporaties kunnen mensen met huurtoeslag alleen nog reageren op sociale huurwoningen onder circa 600 euro afhankelijk van de samenstelling van het huishouden. Hierdoor wordt de kans voor hen op een betaalbare woning aanzienlijk kleiner, in sommige regio’s zelf onmogelijk. Het treft vooral mensen die op zoek zijn naar een zorgwoning, een grotere eengezinswoning of een seniorenwoning. Deze woningen worden vaak boven de ca 600 euro grens verhuurd, en zijn daarmee onbereikbaar voor mensen met een inkomen onder 36.165,-.

    Kortom er zijn veel meer oorzaken aan te wijzen dan alleen demografische ontwikkelingen. Wij denken ook dat het Toewijzingsbeleid grondig moet worden geëvalueerd en en waar nodig aangepast. Een voorbeeld is de wachtlijst. Volgens bijlage I staan eind 2015 15.812 woningzoekenden ingeschreven, waarvan 31% op het beschikbaar komende woningaanbod reageert. Dat betekent dat er dus 4.900 direct woningzoekenden zijn. Onduidelijk is of deze woningzoekenden al over een woning beschikken of nieuw op de woningmarkt zijn. De wachtlijst wordt echter vaak wel gebruikt om in de discussie de behoefte aan te tonen. De wachtlijst wordt bestaat ook uit huurders die al een woning hebben, maar zekerheid voor de toekomst willen inbouwen. Op zichzelf geen probleem, maar het roept wel een onjuist beeld op en interessant zou zijn om het percentage dat voor een "toekomstige zekerheid" ingeschreven staat in beeld te krijgen.

    Aanbevelingen:

    De prestatie afspraken met de woningcorporaties moeten verscherpt worden:

  1. Geen huurverhogingen meer bij mutaties van woningen, zodat meer woningen beschikbaar blijven voor de laagste inkomensgroepen

  2. Bij nieuwbouw voor deze doelgroepen terugbouwen. (een algemeen percentage sociale woningbouw is niet voldoende)

  3. Het Toewijzingsbeleid moet worden geëvalueerd en waar nodig aangepast.

  4. De wachtlijstproblematiek, met name inschrijving op basis van werkelijke actieve behoefte, aanpassen. [zie tevens opmerking onder kanttekeningen bij de analyse]

  1. Kanttekeningen bij beperkingen van de norm 35% Sociale Woningbouw

    Wij kunnen ons wel vinden in het vaststellen van een percentage sociale woningbouw. Het raadsvoorstel staat echter bol van de uitzonderingen, zodat ontwikkelaars zich nergens aan gebonden hoeven te voelen.Kortom zoveel beperkingen op de 35% dat de ontwikkelaars in onze stad dit Raadsvoorstel met stijgende verbazing gelezen zullen hebben. Zij weten nu dat zij weinig hoeven te vrezen.

    Aanbeveling:

  1. Stel in nieuwe bestemmingsplannen altijd 35% sociale woningen verplicht, en definieer dat percentage naar doelgroepen. Als een ontwikkelaar daar niet mee akkoord gaat, dan geen bestemmingsplan vaststellen.

  2. Prestatie afspraken maken met woningcorporaties dat zij samenwerken met ontwikkelaars in plannen en de te bouwen sociale woningen af te nemen.

  1. Kanttekeningen bij risico op Staatsteun

    In het Raadsvoorstel worden voorstellen gedaan om financiële bijdragen te leveren aan ontwikkelaars bij het realiseren van bouwplannen. Wij vragen ons af of het juridisch mogelijk is dat een financiële bijdrage  toegestaan is. Het lijkt op het geven van staatssteun, waarbij ook niet duidelijk is wanneer wel en wanneer geen bijdrage wordt geleverd. En het is een ongezonde prikkel.

    Aanbeveling:

  1. Laat het plan, wanneer overwogen wordt om een financiële bijdrage te verlenen juridisch toetsten.

  1. Kanttekeningen bij de locaties

    Wij zijn bezorgd over de opmerking dat eventueel een aanvullende lijst met locaties noodzakelijk is, en over het feit dat het “onderzoeken van de mogelijkheden /wenselijkheid aanpassen van de rode contour” weer wordt genoemd. Wij hebben begrepen dat de Raadsfracties bij de vorige behandeling in meerderheid hebben aangegeven dit onwenselijk te vinden. Wij zijn van mening dat deze opmerkingen niet in het raadsvoorstel moeten blijven staan.

    Wij zullen elke locatie op basis van onze doelstellingen beoordelen. Over dit onderwerp worden ons vaker vragen gesteld, dus voor alle duidelijkheid:

    De vereniging SGLA heeft ten doel:

  1. De bevordering en bescherming van de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in Amersfoort en de regio.

  2. Het behouden en het verbeteren van de natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, de flora en de fauna, de kwaliteit van het milieu, waaronder begrepen doch niet beperkt tot de lucht, geluid, de bodem en het water en de gezondheid van mensen; de kwaliteit van een goede ruimtelijke ordening, waaronder begrepen doch niet beperkt tot de problematiek rond verkeersafwikkeling en parkeren, alles in de ruimste zin des woords.

  1. Kanttekeningen bij prestigeprojecten

    Wij willen een kanttekening maken bij allerlei projecten die de laatste tijd worden gepresenteerd. Deze lijken weinig van doen te hebben met het oplossen van huisvesting voor de al jaren op achterstand gezette doelgroepen c.q. laagste inkomens. Er worden helaas steeds meer prestige projecten gelanceerd. De Boeddhalocatie aan de Stadsring is daarvan een sprekend voorbeeld. Wij willen u wijzen op een interview op onderstaande site, waarin duidelijk wordt hoe de ontwikkelaars feitelijk denken. http://amersfoortstad.hu.nl/2017/04/10/the-spot-wijzigt-plannen/

    =>Wel een wijziging van de plannen maar de ontwikkelaar wil voorkomen dat het sociale huurwoningen worden.

    (P.S. soms lukt het openen van deze link niet, kijk dan op deze site onder Zakelijk)

Inspreeknotitie over Vathorst West. SGLA d.d. 2 mei 2017

Inspreeknotitie over Vathorst West. SGLA d.d. 2 mei 2017

Geachte Raadsleden,

Wij willen u een aantal argumenten tegen bebouwing van Vathorst West voorleggen. Op basis van deze argumenten constateren wij dat deze locatie in feite ongeschikt is en daarom niet moet worden aangewezen als woonlocatie. In het Raadsvoorstel staan veel punten waaruit ook de ongeschiktheid van deze locatie blijkt. Wij verzoeken u daarom af te zien van nader onderzoek en de aan het onderzoek verbonden kosten, ad €250.000,-, te besteden aan nuttigere zaken in onze gemeente.

Onze argumenten tegen bebouwing

  1. Ligging achter de stort van Smink

Wie wil er wonen achter een stortplaats? En welke gemeente gaat een woningbouwlocatie ontwikkelen achter een stortplaats? Smink zal gezien de mogelijkheden binnen vigerend bestemmingsplan nog jaren door kunnen gaan met de ontwikkeling en/of uitbreiding van het bedrijf.

Smink speelde en speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van Vathorst-West. Smink is een innovatief bedrijf dat afval verwerkt en opslaat. Om te voldoen aan alle eisen die aan het verwerken van afval worden gesteld, zijn door het bedrijf grote investeringen gedaan, waarbij uiteraard de bedrijfscontinuïteit een belangrijke rol speelt. Voor Smink geldt dat het bedrijf zich niet aan de rand van de stad heeft gevestigd maar dat de stad naar het bedrijf is gegroeid. Bij de ontwikkeling van Vathorst-West moet worden uitgegaan van het feit dat de firma Smink haar activiteiten nog lange tijd voortzet. Er bestaan geenafspraken tussen het Amersfoortse gemeentebestuur en de firma Smink over de eindigheid van de activiteiten op en rond de vuilstortplaats. Evenals in het verleden (bijvoorbeeld met de baggerberging) is gebeurd, moet niet worden uitgesloten dat de provincie, als bevoegd gezag in deze, de taken die Smink binnen het provinciale milieubeleid vervult in de toekomst verder uitbreidt.

In december 1998 is de gemeenteraad een samenwerkingsovereenkomst met de firma Smink aangegaan. Smink werd de mogelijkheid geboden om binnen de milieucirkel van 250 meter rond de afvalberg een bedrijvengebied te ontwikkelen. Binnen het buffergebied van 250 meter in Vathorst-West is ruim de helft (ca. 15 ha) in eigendom van de firma Smink. Het buffergebied heeft geen woonbestemming. Intussen hebben zich aan de oostzijde van de afvalberg de eerste – grootschalige – bedrijven gevestigd, waarbij het eigen ontwikkelingsbedrijf van Smink de initiërende rol speelt. Het bedrijvengebied sluit aan op het geplande woongebied in Vathorst-West.

  1. Ligging buiten de rode contour

    In de Ruimtelijke Structuurvisie Provincie Utrecht zijn de bebouwingscontouren van de gemeenten precies vastgelegd en op kaarten aangegeven. Daarmee moet worden voorkomen dat het hele land met een te dichte bebouwing te maken krijgt. Om het gebied waar verstedelijking mag plaatsvinden is een ‘rode contour’ getrokken. Die rode contour markeert de grens tussen stedelijk en landelijk gebied. Voor het landelijke gebied mag een gemeente geen bestemmingsplan vaststellen dat verstedelijking toestaat. Dit hoeft echter niet zonder meer te betekenen dat verstedelijking op die plek helemaal onmogelijk is. Onder bepaalde omstandigheden kan een provincie ten behoeve van een bouwplan afwijken van de rode contour. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als blijkt dat voor een betere afstemming van woonmilieus meer ruimte nodig is. Provincies zullen daar echter gezien het doel van de rode contour terughoudend in zijn. De delen buiten de rode contour zijn aangeduid als landelijk gebied.

Vathorst West en Noord liggen buiten de rode contour

  1. Gevolgen voor de ecologische hoofdstructuur van Utrecht én Gelderland, de polderlandschappen, nationaal landschap, polder Arkemheen.

    Wij vrezen voor het behoud van de openheid en overige kernkwaliteiten van het gebied tussen de polder Arkemheen en Polder de Haar ten zuiden van Bunschoten. Bovendien moet de stedenbouwkundige uitwerking voorzien in voldoende waterberging.

  2. Ontsluitingsweg Vathorst West

    Er wordt onderzoek gedaan naar een extra aansluiting op de A1 in het kader van VERDER. Wij willen u wijzen op de bezwaren die hiertegen worden ingebracht door direct omwonenden. Zij hebben ons gemeld niet gehoord te zijn.

  3. Grondwaterpeil en bodemgesteldheid

De provincie Utrecht heeft een aanzienlijk areaal veenbodem. Afhankelijk van het aandeel veen of klei in de bodem daalt het maaiveld met een bepaalde snelheid. Ook wateronttrekking, grondwaterpeil, verbranding van veen1 en druk van buitenaf beïnvloeden de snelheid van bodemdaling. Door de daling en de ongelijke maaiveldhoogte die hierdoor ontstaat, ontstaan er knelpunten zoals versnippering van het watersysteem, slechte waterkwaliteit, wateroverlast en verzilting door zoute kwel uit de ondergrond. De provincie werkt aan het beperken van bodemdaling en een robuuster watersysteem via een gebiedsgerichte aanpak in grotere eenheden (polders, meerdere peilvlakken) en met een mix aan maatregelen. De provincie vraagt gemeenten om voor veengebieden die kwetsbaar zijn voor oxidatie in hun bestemmingsplannen een verbod op het uitvoeren van bodembewerking op te nemen. Het scheuren voor graslandverbetering is wel toegestaan. In Vathorst Noord en West bevindt zich een gebied dat gevoelig is voor bodemdaling en tevens een klein gebied dat kwetsbaar is voor oxidatie bij bodembewerking.

Mogelijk loopt er ook vervuild grondwater naar het noorden onder Vathorst West en Zevenhuizen door.

1 Bij een lage grondwaterstand, die nodig is voor ploegen en maaien, komt er veen droog te liggen. Dit geldt ook bij vrijmaken voor bebouwing. Hierdoor komt er zuurstof in de bodem en breken de oude plantenresten af tot CO2. Een hectare ontwaterd veen stoot per jaar evenveel kooldioxide uit als een auto die drie rondjes om de aarde rijdt.

  1. Economische uitvoerbaarheid. (besluit 26 januari 2010)

    In 2010 hebben de toenmalige gemeenteraadsfracties in een Ronde besloten de plannen voor Vathorst West in de ijskast te zetten vooral vanwege de economische onuitvoerbaarheid. De nabijheid van de vuilstortplaats en de noodzakelijke hoge woningdichtheid zullen het vinden van kopers voor de midden- en dure woningen bemoeilijken. Dit is niet veranderd t.o.v. 2010. Wij wijzen u ook op een aantal punten die in 2010 uit de zogenaamde Kooksessies zijn benoemd en die de economische uitvoerbaarheid moeilijker maken, zie http://www.ruimtexmilieu.nl/uploads/documents/kookboekvathorst%20aan%20tafel.pdf

    Vathorst West grenst aan de westkant van Vathorst en is 100 hectare groot. Het gebied bestaat voornamelijk uit weilanden. Directe buurman is het afvalverwerkingsbedrijf Smink. Korte toelichting:

    • Belangrijke ingrediënten zijn duurzame oplossingen en ontwikkelingen. Voor de grondexploitatie is geen rekening gehouden met minder opbrengsten als gevolg van duurder uitvallende bouw exploitaties. De verwachtingen zijn dat duurzame ontwikkelingen in de bouw uiteindelijk rendabel te realiseren moeten zijn en in ieder geval niet ten laste hoeven te komen van de grondexploitatie. Duurzame ontwikkelingen die extra ruimtebeslag vergen zullen echter wel een financiële druk leggen op de grondexploitatie. Die “ruimtereserveringen” zorgen voor faseringskosten en dienen hierbij meegenomen te worden. Dit is nog niet gebeurd.

    • Het creëren van een recreatief daklandschap2 zal behoorlijke extra bouwkosten meebrengen waarvan het de vraag is of deze rendabel te maken zijn.

    • De aankoop en inrichting van de “Sminkberg” is niet opgenomen in de grondexploitatie.

    • In de berekeningen is rekening gehouden met één ontsluitingsweg richting de A1. Een extra ontsluiting zorgt mogelijk voor extra kosten.

    • Voor alle varianten geldt dat in het ruimtegebruik rekening is gehouden met 5 ha voor voorzieningen en 10 ha voor de hoofdinfrastructuur.

    Alle scenario’s zijn in een voorlopige grondexploitatie doorgerekend, zodat een indruk is ontstaan van de haalbaarheid. En dat is niet positief. De voorlopige berekeningen van de gepresenteerde scenario’s hebben nog een negatief saldo met een bandbreedte van € -10 tot -20 miljoen. In de berekeningen is naast de kosten voor verwerving en bouw- en woonrijp maken, rekening gehouden met één ontsluitingsweg en de noodzaak tot het verleggen van een gasleiding en afkoop van de baggerproblematiek. In dit stadium van de scenario’s zijn echter nog niet alle ingrediënten meegenomen in de ramingen. In het vervolgtraject zullen bij de ontwikkeling van de ontwikkelingsmodellen de mogelijkheden voor optimalisatie onderzocht worden en de exploitaties sluitend gemaakt worden. Voor het beheer van Vathorst West wordt uitgegaan van het beheer voor Vathorst. In deze fase van planvorming zijn de mogelijke beheerskosten nog niet opgenomen.

    2 Zeer intensief bebouwd gebied met meervoudig ruimtegebruik: ontsluiting en parkeren onder, wonen, voorzieningen, werken boven, onderling gestapeld. Semi-privé of openbare buitenruimte als daklandschap.

  2. Niet meer bouwen in het buitengebied.

    Er is de laatste tijd door veel partijen gesproken over bouwen in binnenstedelijk gebied. Partijen schuwen zelfs de hoogbouw niet. Die partijen geven als argument: liever de hoogte in dan bouwen in het groen. Nu lijkt het er op dat er meer bestemmingen nagestreefd worden zijnde: én binnenstedelijk verdichten én de hoogte in én bouwen in Vathorst West. Dit komt de geloofwaardigheid van de politiek niet ten goede.

    De locatie van Vathorst West is ook wel erg ver van Amersfoort af. Het wordt bijna een los aanhangsel en zal nauwelijks een binding kunnen krijgen met Amersfoort.

  3. Eerst transformatie kantoren en De Hoef.

    O.i. zou eerst gekeken moeten worden of door een transformatie van kantoorgebouwen in het algemeen én woningbouw op de Hoef er voldoende woningen kunnen worden toegevoegd.

  4. Bouwen voor stad en regio, niet voor het hele land

    Wij zijn van mening dat niet voor heel Nederland gebouwd moet worden in Amersfoort. Argumenten als “Amersfoort is aantrekkelijk centraal gelegen” vinden wij niet relevant. Immers hoe meer inwoners van buiten de regio zich hier vestigen, hoe minder snel Amersfoortse en Regionale inwoners gehuisvest kunnen worden of kunnen starten op de woningmarkt. Een ongebreidelde groei zien wij niet zitten. Wij blijven pleiten voor de maat en schaal van Amersfoort. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met de kracht van de wijken en dorpen in Amersfoort.

    De wijken en dorpen in Amersfoort hebben allemaal een eigen karakter en identiteit. Dit eigen karakter zou versterkt en bewaard moeten blijven i.p.v. doorbroken moeten worden. Het motto moet zijn: ‘ga uit van wat er al is’. De bestaande wijkindeling is sterk en dit schaalniveau kan heel goed aansluiten bij de ideeën en initiatieven van de eigen wijkbewoners. Kies liever voor meer kleinschalige initiatieven dan enkele heel grootschalige. De maat en schaal van Amersfoort moet leidend zijn. Dit betekent dat voor eventuele binnenstedelijke locaties vooral aan compacte laagbouw gedacht moet worden, met veel ruimte voor groen en speelgelegenheid. Ga voor behoud en versterking van groen!! Groene longen in de stad zijn belangrijk en wij pleiten daarom voor behoud en versterking daarvan.